Eindhoven,
18
december
2018
|
15:00
Europe/Amsterdam

Alle ballen op de nieuwe techniekcampus

Waar blijven de techniekstudenten: deel 3 (slot)

Het aantal afgestudeerde technici in de Brainportregio moet in 2025 twee keer zo groot zijn als nu, spraken bestuurders uit onderwijs en bedrijfsleven dit jaar af. Maar de groei bij de Fontys-techniekopleidingen lijkt eruit. Hoe komt dat? En haalt de regio die verdubbeling? Bron zoekt antwoorden in een drieluik longreads. Vandaag het laatste deel: Alle ballen op de nieuwe techniekcampus.

Maarten van Andel is de nieuwe directeur van Toegepaste Natuurwetenschappen (TNW). De chemicus, afkomstig uit het bedrijfsleven, heeft het ‘uiteraard’ over het Brainport Talent & Skills Akkoord gehad tijdens zijn Maarten van Andelsollicitatiegesprekken. Want hij is een van de mensen die het moet uitvoeren.

Van Andel heeft sinds zijn aantreden al een paar dingen ontdekt door met de onbevangenheid van een nieuwkomer vragen te stellen. Zo kwam hij erachter dat er in het Brainportgebied natuurkundeleraren zijn die niet weten dat je dat vak bij Fontys kunt studeren.

En dat er in labs bij hem op de hogeschool aan de Rachelsmolen in Eindhoven mbo’ers van het Summa-college studeren die na hun opleiding vaak niet voor Fontys kiezen, maar naar Nijmegen op en neer gaan reizen. “Omdat ze bepaalde vrijstellingen krijgen. Nou, ik kan me niet voorstellen dat het zoveel anders is daar. Ik ben aan het uitzoeken hoe dat precies zit.”

Hoog percentage uitval
Ook het hoge percentage studenten dat in het eerste jaar uitvalt, 40 procent, triggert hem. “Natuurlijk: als je niks van wiskunde snapt, houdt het op. Maar valt het niveau in het voortgezet onderwijs nog iets te verbeteren? En het leren leren?"

"Op de middelbare school zijn veel vangnetten, valt mij op. Je kunt vaak herkansen. Hier kun je ook herkansen en er is studiebegeleiding, maar er wordt meer zelfstandigheid van de student verwacht. En: kunnen we het studietempo misschien meer differentiëren? Sommige jongeren zijn nu eenmaal laatbloeiers.”

Van Andel krijgt uiteenlopende antwoorden als hij deze vragen om zich heen stelt, dus: “Ik wil graag een onderzoek naar de grondoorzaken van de uitval.”

Met de uitval heeft Van Andel een punt te pakken dat ook alle anderen in deze rondgang noemen. Geen wonder: zou je alle studenten kunnen behouden die nu, vooral in het eerste jaar dus, uitvallen, dan ben je er al bijna met de verdubbeling van het aantal afgestudeerden. Het hoge percentage dat uitvalt, geen typisch Fontys-fenomeen overigens, doet een groot deel van de inspanningen om meer jongeren techniek te laten kiezen, weer teniet.

Te moeilijk
Ella Hueting, directeur van de Hogeschool Engineering, loopt al wat langer mee. Zij kan zich goed voorstellen dat haar nieuwe collega alles over de uitval wil weten. Als zij een inschatting moet geven over het percentage waarmee de uitval terug te dringen is: ‘10 procent’.

Zelf heeft ze de oorzaken op het netvlies: voor een deel zijn het de buitenlandse studenten die uiteindelijk niet op komen dagen; dan heb je degenen die een verkeerde keuze hebben gemaakt; een aantal studenten vindt het toch gewoon te moeilijk en tenslotte haakt altijd een klein deel af vanwege persoonlijke omstandigheden.

Maar zou het ook aan het onderwijs zelf kunnen liggen? Om het even bij Engineering te houden: studenten klagen onder andere in deel 2 van dit drieluik, maar ook in de Keuzegids Hbo, over saai onderwijs en de docenten die dat geven.

Hueting trekt het boetekleed aan. “Die Keuzegids, daar komen wij niet goed uit. We hebben veel te verbeteren. Er zijn klachten over het rooster, over de docenten, over ouderwets lesgeven en dat we te weinig doen met klachten van studenten.”

Buddy-systeem
Die signalen komen voor haar niet uit de lucht vallen. “We werken aan verbeteringen. Zo hebben we inmiddels afgesproken dat de docenten altijd met meerdere mensen de tentamens maken. We werken aan onze didactiek door regelmatig bij elkaar in de klas te gaan zitten om van elkaar te leren."

