De reorganisatie, de cijferbrij en de spiegel
Er zijn van die momenten waarop je je afvraagt: waar was iedereen toen het mis begon te gaan? Dat moment is nu. Bij mijn opleiding komt er een reorganisatie. Er moeten mensen uit. Veel mensen. Omdat de studentenaantallen dalen. Omdat de inkomsten afnemen. Omdat de cijfers niet langer liegen. En dus ligt er een plan. Een herijking. Een zorgvuldig proces, zo luidt het, met aandacht voor iedereen.
Maar terwijl ik naar dat plan kijk, denk ik vooral: waar waren de plannen vijf jaar geleden? Want eerlijk is eerlijk: die cijfers – die waren er al. De demografische prognoses, de krimpende jaargangen, het gestaag afnemend aantal aanmeldingen… ze lagen op tafels, in rapporten, in Outlook-bijlages die waarschijnlijk keurig zijn doorgeklikt, maar niet aangeklikt.
Toch werden er mensen aangenomen. Nieuwe functies gecreëerd. Extra structuurtjes gebouwd. Er was immers ruimte – op papier. En zolang er niemand écht vroeg naar de rekensom, kon er van alles. Management leek vooral een kwestie van excel-acrobatiek: je schuift wat fte’s, noemt iets “strategisch”, en klaar is je groeipad. En nu? Nu er gereorganiseerd moet worden, grijpt men ineens terug op de cijfers. Wordt er gerekend, gewogen, afgestreept. Nu krijgen mensen hun naam op een lijst, met als toelichting: ‘onvermijdelijk’.
Wat me het meest raakt: de eenzijdigheid van de schuldvraag. Alsof dit een natuurverschijnsel is. Alsof het universum spontaan besloot: laat ik wat onderwijsbanen uitgummen. Alsof niemand er iets aan had kunnen doen. Terwijl dit geen storm is – dit is jarenlang dralen, duwen, doorduwen, en nu verbaasd opkijken als de boel kantelt.
In elk ander systeem zou je terugkijken. Een evaluatie doen. Wie nam welke besluiten? Wat zijn de gevolgen? En vooral: wie draagt de verantwoordelijkheid? Maar in ons systeem lijkt dat anders te werken.
Er gaan straks collega’s uit. Mensen die met studenten werkten, programma’s schreven, onderwijs gaven. De werkpaarden van het systeem. En degenen die al die jaren het zadel glanzend hielden terwijl de wagen scheef begon te hangen? Die mogen voorlopig blijven zitten, krijgen soms zelfs een promotie. Het wrange is: de spiegel wordt wel gepakt, maar alleen om naar de cijfers te kijken. Niet naar jezelf.
Tina ten Bruggencate is docent aan Fontys Hogeschool Toegepaste Psychologie en onderzoeker bij het lectoraat Ethisch werken. Lees hier haar eerdere columns voor Bron.
Als we desondanks dus nog enorm krimpen vermoed ik dat dat (mede) om andere redenen is dan demografische krimp.