Import Tilburger Erik nu een expert in Tilburgse taol
Ge hoeft nie öt Tilburg te koome om en dèskundege op et gebied van de Tilburgse taol te wòrre. Daor is Erik Bienefelt, wèèrkzaom bè Marketing, Kommeniekaasie èn PR bè Fontys, et lèèvende bewèès van. De van orsprong Wèst-Braabander bròcht vurrege mònd zen nuuwste (nie zen irste èn werschènlek ok nie zen liste) Tilburgse verhaolenbundel èùt. Daor kan mènneg Krèùkezèèker nòg en puntje òn zèùge.
Tot zover het (voor sommige mensen onleesbare) Tilburgs. En voor wie er niks van begrijpt: Erik Bienefelt, werkzaam bij Marketing, Communicatie en PR bij Fontys, heeft een nieuwe Tilburgse verhalenbundel uitgebracht.
Het Tilburgse balletje is ooit gaan rollen nadat Bron een artikel publiceerde over Bienefelt en zijn schrijfkunsten. Onder dat stuk reageerde een ‘clubje amateurs’ – hun woorden, niet de onze – dat het Tilburgse dialect graag in stand wil houden. Ze vroegen Bienefelt om hulp bij het schrijven van verhalen. ie wilde hij wel bieden. “Zo ben ik in aanraking gekomen met Stichting Tilburgse Taol en heb ik ook de aardigheid in de Tilbugse taal gekregen”, legt hij uit.
Daar was wat kruim voor nodig, want als import Tilburger moest hij in eerste instantie helemaal niks van het dialect hebben. “Bij ons thuis, we komen uit een klein dorp in West-Brabant, was dialect vroeger echt iets voor ordinaire mensen. Het Tilburgse dialect heeft ook een ordinair randje, maar is tegelijkertijd heel verhalend. Mede vanwege het textielverleden zitten er veel Franse invloeden in en dat maakt het zo mooi.”
Hij noemt wat voorbeelden van typische Tilburgse uitspraken, vaak dus met een Frans tintje. Zijn favorieten: op sjanternèl gaan (op stap gaan), meepesaant (tegelijkertijd), te pôot naor hèùs gaon (te voet naar huis gaan), verkèt (vork, van het Franse ‘fourchette’) en ‘de knòrrie zaat in zen drinkesbèkske te jiepe: de kanarie zat in zijn drinkbakje te spetteren’. “Het feit dat zo’n (banale) zin in een woordenboek staat vind ik gewoonweg hilarisch!”
Tilburgse taalklas
De liefde voor het dialect werd alleen nog maar sterker toen Bienefelt zo’n drie jaar geleden de Tilburgse taalklas volgde. “Daar heb ik me echt kapotgelachen”, zegt hij. "Ik was met mijn 47 jaar de jongste van de club; de rest was allemaal een stuk ouder. Er werd daar regelmatig ruzie gemaakt over een streepje dat er wel of niet zou moeten staan”
Dat klinkt begrijpelijk, want wie in het Nederlands-Tilburgse woordenboek Goedvertòld kijkt, dat in oktober vorig jaar verscheen en binnen enkele maanden was uitverkocht, ziet hoe ingewikkeld alleen al de leestekens in het Tilburgse dialect zijn.
Bienefelt leverde een bijdrage aan de promotie van het woordenboek. Maar daar stopte het niet: een paar weken terug bracht hij onder zijn pseudoniem Jacq Zêeverzacq het boek Wie zwèègt heej gemak praote (wie zwijgt heeft makkelijk praten) uit, met daarin 26 korte verhalen en 13 gedichten. Geschreven in het officiële Tilburgse dialect, volgens de spelling van dialectspecialist Wil Sterenborg. De verhalen uit het boek zijn vaak gebaseerd op waargebeurde jeugdherinneringen.
“Toen ik een jaar of zes was, gaf mijn broer mij 100 gulden om een skelter te kopen. Maar eenmaal daar werd ik keihard uitgelachen omdat ik monopolygeld had gekregen. Later kaatste ik de bal terug toen mijn broer een keer door de politie werd opgepakt vanwege wat kattenkwaad. Ik ben toen met mijn vader naar het bureau gegaan en gaf hem het Monopoly-kaartje ‘verlaat de gevangenis zonder betalen’. Daar is een van de verhalen uit de bundel op gebaseerd.”
AI-chatbot
De verhalen schreef hij allemaal zelf, maar liet hij nog wel door meerdere mensen van de stichting én de vertaalservice – ja, die bestaat! – vertalen zodat alles in correct Tilburgs dialect stond opgeschreven. Vanwege die ondenkbare leestekens dus. En alle andere moeilijkheden, die zelfs voor een expert als Bienefelt nog erg complex zijn. “Ik heb van alles met de Tilburgse taal gedaan: van de taalklas tot het Tilburgs dictee en het Tilburgse woordenboek. Maar het dialect is zó complex, dat ook ik nog steeds fouten maak.”
In de toekomst wil de Fontys-medewerker nog meer met de Tilburgse taal aan de slag en daarbij hoopt hij hulp te krijgen van een van zijn andere toekomstplannen: een Tilburgse translator. “Samen met de universiteit van Tilburg ben ik aan het kijken of we een AI-chatbot kunnen maken. Een soort Google Translate, maar dan voor Tilburgs dialect. Zo kan de Tilburgse Taol ‘vur aaltij’ geborgd worden!”
Wie zwèègt heej gemak praote’ van Jacq Zêeverzacq is te koop bij Gianotten Tilburg en Primera Aabe, voor vijftien euro.
Foto bovenin: Erik Bienefelt, gemaakt door Jostijn Ligtvoet
"Onder dat stuk reageerde een ‘clubje amateurs’ – hun woorden, niet de onze – dat het Tilburgse dialect graag in stand wil houden en Bienefelt vroeg om hulp bij het schrijven van verhalen. Dat wilde hij wel."
Na 4x lezen ben ik er nog niet uit;
De club amateurs reageert dat het Tilburgse dialect iets in stand wil houden? Wat dan?
En daarna vroeg Bienefelt hen (meervoud) om hulp, maar dat wilde hij (enkelvoud) wel?