Conservatisme door de bril van seksualiteit
Vrouwen achter het aanrecht, mannen zijn weer ‘echte’ mannen, homoseksualteit deugt niet. Het zijn enkele elementen uit het opkomend conservatisme dat onder jongeren gesignaleerd wordt. Tijdens een drukbezocht openbaar college gaven twee Fontyslectoren uitleg en achtergronden over waar die verandering vandaan komt.
Het was volle bak dinsdagavond in de LocHal, bij het openbaar college over de opmars van conservatisme. Iris Andriessen als lector bij Fontys samenlevingspedagogiek, en Rutger van de Sande als lector Learning Design, etaleerden hun visie op de oorzaken en gevolgen ervan.
Zoals het onderzoekers betaamt, werden daarbij veel cijfers en grafieken getoond die de trends op dat gebied tonen. Niet geheel verrassend zag je grofweg overal dezelfde beweging: in de tweede helft van de vorige eeuw, en met name vanaf de jaren zeventig en tachtig, werden we in meerderheid allemaal progressiever. Tolerantie, begrip en acceptatie voor kwesties als homoseksualiteit, man-vrouwrollen en echtscheidingen namen jarenlang toe.
“Maar de laatste tien jaar lijkt er iets aan de hand te zijn”, toonde Andriessen ook weer met cijfers en data aan. “Bij al die ontwikkelingen zien we nu dat de stijgende lijn verandert in een dalende lijn.” Eén oorzaak is daarvoor niet aan te wijzen, zo bleek uit haar betoog.
Maar dat de online wereld daar een grote factor in is, dat maakte zij wel duidelijk. Tradwives (vrouwen die zich presenteren als grote voorstanders van de klassieke huisvrouw), de manosphere (een waaier aan websites en online platforms waar mannen mysogene, vrouwonvriendelijke of ‘klassieke mannelijkheid’ aanhangen), de opkomst van een influencer als Andrew Tate: het kwam allemaal voorbij.
Individualisering
Rutger van de Sande gaf vervolgens wat achtergronden over waar die ontwikkeling mogelijk vandaan komt. Hij schetste het beeld van online ‘echokamers’, bubbels en filters waardoor iedereen steeds meer in hetzelfde kringetje blijft hangen of daar ingezogen wordt. En hoe dit ook doorsijpelt naar de echte wereld.
“Ooit hebben we als samenleving een gezamenlijk ‘contract’ opgesteld, dat we alle kinderen dezelfde kansen en dezelfde start willen geven. Op basis van het Engelse gezegde ‘It takes a village to raise a child’. Door de toegenomen individualisering in de maatschappij is dat veranderd. Een kind is nu niet meer een kwestie van opvoeden, nee het is een project geworden.” Mensen willen nu dat hun kind de beste start en de beste kansen krijgt. “En dat doe je alleen voor je eigen kind. Opvoeden gebeurt dus niet meer als samenleving, maar puur als ouder.”
Zo zit echter het onderwijs niet in elkaar. “Daar kom je kinderen tegen die allemaal een andere opvoeding hebben gehad. Maar hun ouders eisen dat het opvoeden op hùn manier gaat. Dat kan dus niet. Als leraar kun je niet al die ‘contracten’ individueel aanhouden.”
En als voorbeeld gaf hij een actuele discussie aan, die toch weer op seksualiteit is terug te voeren: de Week van de Lentekriebels. “Een derde van alle scholen in Nederland doet daaraan mee. 4 procent van alle scholen doet helemaal niets aan seksuele voorlichting. Terwijl dat wel in de landelijk afgesproken kerndoelen van het basisonderwijs is opgenomen. Twee van die 58 kerndoelen gaan over seksuele vorming. En de discussie daarover escaleert nu heel snel. Ouders en scholen komen daarbij lijnrecht tegenover elkaar te staan.”
Beperkt
Zo kregen de toehoorders een heleboel achtergronden en informatie over conservatisme en seksualiteit. Waarbij het overgrote deel van het publiek desgevraagd ook aangaf dingen te horen waar ze nog geen weet van hadden. Wel jammer was dat het college beperkt bleef tot seksualiteit, en dat het oprukkend conservatisme niet ook in breder verband werd behandeld. Religie, ras of afkomst, economie, politiek: het kwam in een bijzin of helemaal niet voorbij.
Aan het einde kreeg het publiek nog een heel klein beetje tijd om te reageren. De prikkelendste vraag was: waarom hebben jullie niet ook iemand uit bijvoorbeeld die manosphere uitgenodigd? Is het niet zo dat dit nu eigenlijk ook maar een eenzijdig beeld is, namelijk dat van jullie twee, dat geschetst wordt?
