De opmars van conservatisme: 'Niet onschuldig'
Jongeren worden volgens onderzoek steeds conservatiever. De opmars van tradwives en de populariteit rondom influencer Andrew Tate lijken dat te bevestigen, maar wat zijn de gevolgen hiervan? Lectoren Iris Andriessen en Rutger van de Sande geven er meer inzichten over.
‘Wie jong is en niet links stemt, heeft geen hart. Wie ouder is en niet rechts stemt, heeft geen verstand.’ Het beroemde citaat van de Britse oud-premier Winston Churchill lijkt anno 2025 actueler dan ooit. Want hoe komt het toch dat jongeren met de jaren steeds conservatiever lijken te worden, terwijl thema’s als inclusie en diversiteit weer langzaam wat meer naar de achtergrond lijken te verschuiven?
Die vraag stelden Iris Andriessen, die als lector bij Fontys Pedagogiek onderzoek doet naar samenlevingspedagogiek, en Rutger van de Sande, lector Learning Design en leading lector van het kenniscentrum Youth Education for Society bij Fontys Educatie, zichzelf ook. Zij geven op dinsdag 1 april een openbaar college over conservatisme in de Tilburgse LocHal.
Backlash
“Soms kunnen dingen mij enorm intrigeren”, legt Andriessen uit over de keuze van het onderwerp. “Omdat het zo tegen een trend ingaat die je eerst meent te zien. De toenemende openheid die er leek te bestaan rondom inclusie en diversiteit, wordt nu teruggeslagen door een bepaald conservatief gedachtengoed. Hoe ontstaat dat? En wat betekent de verspreiding van dit gedachtengoed voor democratie als samenlevingsvorm? Dat is in brede zin wat we met het nieuwe programma van ons lectoraat onderzoeken.”
Ze vroeg Van de Sande erbij omdat hij de trend ook ziet groeien in het onderwijs. “Juist in het onderwijs zijn de grote verschillen in opvattingen heel zichtbaar tussen ouders en leerkrachten”, zegt hij. “Soms zelfs ook in de klas tussen kinderen en leerkrachten.”
Social media
De lectoren noemen twee voorbeelden die de toename van het conservatisme lijken te bevestigen. Het eerste: tradwives, jonge vrouwen die terug willen naar de traditionele rolverdeling tussen man en vrouw. Hij verdient de kost, zij zorgt voor het huishouden en de kinderen. Het tweede voorbeeld: de omstreden influencer Andrew Tate die bekendstaat om zijn vrouwonvriendelijke uitspraken en een rolmodel vormt voor een grote groep jongeren.
Het aantal tradwives is volgens Andriessen nog marginaal. “Maar het is niet geheel onschuldig, en ik denk dat social media daar een grote rol in speelt. Tradwives die influencers zijn, dragen via verschillende online kanalen een bepaald gedachtegoed naar buiten en bereiken daar miljoenen vrouwen mee. Twintig jaar geleden bestond dat verspreidingskanaal nog niet.”
Van de Sande haakt daarop in: “Volgens mij is het niet zo dat de hele samenleving conservatiever aan het worden is. Maar er is wel een groep, en die is misschien wel groeiende, die wat extremer is in zijn opvattingen en die ook van zich laat horen.” Hij heeft het over de filterbubbel - een bubbel van online informatie die gefilterd is op basis van individuele voorkeuren en zoekresultaten - en echokamers, waarbij eigen ideeën bevestigd worden als je je enkel omringt door mensen met dezelfde denkwijze als jij.
Ophef
“In het onderwijs zie je dat die filterbubbels door elkaar gaan lopen. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij De Week van de Lentekriebels, een projectweek met lessen over seksualiteit. Daar is in de afgelopen jaren veel tumult over geweest omdat sommige ouders niet willen dat hun kind op school seksuele voorlichting krijgt. Het is als leerkracht heel moeilijk om een stukje opvoeding over te nemen als je te maken hebt met verschillende ouders die verschillende opvattingen hebben. Dat maakt het ingewikkeld en ongemakkelijk.”
