column, door Tina ten Bruggencatg,
15
september
2026
|
13:05
Europe/Amsterdam

Uitmuntend is het nieuwe voldoende

Na mijn vorige column over hoe hoog (of eigenlijk laag) we de lat in het hoger onderwijs leggen, maakte Freek Sanders me attent op een artikel uit The Harvard Crimson. Dank Freek. Ik heb er alleen nu wel een nieuw probleem bij.

Aan Harvard is inmiddels meer dan zestig procent van de cijfers een A (zeg, een Nederlandse 10). Twintig jaar geleden was dat nog ongeveer een kwart. De mediane (lees de statistiek boeken er maar op na) beoordeling is er tegenwoordig een A. De gemiddelde Harvardstudent is dus uitmuntend.

Dat klinkt geweldig. Totdat je bedenkt dat uitmuntend feitelijk iets betekent als: beter dan de rest. En als de meerderheid uitmuntend is, wie munt er dan nog uit? Harvard noemt het grade inflation. Cijfers hopen zich bovenin de schaal op en verliezen daardoor hun onderscheidend vermogen. Er wordt zelfs overwogen een A+ in te voeren, zodat de werkelijk uitmuntende studenten zich weer kunnen onderscheiden van de gewone uitmuntenden.

We kennen het verschijnsel wel. Boek een Airbnb en je mag na afloop sterren uitdelen. Vijf is uitstekend, vier is goed. Zou je denken. Maar probeer met gemiddeld vier sterren maar eens Superhost te worden: daarvoor heb je minimaal 4,8 nodig.

Ook op Vinted is vijf sterren zo ongeveer de normale afloop van een transactie. Jurk gekocht, jurk ontvangen, jurk bleek inderdaad een jurk en geen broek: vijf sterren.

En wie durft een aardige Uberchauffeur vier sterren te geven? Hij reed veilig, zei vriendelijk goedendag en bracht je precies waar je moest zijn. Vier sterren lijkt me een compliment. Toch voelt het bijna alsof je hem persoonlijk bij Uber hebt aangegeven.

We hebben zo een merkwaardig beoordelingssysteem gecreëerd waarin de maximale score niet meer betekent: uitzonderlijk goed. Hij betekent nu: er ging niets mis. Het was ok, gemiddeld.

En misschien gebeurt in het onderwijs hetzelfde. Een voldoende klinkt inmiddels als een verkapte onvoldoende. Goed is blijkbaar ook niet meer goed genoeg. Iedereen moet excelleren, een talent zijn, boven verwachting presteren en het liefst ergens in uitblinken.

Maar een schaal waarop iedereen bovenaan staat, is geen schaal meer. Misschien moeten we dus niet alleen discussiëren over hoe hoog de lat ligt, maar ook over wat de streepjes op die lat nog betekenen. Een voldoende zou weer voldoende mogen zijn. Goed gewoon goed. En uitmuntend bewaren we voor iets of iemand die daadwerkelijk uitmunt.

Anders krijgt straks iedereen vijf sterren, een A en het predicaat excellent. Jammer alleen dat dan niemand nog weet of en hoe goed dat dan is.

Tina ten Bruggencate is docent aan Fontys Hogeschool Toegepaste Psychologie en onderzoeker bij het lectoraat Ethisch werken. Lees hier haar eerdere columns voor Bron.

Reageren kan hieronder. Eenmaal gepubliceerde reacties worden niet verwijderd

Reacties 1 - 5 (5)
Bedankt voor uw bericht.
marielle daemen
18
September
2026
Een A+ voor je weerwoord aan het adres van Drs. F, Tina en natuurlijk ook voor je column!
Jannie
18
September
2026
Mooi Tina! Opmerkelijk verschijnsel dat inderdaad doorwerkt in de maatschappij en volgens mij ook in taal. Misschien herken je de verschuiving in wat het bijvoorbeeld het woord 'prima' oproept. Denk eens aan hoe dit 25 jaar terug gebruikt werd versus nu, zie jij het ook?
Maja
18
September
2026
Ja, ik zie deze ontwikkeling overaal, ok prive in opvoeding van kinderen. Ik ben bang dat op dit manier nog meer druk wordt gelegd op mensen om altijd en overal excellent te presteren.

En trouwens Tina, weer een geweldige column!
Henk Verhoeven
16
September
2026
Ik zie een verband – maar Drs. Meiboom, dit is niet meer dan speculatie van mijn kant – tussen de door Tina aangehaalde cijferinflatie en de self-esteem movement van enkele decennia terug. Die stelde dat leerlingen en studenten alleen met complimenten en positieve feedback overladen moesten worden en kritiek zoveel mogelijk achterwege moest blijven. Onderzoek van Baumeister, Campbell, Krueger en Vohs (2003) toonde aan dat dergelijke kunstmatige boosts van het zelfbeeld weinig tot geen positieve effecten opleverden, zeker niet in objectieve prestatiematen. Helaas echoot deze filosofie lang nadien nog na in moderne onderwijsvisies, waar bijvoorbeeld hoogleraar cognitieve psychologie Wouter Duyck (2023) al eerder overtuigend heeft laten zien dat zelfvertrouwen niet automatisch leidt tot betere prestaties, maar dat competenties eerst ontwikkeld moeten worden en dat dat zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld oplevert. Begin dus bij het vak en niet bij persoonlijkheidsontwikkeling.

Bronnen:

Baumeister, R. F., Campbell, J. D., Krueger, J. I., & Vohs, K. D. (2003). Does high self-esteem cause better performance, interpersonal success, happiness, or healthier lifestyles? Psychological Science in the Public Interest, 4(1), 1–44.

Duyck, W. (2024). Mijn kind, slim kind: Waarom lezen en tellen de wereld zullen redden. Pelckmans.
Drs. F. Meiboom
16
September
2026
'En misschien gebeurt in het onderwijs hetzelfde.'
- En misschien ook niet? Deze vorm van redeneren: A is waar, dus B zal ook wel waar zijn, is een vorm van drogredeneren.

'Goed is blijkbaar ook niet meer goed genoeg.'
- Dat geldt zeker voor het niveau van deze column. De gevolgtrekkingen die worden gemaakt zijn puur speculatief en zouden bij een zichzelf serieus nemende redactie geen voldoende mogen halen
Tina
16
September
2026
Dank voor uw reactie. Ik voel me inmiddels bijna vereerd door de aandacht die u aan mijn columns besteedt.

Uw redenering gaat alleen wat mank. Harvard ís namelijk wel degelijk onderwijs en bovendien een van de meest prominente onderwijsinstellingen ter wereld. Mijn column vertrekt vanuit een concreet rapport over cijferinflatie daar en stelt vervolgens de vraag of we iets vergelijkbaars breder in het onderwijs en vooral in de maatschappij zien. Het woord “misschien” is daarbij nogal essentieel. Dat is geen bewijsvoering van A naar B, maar het opwerpen van een vraag.

Gelukkig is een column geen wetenschappelijk artikel en al helemaal geen hogere wiskunde. Een column mag observeren, vergelijken, uitvergroten, verbanden leggen en prikkelen. U mag hem vervolgens natuurlijk onvoldoende vinden.

Wat ik minder indrukwekkend en zwaar onvoldoende vind, is iemand publiekelijk de maat nemen en diens niveau afserveren, terwijl u zelf schuilgaat achter een niet-verifieerbare naam. Stevige kritiek vraagt niet om een titel voor de naam, maar wel om de moed om je eigen naam eronder te zetten.

Maar misschien leg ik de lat nu te hoog voor u.