"En we hebben een buddy-systeem in het leven geroepen: een andere docent en/of een student geeft als buddy feedback op hoe je opereert als docent. We moeten allemaal veel beter laten zien waar Ella Huetingwe mee bezig zijn, was een van de klachten en daar ben ik het mee eens. Ik heb zelf nu twee buddy’s. Mijn studentbuddy heeft mij aangeraden om nader kennis te maken met eerstejaars, dus daar heb ik binnenkort een lunch mee.”

Vernieuwing curriculum
En de inhoud van het onderwijs? Trekt Hueting lessen uit de successen van de TU/e en de Hogeschool ICT bijvoorbeeld? “Wij zijn al een paar jaar bezig met een grote vernieuwingsslag. Het nieuwe curriculum staat nu in het derde en in het vierde jaar, in het eerste en tweede jaar zijn we nog bezig. Dat wordt steeds meer een combinatie van projectonderwijs en vakmodules. Het geeft de studenten meer keuzevrijheid.”

Toch zit er in dat nieuwe curriculum nog weinig contact met het werkveld die eerste jaren. “Dat klopt. Er zijn wel bedrijfsbezoeken, maar ik vind dat je als student eigenlijk pas iets aan contact met bedrijven hebt als je ook ergens over kunt meepraten. Wij moeten ons echt afvragen: wat leer je precies als je als eerstejaars een clean room bezoekt bij ASML?"

"En andersom, het bedrijfsleven in de klas, daar ben ik ook genuanceerd over. Natuurlijk kunnen we van bedrijven leren en kunnen zij veel aanschouwelijk maken, maar sommigen praten wel heel gemakkelijk over lesgeven. Ik denk echt niet dat zij een betere wiskundeles kunnen geven dan onze docenten. Lesgeven is ook een vak. En ja: in het eerste jaar krijg je veel wiskunde. En inderdaad, dat is soms taai.”

Warme relaties werkveld
Terug naar de haperende instroom van studenten. Van Andel heeft een uitgebreid netwerk binnen Brainport. Daardoor weet hij dat de profilering van Fontys richting het werkveld uitstekend is. Richting het voortgezet onderwijs, ervaart hij nu, kan het beter. “Wij undersellen onszelf. We hebben zoveel moois in huis, dat moeten we beter laten zien.”

Ook Hueting denkt dat de techniekopleidingen van Fontys zich beter zouden kunnen laten zien in het voortgezet onderwijs. “We moeten daar warme relaties mee hebben, meer en beter contact. Er is een gat in 3 havo, wij zijn daar niet zichtbaar genoeg voor de leerlingen, wij moeten dat zelf oppakken. We hebben verschillende studententeams die betrokken zijn bij de robotteams en Girls Day, wellicht kunnen we dat uitbreiden.”

De technische opleidingen mogen al met al wat meer enthousiasme uitstralen, vindt ook Hueting. “Als je mij diep in het hart kijkt, moeten we dat beter doen. Het zit misschien in het karakter van de bèta om bescheiden te zijn en niet direct alles in de etalage te zetten. Dat is onze achilleshiel.”

Bovendien, zo gaat Hueting nog wat verder in haar analyse, heeft de focus de afgelopen jaren vooral op betere relaties met het werkveld gelegen. Van Andels constatering dat daar de relaties heel goed zijn, komt niet uit de lucht vallen.

Hoewel Hueting ziet dat het ook hier niet altijd vlekkeloos gaat: “Als bedrijven zich bij ons melden omdat ze een stageplek hebben, moeten ze een formulier invullen. Dat komt niet prettig over, zij willen daar natuurlijk over praten met iemand van ons.”

Meisjes
Als het gaat om nieuwe studenten, is het volgens Hueting vooral belangrijk om nieuwe doelgroepen aan te spreken. Want we zitten volgens haar aan het maximum als het gaat om de traditionele doelgroep ofwel de ‘concrete bèta’s’: degenen die bij wijze van spreken al in de baarmoeder voor techniek kiezen.

Een nieuwe doelgroep wordt, nog altijd, gevormd door meisjes. De slechte traditie die Nederland heeft op dit gebied, zit Hueting nog steeds dwars. “We weten dat meisjes veel meer geïnteresseerd zijn in de maatschappelijke context van techniek. Wij zijn nog teveel gericht op de techniek zelf. Ons nieuwe curriculum moet het aantrekkelijker maken voor meisjes.”

Ook een interessante doelgroep: degenen die door de studentenstops op de TU/e buiten de boot vallen. “Wij hebben overleg met de universiteit om deze groep een programma te bieden waarmee ze kunnen doorstromen naar de TU.” Dat laatste is belangrijk omdat deze studenten doorgaans niet in het hbo willen blijven, zo blijkt uit eerdere ervaringen.