In het openbare college van 1 april gaan de lectoren hier dieper op in. Ze bespreken de ‘gevaren’ van conservatisme, geven verschillende voorbeelden en zeggen iets over waarom het conservatieve gedachtegoed nou zo aantrekkelijk zou zijn. “Waarom zou je een tradwife willen zijn, geloof je in Andrew Tate of sluit je je aan bij een heel orthodoxe christelijke kerk? Waarom doen mensen dat? Daar gaan we over in gesprek.”
Het was een interessante en boeiende bijeenkomst. Goed dat Fontys ook op dit soort mooie initiatieven laat zien. Toch een aanvulling m.b.t. de inhoud. Wat Iris Andriessen ziet in de sociale media, zie ik namelijk ook – maar wel beschaafder – terug in die reguliere media. De toon is weliswaar subtieler, maar toch stevig. En misschien minder hard, maar het manipulatieve karakter is er niet minder om. En ijk zie dat de berichtgeving regelmatig erg eenzijdig is.
In de reguliere media komen we de afgelopen jaren aan de lopende band soortgelijke wijsheden tegen als : ‘Mannen zijn biologisch gezien van mindere kwaliteit’ (verouderingsexpert David van Bodegom); westerse mannen zijn ‘de kluts kwijt wat betreft hun seksualiteit’ (comédienne Nina de Parra); ‘witte mannen zijn erg vermoeiend’ (schrijfster Sabrine Ingabire). Mannen kunnen niet meer mee (weet hoogleraar Maaike Meijer). Deze opsomming kan moeiteloos worden uitgebreid. Al deze intellectuele hoogstandjes, die gespeend zijn van elke vorm van ironie, passen naadloos bij de boodschap dat mannen simpelweg niet deugen. Incidenteel kom je een relativering tegen: volgens zangeres Sophie Straat zijn ‘niet alle mannen kut, maar ze nemen wel verdomd veel plek in’. (De uitzondering op die regel blijkt overigens haar vriend te zijn.)
Ook de welgemeende m/v-adviezen ademen dezelfde boodschap. Mannen moet ‘niet alleen verteld worden om op te houden met seksuele intimidatie en onbetamelijke grappen, maar ze moeten ook aangespoord worden om vrouwen oprecht te bewonderen’, aldus NRC-columniste Josette Daemen. Kunstenares Kirsha Kaechele ziet wel heil in een verbod voor mannen om sommige museumzalen te bezoeken. Dan kunnen ze voelen hoe het is om vanwege je gender niet welkom te zijn. De Vlaamse filosoof Arthur Hendrikx houdt een serieus pleidooi om mannen het stemrecht te ontnemen, want zij hebben er onder meer voor gezorgd dat Trump gekozen werd.
Deze uitspraken zijn niet opgedoken in de krochten van het internet, maar al deze intellectuele hoogstandjes het zijn serieus bedoelde opmerkingen van onder meer hoogleraren en andere publieke smaakmakers. Deze opsomming kan moeiteloos worden uitgebreid.
En dan de eenzijdigheid. Wat je bijvoorbeeld voortdurend leest, is dat vrouwen voor het hetzelfde werk minder verdienen dan mannen, terwijl er voor die bewering geen goed empirisch bewijs is. Kennelijk maakt dat laatste niet uit. Zo wordt ook regelmatig gesproken over "de patriarchale samenleving". Maar een traditioneel koppel (met een inkomen van 40.000 en waarin hij werkt en zij thuis is) betaalt in Nederland 12 keer zoveel inkomstenbelasting als een koppel, waarbij werk/thuis gelijk verdeeld is.
We lezen vaak over het (inderdaad belachelijk lage) aantal vrouwelijk hoogleraren en CEO’s, maar niet of nauwelijks dat het gros van de rechters vrouw is en evenmin dat de advocaten, arts, notaris, specialisten van morgen(vroeg) vrouw is. Dat maakt voor de kwaliteit niets uit, ook al wordt (alweer) in de reguliere media het tegendeel beweert.
Neem de suggestieve bewering van de drie advocaten uit de recente documentaire van Sunny Bergman (vorig week op tv): geweld van vrouwen tegen mannen komt niet voor. Uit onderzoek, dat uitgaat van zelfrapportage, blijkt dat deze vorm van geweld helemaal niet ongewoon is. De aangiftebereid is laag, maar dat is wat anders.