Interessante vraag, antwoordde Andriessen. En ja, in zekere zin had de vragenstelster ook wel gelijk. “Maar dit is nu eenmaal het format waarvoor we gekozen hebben. Los daarvan: ik respecteer ieder individu, maar ik respecteer geen denkbeelden die racistisch, seksistisch of homofoob van aard zijn. En wij willen iemand met dat soort denkbeelden daarom ook geen podium geven.”
Echt wel! Het economisch instituut van de Universiteit Utrecht is een van de instellingen die hier zeer gedegen onderzoek naar deden en doen. Zoek maar 'ns op.
Mijn stukje ging over het gegeven dat er ook in de reguliere media beschaafd op los wordt gescholden, zij het minder hard dan in de sociale media. Anders dan Paul meent, kom ik niet op de proppen met een of ander causaal verband om vervolgens met een priemende vinger de reguliere media iets “aan te rekenen”. Ik zie - aan de lopende band - een reeks scheldpartijen, nepnieuws, ongefundeerde beweringen, non-items en banale voorstellen langskomen, die niet misstaan op dubieuze sociale media. Door dit te benoemen, maak ik mij kennelijk “hard voor veel mannen”, maar dat is een gedachtenkronkel die toch echt volledig voor rekening van Paul komt.
Als je in deze discussie een kritische noot maakt, loop je grote kans dat je meteen op de schoot van Baudet wordt gehesen of dat je – zoals in dit geval door Paul – ineens een wonderlijke spreekbuis wordt van mannen die niet kunnen omgaan met het feit dat anderen zich laten horen. Noch Baudet, noch spreekbuis is hier aan de orde.
En wat die bescheiden lijst betreft: mijn boek komt er aan.
In de reguliere media komen we de afgelopen jaren aan de lopende band soortgelijke wijsheden tegen als : ‘Mannen zijn biologisch gezien van mindere kwaliteit’ (verouderingsexpert David van Bodegom); westerse mannen zijn ‘de kluts kwijt wat betreft hun seksualiteit’ (comédienne Nina de Parra); ‘witte mannen zijn erg vermoeiend’ (schrijfster Sabrine Ingabire). Mannen kunnen niet meer mee (weet hoogleraar Maaike Meijer). Deze opsomming kan moeiteloos worden uitgebreid. Al deze intellectuele hoogstandjes, die gespeend zijn van elke vorm van ironie, passen naadloos bij de boodschap dat mannen simpelweg niet deugen. Incidenteel kom je een relativering tegen: volgens zangeres Sophie Straat zijn ‘niet alle mannen kut, maar ze nemen wel verdomd veel plek in’. (De uitzondering op die regel blijkt overigens haar vriend te zijn.)
Ook de welgemeende m/v-adviezen ademen dezelfde boodschap. Mannen moet ‘niet alleen verteld worden om op te houden met seksuele intimidatie en onbetamelijke grappen, maar ze moeten ook aangespoord worden om vrouwen oprecht te bewonderen’, aldus NRC-columniste Josette Daemen. Kunstenares Kirsha Kaechele ziet wel heil in een verbod voor mannen om sommige museumzalen te bezoeken. Dan kunnen ze voelen hoe het is om vanwege je gender niet welkom te zijn. De Vlaamse filosoof Arthur Hendrikx houdt een serieus pleidooi om mannen het stemrecht te ontnemen, want zij hebben er onder meer voor gezorgd dat Trump gekozen werd.
Deze uitspraken zijn niet opgedoken in de krochten van het internet, maar al deze intellectuele hoogstandjes het zijn serieus bedoelde opmerkingen van onder meer hoogleraren en andere publieke smaakmakers. Deze opsomming kan moeiteloos worden uitgebreid.
En dan de eenzijdigheid. Wat je bijvoorbeeld voortdurend leest, is dat vrouwen voor het hetzelfde werk minder verdienen dan mannen, terwijl er voor die bewering geen goed empirisch bewijs is. Kennelijk maakt dat laatste niet uit. Zo wordt ook regelmatig gesproken over "de patriarchale samenleving". Maar een traditioneel koppel (met een inkomen van 40.000 en waarin hij werkt en zij thuis is) betaalt in Nederland 12 keer zoveel inkomstenbelasting als een koppel, waarbij werk/thuis gelijk verdeeld is.
We lezen vaak over het (inderdaad belachelijk lage) aantal vrouwelijk hoogleraren en CEO’s, maar niet of nauwelijks dat het gros van de rechters vrouw is en evenmin dat de advocaten, arts, notaris, specialisten van morgen(vroeg) vrouw is. Dat maakt voor de kwaliteit niets uit, ook al wordt (alweer) in de reguliere media het tegendeel beweert.