Nieuwe opleidingen
Niet alleen andere curricula moeten het doen, er worden ook nieuwe opleidingen in de strijd gegooid. “Samen met de collega's van Bent (hogeschool Bedrijfsmanagement, Educatie en Bouwactiviteiten op de nieuwe Techniekcampus.Techniek) en TNW (Toegepaste Natuurwetenschappen) ontwikkelen we een parallelle propedeuse, voor studenten die wel iets met techniek willen maar nog niet weten wat. We hopen dat hij in 2020 van start kan gaan, de financiering is nog niet rond. Je hebt aan wiskunde A voldoende, dat wordt bij ons bijgespijkerd naar niveau B.”

Een ander, priller idee is een opleiding in bio-engineering. En tot slot wordt gewerkt aan twee masters: de brede TEC-master voor studenten van alle opleidingen plus een smallere bovenop de Engineering-opleidingen, die onderzoek combineert met – bijvoorbeeld – robotica.

Trendbreuk
Veel hoop vestigen Hueting, Van Andel en het Fontys-bestuur op de techniekcampus die volgend jaar op het TU/e-terrein opent. Volgens Van Andel kan deze een paradigmaverschuiving veroorzaken: een trendbreuk waardoor de groei die nu afvlakt, naar een hoger niveau wordt getild."

Sinds de benoeming van Brainport tot slimste regio ter wereld in 2011, worden Philips, VDL, ASML en de TU/e steeds in één adem genoemd. Daar straalt een soort licht vanaf. Fontys staat nog een beetje buiten die schijnwerper, dat is ook wel begrijpelijk want wij hebben natuurlijk niet alleen maar een technisch profiel zoals de TU. De techniekcampus kan dat wel versterken.”

Eigen verhaal vertellen
Voor bestuursvoorzitter Nienke Meijer ‘bruist’ het bij de techniekopleidingen en wordt dat nog beter zichtbaar als ze straks op de campus bij elkaar zitten. “Iedere opleiding heeft zijn eigen manier om zijn verhaal te vertellen. Be good and tell it. Daarnaast is het onze taak om met alle partijen in Nienke Meijer (foto Fluvius).Brainport aan jongeren te laten zien dat je met techniek het verschil kunt maken. Want jongeren van nu willen een bijdrage leveren aan een betere wereld.” Richting de Technology Week komend voorjaar staat er een gezamenlijke awareness-actie op stapel.

Denkt Meijer eigenlijk dat een verdubbeling van het aantal afgestudeerden in 2015 haalbaar is? “Als je alleen naar de instroom van afgelopen jaar kijkt, dan zie je dagkoersen. Er is overal beweging om de enorme uitdaging die we onszelf gesteld hebben, te halen. Ik ben niet negatief over de vraag of we tot een verdubbeling in 2025 kunnen komen, ik zie wel extra urgentie.”

Humanities
Ook de CvB-voorzitter noemt de brede bachelors die ontwikkeld worden. En hoe de ‘humanities’ worden gekoppeld aan techniek. Aan de kant van het werkveld noemt ze de Centers of Expertise, die bedrijven niet alleen helpen aan studenten maar ook daadwerkelijk expertisecentra vormen waar die bedrijven een beroep op kunnen doen en hun medewerkers kunnen laten bijscholen.

Is het voldoende? “Het kan altijd meer en beter. In het voortgezet onderwijs kunnen we nog beter het beroepsperspectief neerzetten: wat kun je met techniek?” Maar dat Fontys dan niet altijd in het rijtje Philips-VDL-ASML-TU/e genoemd wordt, zoals Van Andel signaleert, ach… “Alle hrm-directeuren van de bedrijven in de regio kennen ons, hoor!” [Debbie Langelaan]

Venlo zoekt het in het buitenland

In Venlo heeft Hans Aarts, directeur van de Fontys Hogeschool Techniek en Logistiek, andere zorgen aan zijn hoofd. Een verdubbeling van het aantal afgestudeerden, daar kan hij alleen maar van dromen. “Wij zitten hier in een krimpregio, dus dat gaat sowieso niet lukken.”
Toch ziet ook Aarts een substantieel hoger aantal studenten alsHans Aarts zijn verantwoordelijkheid. En dat kan ook, zegt hij. “Wij zoeken het logischerwijs in buitenlandse studenten, dat is inmiddels tien procent van onze studenten.” En dan heeft hij het niet over Duitsers, benadrukt hij, want die zijn net zo gewoon als Nederlanders binnen zijn hogeschool.

Aarts heeft altijd al moeten vechten voor iedere student, zegt hij. “Wat dat betreft is het in Eindhoven en omstreken wat gemakkelijker komen aanwaaien, denk ik. Dan is het wat minder nodig om bovenop de middelbare scholen te zitten.” Wat in Venlo vooral helpt, zegt Aarts, is de grote verbondenheid met het bedrijfsleven. “Wij zitten echt dicht op elkaar. Dat kun je laten zien.”

Reacties (0)
Bedankt voor uw bericht.