Zo doen meisjes het vanaf de derde van de middelbare school en vrouwelijke studenten op de uni/hbo al meer dan een kwart beter dan jongens/mannen. In de krant lezen we dan dat qua onderwijs volledige mv-gelijkheid is bereikt, dat dit min of meer goed nieuws is voor meisjes (Truijens) en dat jongens maar eens wat harder moet werken (Philip Huff) of dat ze wat minder moeten gamen (Telegraaf). Erg diepgravend allemaal.
En dan elke keer weer die Andrew Tate. Alleen al vorig jaar draafde hij – vaak zonder actuele aanleiding - meer dan 800 keer op in de kranten als het toonbeeld van toxische mannelijkheid. “Door influencers als Andrew Tate zijn ook Nederlandse jongeren flink verdeeld geraakt over thema's als mannelijkheid en vrouwelijkheid”. (NRC, 29 okt.) Zijn invloed is enorm: “deze vrouwenhater vergiftigt miljoenen jonge mannen” (Ad, 30 okt.)
Is dat echt zo? Er was (en is) namelijk geen goed bewijs voor die toxische invloed van Tate. Uit het eerste wetenschappelijk onderzoek over Tate zou blijken dat vrouwelijke docenten in Australië massaal het onderwijs ontvluchten, omdat ze de laatste twee jaar omringd worden door kleine Tates-in-wording. Het gaat daarbij om een slecht onderzoek in de zin dat niet duidelijk wordt welke vragen zijn gesteld aan de dertig docenten die hebben meegewerkt aan het onderzoek, dat niet duidelijk wordt hoe de onderzoeksgroep is opgebouwd, dat alternatieve verklaringen niet worden besproken en dat Twitter en Instagram niet meteen de meest voor de hand liggende tools zijn om docenten te werven voor een onderzoek.
Los van de slechte kwaliteit leverde dit onderzoek stof voor talloze indianenverhalen. Het NPO Radio1-programma Nieuws en Co stelde glashard dat het onderzoek ging over de impact van Tate op het onderwijs: “seksueel wangedrag en vrouwenhaat op Australische scholen is inmiddels geaccepteerd gedrag”, maar dat stond helemaal niet in het onderzoek. “Voor veel vrouwelijke docenten is het een reden om het vak te verlaten”, stelde nos.nl. Datzelfde werd ook beweerd in een krantenartikel in NRC met de vette kop “Australische vrouwen de klas uitgejaagd door Andrew Tate”. Pas op het einde van het artikel stond er piepklein het zinnetje: “het is niet bekend hoeveel vrouwelijke docenten specifiek vanwege vrouwenhaat in de klas ontslag nemen”.
In dit verband is de negentiende Jugendstudie van belang, die 16 oktober 2024 in Duitsland verscheen. Dat is een gedegen trendonderzoek onder leiding van Mathias Albert, die als hoogleraar sociologie verbonden is aan de universiteit van Bielefeld. Volgens dit onderzoek is er geen sprake van een polarisering onder jongeren als het over m/v-kwesties gaat. In Duitsland maakte dit wel een en ander los, maar de belangstelling voor dit onderzoek in de Nederlandse media was letterlijk 0. (En Duitsland ligt toch ietsje dichter bij Nederland dan Australië, zou je zeggen.)
En dan de subtiele toon. Het verschil tussen haar zoon en haar dochter baart haar zorgen, zegt schrijver Dieuwertje Mertens (in een artikel in Trouw/Tijdgeest, 14.9.2024). Maar wie haar artikel leest, begrijpt al snel dat ze alleen kritiek op haar zoon heeft, want het jongetje heeft verwerpelijke m/v-ideeën en is voornamelijk geïnteresseerd in saaie filmpjes die allemaal ‘geen recht doen aan de complexiteit van de menselijke ervaring’. Hoewel de jongen nog maar net de basisschoolbank heeft verlaten, wordt hem nu al de maat genomen.
Dit is maar een kleine greep uit de mediaberichten, maar al deze stukjes passen kwalitatief perfect in sociale media.