Fontysbestuur: 'Krimp gaat harder dan gehoopt'
De krimp waar Fontys mee te kampen heeft gaat sneller dan het bestuur had gehoopt. Dat werd gisteravond duidelijk tijdens een vergadering van de centrale medezeggenschapsraad. Van de drie vooraf geschetste scenario's zit Fontys nu in het minst goede scenario. “Maar we doen het niet slechter dan anderen. Dus we moeten onszelf ook niet de put inpraten.”
Zo sprak bestuurslid Frans Möhring na opmerkingen vanuit de medewerkersfractie. Daar maakten enkele leden zich zorgen over de ontwikkelingen als het gaat om de studentaantallen. “Dat we nu zelfs onder ons laagste scenario zitten, dat houdt me wel bezig”, zei Hans Smaal.
Dat weersprak Möhring echter. “Nee, we zitten er niet onder. Wel zitten we in de bandbreedte van dat slechtste scenario. De krimp gaat sneller dan gehoopt. Maar niet sneller dus dan verwacht. Natuurlijk: we hadden liever een stabilisatie gezien en nog liever groei. Aan de andere kant prijzen we ons gelukkig dat we het al ver van tevoren aan zagen komen. Dat is zeker niet altijd het geval bij de andere hoger onderwijsinstellingen.”
Communicatie
De krimp kwam ter sprake bij de behandeling van de Fontysbegroting voor 2025. Er werd gevraagd waarom die begroting, inclusief bezuinigingen, niet door het college van bestuur gecommuniceerd werd met alle medewerkers. Zoals gebruikelijk is die wel te vinden op de interne portal van het bestuur. “Als we nu apart over deze begroting zouden gaan communiceren, dan lijkt het alsof het deze keer anders is dan anders. Dat is het niet”, aldus Möhring.
Bovendien willen de directeuren van de instituten en diensten dit verhaal zelf aan hun medewerkers vertellen, zo zei Möhring, omdat ze het dan in de context van hun eigen instituut of dienst kunnen doen.
Fontysvoorzitter Joep Houterman voegde daar desgevraagd aan toe: “We zullen de directeuren vragen om aandacht te besteden aan de communicatie over de begroting. Zowel van henzelf als van heel Fontys.” Een algemene periodieke boodschap vanuit het bestuur zou volgens hem bovendien ook niet werken omdat de verschillen tussen de instituten daarvoor te groot zijn.
Zorgen
Duidelijk werd wel dat er binnen de centrale medezeggenschap veel zorgen zijn om de ontwikkelingen. Als de krimp in dit tempo doorgaat, zouden er wel eens sneller pijnlijke maatregelen kunnen volgen dan het bestuur voor de zomer nog benoemde.
Möhring: “Ja, het is heftig. De dip is dieper dan we dachten dat die zou zijn. De boodschap die we binnen de organisatie verkondigen is dat we bezuinigen maar dat we het tempo van de krimp nog niet bijhouden. Financieel zijn we echter nog gezond. Al die signalen zijn overigens door ons via interviews en toespraken echt al vaker verteld.”
Volgens Houterman is het antwoord op deze ontwikkelingen een kwestie van lange adem. “Betere doorstroming, minder uitval, een zo breed mogelijk aanbod. En ja, dan komt alles nu ook tegelijk omdat we met een aantal flinke transities bezig zijn die veel energie kosten. Maar die heb je wel nodig om er in de toekomst juist beter voor te staan.”
Taakstellend
Cmr-lid Mirjam Brussée merkte vervolgens op dat gezien de ontwikkelingen een aantal instituten is gevraagd ‘ombuigplannen’ te maken. “Maar komt er binnenkort ook een moment waarop het bestuur taakstellend gaat opereren richting sommige instituten?” Ofwel: verplichtingen opleggen om bepaalde bezuinigingen en hervormingen door te voeren.
“Nee, dat is niet de manier”, aldus Houterman. “Je kunt niet zeggen: er komt zoveel procent minder binnen dus moet iedereen ook dat aantal procenten bezuinigen. Dat is toch voor elk onderdeel van Fontys weer anders." Dat vraagt dus meer dan een generieke verplichting opleggen. "En nee, het is niet het leukste werk. Maar ik heb er wel alle vertrouwen in dat we dit samen ook kunnen doen.”