door Jan Ligthart,
22
januari
2025
|
09:35
Europe/Amsterdam

De grote uitdaging van Fontys Engineering

Internationale en uiteraard Nederlandse studenten. Voormalige en huidige mbo'ers. Toekomstige TU/Fontys-studenten. Omscholing van werknemers en alumni van andere opleidingen. De technisch onderlegde partners van expats die al in deze regio werken. Fontys Engineering probeert een hele waslijst aan opties te benutten om meer werknemers klaar te stomen voor de Brainportregio. 

Hoe aan nieuwe studenten te komen is de grote uitdaging van alle opleidingen binnen Fontys. Zeker nu. En gezeteld in de Brainport en met het oog op Operatie Beethoven geldt dat vooral ook voor de technische opleidingen. Vorige week liet ICT-directeur Frens Vonken zijn licht er al op schijnen bij Bron. Dit keer vertelt Ella Hueting, directeur van Fontys Engineering, hoe dat specifiek bij haar instituut ervoor staat.

Heb je veel contact met bedrijven uit de Brainport-regio?
“Heel veel. Ik krijg gemiddeld twee keer per week een verzoek vanuit het werkveld of wij mee kunnen doen aan een project of een onderzoek. Dat kan gaan over kerncentrales, een bedrijf uit de Brainportregio, Defensie. Iedereen wil graag met ons samenwerken. Dat wil ik ook wel. Maar ik heb er simpelweg de mensen niet voor. Niet de medewerkers en niet de studenten.”

Dus je kunt niet overal ja op zeggen?
“Nee. Hoe mooi ook al die verzoeken uit het werkveld zijn. Aan de andere kant is mijn motto wel: nooit nee zeggen. Je hoeft ook niet alles zelf te doen. Ik verwijs dan vaak door naar collega’s elders in het land.”

Ella HuetingToen jij elf jaar geleden hier aan de slag ging, ging het slecht met Engineering. Nu is het een van de weinige instituten binnen Fontys die, tegen de stroom in, groeit. Is dat puur omdat je in deze regio zit, waar zo’n enorm tekort aan technisch personeel is?
“Daar hebben we wel jarenlang hard voor gewerkt. Het gaat al langer veel beter. Wetend dat er slechtere tijden aan zouden komen, hebben we de afgelopen jaren ons portfolio flink uitgebreid. Ook dit jaar telt onze school weer een kleine honderd studenten meer dan vorig jaar. Uiteraard groeien we ook vanwege de aantrekkingskracht van deze regio. Vanwege de semiconductorindustrie en toeleveranciers hoeven onze studenten zich geen zorgen te maken of er werk voor ze zal zijn na hun studie.

Deze regio is wel echt een feest om in te werken. We zitten hier met ASML en die andere giganten gewoon midden in de Champions League wat dat betreft. In die zin sta ik echt te popelen, ook omdat ik voor andere Fontysinstituten heel veel mogelijkheden zie. Het is een hele grote uitdaging en ik heb nog een heel lang verlanglijstje.”

Als het om techniekstudenten gaat, zullen er voorlopig nooit voldoende afgestudeerde bachelorstudenten zijn om aan de vraag uit de markt te voldoen. In deze regio zijn immers duizenden nieuwe werknemers nodig voor de komende jaren. Wat kan Engineering nog meer doen om aan die vraag te voldoen?
“Uiteraard proberen we ook internationale studenten aan te trekken. En proberen we de uitval zo ver mogelijk terug te brengen. Ook dat gaat goed, het rendement in de hoofdfase bij Engineering is nu 98 procent.

Daarnaast zijn we druk bezig om samen met de TU/e hier in Eindhoven een gezamenlijk eerste jaar op te zetten. Bij de universiteit zien zij soms ook studenten afhaken die het in het eerste jaar niet redden en veel beter op hun plek zouden zijn bij ons. Door gezamenlijk een eerste jaar in te richten, bieden we studenten keuzes aan en raak je ze niet zo snel kwijt.

We zetten ook vol in op Ad’s en masters, waarbij ik de samenwerking van de technische instituten in Nexus ook echt als een kans zie. Nu volgt 90 procent van al onze studenten nog een bacheloropleiding. Het doel is dat we toegaan naar een verhouding van 70 procent bachelor en 30 procent masters, bij- en omscholing.”

Het Nexus-gebouw waar alle technische opleidingen van Fontys zijn gehuisvest Levert bij- en omscholing nog iets op?
“Jazeker. Zo worden er komende maand weer zestig medewerkers van ASML en toeleveranciers bijgeschoold via cursussen over hoe het productieproces te verbeteren. Daarvoor hebben we hier docenten die oorspronkelijk uit de auto-industrie komen, die deze cursussen geven. Want als er één tak is waar ze het productieproces tot op de millimeter verfijnd en verbeterd hebben, is het wel in de auto-industrie.

En wat omscholing betreft richten we ons nu ook op de partners van expats die in de Brainportregio werken en wonen. Dat zijn vrijwel zonder uitzondering vrouwen. Of die technisch geschoold zijn? Nou, je moet weten dat Nederland wat dat betreft echt helemaal onderaan bungelt: hier kiezen meisjes en vrouwen amper voor technische studies. Dat is in het buitenland wel anders.

Er wonen grofweg 40.000 expats in de Brainportregio. Van de echtgenotes van die expats heeft 42 procent een technische studie gedaan. We werken samen met het Expat Spouses Initiative, dat zich daar met steun van de gemeente Eindhoven volledig op richt en al met 4.000 van die expatpartners aan de slag is. Dus daar zit een enorm potentieel.”

Reageren kan hieronder. Eenmaal gepubliceerde reacties worden niet verwijderd

Reacties (0)
Bedankt voor uw bericht.