Een andere kijk op AI: 'De mens kan alles wat AI kan'
AI maakt deel uit van ons dagelijks leven en ontwikkelt zich sneller dan we ons kunnen voorstellen. Hoelang duurt het nog voordat er een allesomvattende AI is? Moeten we ons daar zorgen om maken? Lectoren Tessa Cramer en Gerard Schouten vertelden er woensdag alles over tijdens het openbaar college ‘Een andere kijk op AI’.
Dat dit het derde openbaar college van Fontys is dat zich focust op AI zegt genoeg over hoe actueel het onderwerp is. “Logisch ook, want intelligentie ontwikkelt zich al sinds 3,5 miljard jaar”, gaat Gerard Schouten, lector Sustainable Data & AI Applications, van start. Maar wat is intelligentie eigenlijk en wie heeft het? Dat is een vraag zonder één definitie.
Stel; een Amsterdamse taxichauffeur kent honderd straatnamen in de regio uit zijn hoofd en weet precies welke sluiproutes te nemen bij wegafzettingen. Of wat dacht je van een onderzoeker die ontdekt dat bij bepaalde vormen van kanker immuuntherapie beter aanslaat wanneer patiënten een coronaprik hebben gehad? Of kleine zwanen die elke herfst naar West-Europa trekken en herkenningspunten onthouden? “Allemaal intelligent, en dus onderdeel van een verschrikkelijk breed begrip.”
Evolutie van intelligentie
Het eerste eencellige organisme dat 3,5 miljard jaar geleden ontstond en DNA bevatte, bezat al intelligentie, vertelt de lector. Pas veel later, in 1947, ontstond het idee van artificiële intelligentie. Toch was het pas in 2013 toen AI een vlucht maakte nadat men in een soort wanhoopspoging een enorme hoeveelheid informatie in één computernetwer stopte, waar vervolgens resultaten uitkwamen die beter waren dan ooit tevoren. “Zo ontstond deep learning”, zegt Schouten.
Hij noemt het de meest complexe machine die we ooit als mens gemaakt hebben. "Maar de mens kan alles wat AI kan, maar met een eigen wil, een morele wil. Een mens is daarnaast nieuwsgierig, kan dingen duiden, begrijpen, reflecteren en verwonderen.” [Tekst gaat verder onder de foto's]
Dat laatste is precies hetgeen waar Tessa Cramer, lector Designing the Future, op aanhaakt. “Ik ben niet AI-onderlegd, maar wél geïnteresseerd in de toekomst en hoe we mens kunnen blijven in een snel veranderende wereld waarin AI integreert.”
Dat komt vaak met twee uitersten: doemdenken, zoals in sciencefiction-films, of een ‘alles komt goed’-mentaliteit. “Maar de toekomst is vaak rommeliger dan we ons voorstellen.”
Pessimisme en veranderen
Dat brengt pessimistische gevoelens met zich mee en dat ziet Cramer ook terug in haar werk, waar ze regelmatig de vraag krijgt hoe mensen om kunnen gaan met pessimisme wanneer ze nadenken over de toekomst.
Om te beginnen is de toekomst volgens de lector een plek die je op veel manieren kunt interpreteren. “Door hem op te rekken tot mogelijke toekomst, zoals kunstenaars en ontwerpers doen. Mensen die onze grenzen verleggen in wat wij mogelijk achten. Of door hem te zien als een wenselijke toekomst. Een plek waar beleidsmakers en politici zitten omdat ze altijd een norm meebrengen.”
Maar dan is er ook nog de waarschijnlijke toekomst: een soort lineair doortrekken van wat we allemaal kennen. “Een grote val waarin we het liefst op repeat doen wat we kennen, en de dag van vandaag morgen weer beleven. Als we dat allemaal blijven doen, blijft de wereld precies hetzelfde. Terwijl het juist mooi is om de wereld te veranderen.”
Verwonderen in ongemak
Zo had men in de vooroorlogse tijd nooit verwacht dat computers in onze broekzak zouden passen. En zo kunnen velen nu niet bevatten dat AI onze wereld gaat veranderen. Toch is Cramer van mening dat mensen zich vooral moeten verwonderen, in plaats van dat ze aannames doen. “Aannames kunnen namelijk behoorlijk belemmeren. Verhalen die we vertellen over AI zijn bijvoorbeeld vaak gevaarlijker dan AI zelf. We moeten ons dus bewuster zijn van wat mensen zeggen over de technologie, dan van de technologie zelf.”