Neurodiversiteit op de werkvloer: 'Hoop op meer begrip'
Te veel geluid om je heen, overleggende collega’s, felle lichten of overheersende geuren kunnen voor veel afleiding zorgen, zeker voor mensen met neurodivergentie. In een kennissessie bij Fontys Vitaal werd daar donderdag op in gegaan: waar lopen mensen tegen aan, maar ook: wat gaat er wél goed?
De kennissessie was een samenwerking tussen Fontys Vitaal en de Workspace Vitality Hub en ging over neurodiversiteit op de werkvloer. Lisanne Bergefurt, assistent professor aan de TU/e, deelde haar bevindingen over haar onderzoek dat gericht is op dit onderwerp. Ze vertelde waar mensen met neurodivergentie tegenaan lopen op de werkvloer, wat er goed gaat, maar ook wat er niet goed gaat.
Ook twee medewerkers van Fontys, Monica Sontrop en Loes Pullens, kwamen aan het woord door hun persoonlijke ervaringen met prikkels op de werkvloer te delen. En Floortje Zwaal, student Medisch Beeldvormende en Radiotherapeutische Technieken, deelde de resultaten van haar afstudeeronderzoek.
Stappenplan
In een gesprek met Bron vertelt Floortje dat er steeds meer organisaties en bedrijven zijn die niet weten hoe ze neurodiversiteit op de werkvloer aan moeten pakken, terwijl er op veel plekken toch vaak werknemers zijn die last hebben van prikkels.
Floortje zocht uit welke prikkels er op de werkvloer zijn en welke oplossingen daarvoor geboden kunnen worden. De uitkomsten daarvan bundelde ze in een soort handleiding met daarin een stappenplan, waarbij de ervaringen in gebouw R11 als uitgangspunt werden gebruikt. “Het aantal prikkels is daar heel groot”, vertelt Floortje. “Ik heb verschillende medewerkers gesproken die er allemaal last van hebben. Stuk voor stuk geven ze aan dat het geluid heel extreem is, vooral op hun afdeling.”
Medewerkers hebben bijvoorbeeld last van lawaai van mensen die de trap op en af lopen. Maar ook van visuele prikkels, drukte op de afdeling, temperatuur, de luchtkwaliteit en geuren vanuit de kantine, die mensen met neurodivergentie heel overheersend en daardoor storend kunnen vinden. “Er kunnen dan klachten ontstaan als stress, vermoeidheid en andere fysieke en mentale klachten”, aldus Floortje.
Snel afgeleid
Monica Sontrop en Loes Pullens ervaren dat ook. Monica werkte in een initiërende rol mee aan het onderzoek van Floortje, maar ook als ervaringsdeskundige. “Ik heb het vermoeden dat ik ADD heb, waardoor ik in sommige omstandigheden extreem snel ben afgeleid. Dat kan aan verschillende dingen liggen, zoals veel beweging of geluid om me heen. Soms zonder ik me dan af op plekken waar je even alleen kunt zitten, maar die zijn er niet zoveel. Niet genoeg althans voor het aantal mensen dat er behoefte aan zou hebben. Uit onderzoek is gebleken dat ongeveer 10 procent van de medewerkers te veel prikkels ervaart. Ik vind dat nog een onderschat getal.”
Loes Pullens herkent zich in de klachten van Monica. Pullens heeft een vorm van autisme en vindt het daardoor lastig om in grote, open ruimtes te werken. “Ik werk in een grote ruimte waar ik gelukkig wel in een hoek gepositioneerd zit. Maar als ik met mijn buurman aan het praten ben en er aan de andere kant van de ruimte andere mensen aan het overleggen zijn, dan kan het snel te veel worden. Daarnaast zijn te felle lichten ook niet prettig.” Ze zou om die reden liever minder grote kantoortuinen zien en meer kleinere ruimtes.
Kleine aanpassingen
Het zal lastig zijn om de problemen helemaal op te lossen omdat de bestaande Fontys-gebouwen nou eenmaal niet opnieuw gebouwd zullen worden. Maar er zijn wel kleine aanpassingen mogelijk. Ook daar deed Floortje onderzoek naar. “Ze zullen het probleem nooit helemaal weghalen, maar ze kunnen de werkplek wel beter maken. Je kunt bijvoorbeeld denken aan geluiddempende wanden. Een andere student is bezig met het maken van een prototype daarvan, dat daadwerkelijk gebruikt zal worden.”
Monica hoopt dat oplossingen zoals deze er meer zullen komen, maar weet ook dat de huidige financiële stand van zaken daar misschien niet alle ruimte voor biedt. “Ze hadden er beter vooraf wat beter over na kunnen denken", zegt ze.
Pullens hoopt vooral op meer begrip bij collega’s. “De onwetendheid en het onbegrip bij collega’s is een groot issue”, vindt ze. “Als meer mensen zouden begrijpen wat er speelt bij mensen met neurodivergentie, dan zou het ook makkelijker worden om even ergens anders te gaan zitten. Ook al zouden er wél genoeg ruimtes zijn om je in terug te trekken, het moet door anderen wel geaccepteerd worden. En dat gebeurt nu niet altijd.”