Extra geld hoger onderwijs groeit niet mee met inflatie
Het kabinet heeft toch een kleine bezuiniging op het hoger onderwijs in gedachten: hogescholen en universiteiten krijgen iets minder geld om de inflatie op te vangen, staat in een toelichting op de Miljoenennota.
Deze maand heeft het kabinet de Rijksbegroting voor volgend jaar gepresenteerd, met daarin de extra uitgaven aan onderwijs en onderzoek. Maar hier gaat toch weer een beetje vanaf, blijkt nu.
Het extra geld groeit niet mee met de inflatie. Dat staat in antwoorden op ‘feitelijke vragen’ die de Tweede Kamer over de Miljoenennota heeft gesteld om straks goed geïnformeerd debatten te kunnen voeren over de financiële keuzes van het kabinet.
Lonen en prijzen
Eén van die keuzes: het kabinet gaat de komende twee jaar de ‘loon- en prijsbijstelling’ inhouden voor de extra middelen die in het coalitieakkoord zijn afgesproken. Ook het extra geld voor het ministerie van OCW groeit dus niet met de inflatie mee.
Inflatie betekent dat alles duurder wordt, van boodschappen tot brandstof en van huurprijs tot elektriciteit. Daarom gaan ook de salarissen omhoog. Het onderwijs moet die ontwikkeling nu voor een deel zelf opvangen.
Volgend jaar krijgt het onderwijs er ongeveer 1 miljard euro bij en het jaar erna is dat 1,2 miljard. Bij een inflatie van 3 procent scheelt het komende twee jaar dus zo’n 67 miljoen euro.
Voor het primair en voortgezet onderwijs is het kabinet wettelijk verplicht om de inflatie te corrigeren, maar voor het mbo en hoger onderwijs hoeft dat niet. Het vorige kabinet vond het geen goed idee om daar verandering in te brengen. Uiteindelijk zullen het mbo, hbo en wo die bezuiniging dus moeten opvangen.
Voorjaar
Dit gaat dus over het extra geld. Hoe zal het straks met de totale onderwijsbegroting gaan? Dat bepaalt het kabinet pas in het voorjaar. Soms groeit de bekostiging niet met de inflatie mee, bijvoorbeeld als het ministerie financiële tegenvallers moet opvangen. In het hoger onderwijs gaat het dan om enkele tientallen miljoenen euro’s.