Neem de suggestieve bewering van de drie advocaten uit de recente documentaire van Sunny Bergman (vorig week op tv): geweld van vrouwen tegen mannen komt niet voor. Uit onderzoek, dat uitgaat van zelfrapportage, blijkt dat deze vorm van geweld helemaal niet ongewoon is. De aangiftebereid is laag, maar dat is wat anders.
Zo doen meisjes het vanaf de derde van de middelbare school en vrouwelijke studenten op de uni/hbo al meer dan een kwart beter dan jongens/mannen. In de krant lezen we dan dat qua onderwijs volledige mv-gelijkheid is bereikt, dat dit min of meer goed nieuws is voor meisjes (Truijens) en dat jongens maar eens wat harder moet werken (Philip Huff) of dat ze wat minder moeten gamen (Telegraaf). Erg diepgravend allemaal.
En dan elke keer weer die Andrew Tate. Alleen al vorig jaar draafde hij – vaak zonder actuele aanleiding - meer dan 800 keer op in de kranten als het toonbeeld van toxische mannelijkheid. “Door influencers als Andrew Tate zijn ook Nederlandse jongeren flink verdeeld geraakt over thema's als mannelijkheid en vrouwelijkheid”. (NRC, 29 okt.) Zijn invloed is enorm: “deze vrouwenhater vergiftigt miljoenen jonge mannen” (Ad, 30 okt.)
Is dat echt zo? Er was (en is) namelijk geen goed bewijs voor die toxische invloed van Tate. Uit het eerste wetenschappelijk onderzoek over Tate zou blijken dat vrouwelijke docenten in Australië massaal het onderwijs ontvluchten, omdat ze de laatste twee jaar omringd worden door kleine Tates-in-wording. Het gaat daarbij om een slecht onderzoek in de zin dat niet duidelijk wordt welke vragen zijn gesteld aan de dertig docenten die hebben meegewerkt aan het onderzoek, dat niet duidelijk wordt hoe de onderzoeksgroep is opgebouwd, dat alternatieve verklaringen niet worden besproken en dat Twitter en Instagram niet meteen de meest voor de hand liggende tools zijn om docenten te werven voor een onderzoek.
Los van de slechte kwaliteit leverde dit onderzoek stof voor talloze indianenverhalen. Het NPO Radio1-programma Nieuws en Co stelde glashard dat het onderzoek ging over de impact van Tate op het onderwijs: “seksueel wangedrag en vrouwenhaat op Australische scholen is inmiddels geaccepteerd gedrag”, maar dat stond helemaal niet in het onderzoek. “Voor veel vrouwelijke docenten is het een reden om het vak te verlaten”, stelde nos.nl. Datzelfde werd ook beweerd in een krantenartikel in NRC met de vette kop “Australische vrouwen de klas uitgejaagd door Andrew Tate”. Pas op het einde van het artikel stond er piepklein het zinnetje: “het is niet bekend hoeveel vrouwelijke docenten specifiek vanwege vrouwenhaat in de klas ontslag nemen”.
In dit verband is de negentiende Jugendstudie van belang, die 16 oktober 2024 in Duitsland verscheen. Dat is een gedegen trendonderzoek onder leiding van Mathias Albert, die als hoogleraar sociologie verbonden is aan de universiteit van Bielefeld. Volgens dit onderzoek is er geen sprake van een polarisering onder jongeren als het over m/v-kwesties gaat. In Duitsland maakte dit wel een en ander los, maar de belangstelling voor dit onderzoek in de Nederlandse media was letterlijk 0. (En Duitsland ligt toch ietsje dichter bij Nederland dan Australië, zou je zeggen.)
En dan de subtiele toon. Het verschil tussen haar zoon en haar dochter baart haar zorgen, zegt schrijver Dieuwertje Mertens (in een artikel in Trouw/Tijdgeest, 14.9.2024). Maar wie haar artikel leest, begrijpt al snel dat ze alleen kritiek op haar zoon heeft, want het jongetje heeft verwerpelijke m/v-ideeën en is voornamelijk geïnteresseerd in saaie filmpjes die allemaal ‘geen recht doen aan de complexiteit van de menselijke ervaring’. Hoewel de jongen nog maar net de basisschoolbank heeft verlaten, wordt hem nu al de maat genomen.
Dit is maar een kleine greep uit de mediaberichten, maar al deze stukjes passen kwalitatief perfect in sociale media.