Bewegen tussen lessen door 'moet gemeengoed worden'
Zestig minuten bewegen op een dag. Al is het maar even wandelen, buiten spelen of gymen. Moet te doen zijn, toch? Niet helemaal. En dus is het lectoraat van Fontys Sport en Bewegen een onderzoeksproject gestart met als doel om kinderen meer te laten bewegen op school.
‘Het gebrek aan beweging bij kinderen is zorgwekkend’, stelde lector Dave van Kann twee jaar geleden in een artikel van Bron. Dat moet veranderen, en dus startte hij samen met de Hogeschool van Amsterdam en de Hanzehogeschool binnen het lectoraat Move to Be het nieuwe onderzoeksproject ‘Dynamische Schooldag Op Maat’. De missie? Kinderen meer laten bewegen. Maar ook: “De functie van bewegen binnen de dynamiek op school in de kijker zetten”, aldus Van Kann.
Gemeengoed
Beweging moet volgens de lector niet alleen iets zijn wat tijdens de gymles of op het schoolplein gebeurt. Nee, het moet geïntegreerd worden in een doodnormale schooldag en gemeengoed worden. Iets wat eigenlijk hartstikke logisch klinkt, maar wat nu nog niet voldoende gebeurt. “Het is eigenlijk heel makkelijk om beweging tussen lessen door in te zetten.”
Leg uit? “Het streven is om kinderen zestig minuten per dag te laten bewegen op school. Dat getal is geen heilige graal, meer een uitgangspunt. Wij helpen scholen met het creëren van een dynamische afwisseling tussen zittende activiteiten waarin je cognitief en geconcentreerd aan een taak moet zitten, en beweegmomenten. De ene keer kan dat een pauze zijn, de andere keer een klein uitstapje naar buiten of een beweegactiviteit in de klas.”
Een standaardprocedure is er niet, omdat er voor elke deelnemende school maatwerk wordt geleverd. “De invulling ervan is heel afwisselend omdat we kijken naar de competenties en vaardigheden van leerkrachten en mogelijkheden van een klas. We kijken bijvoorbeeld naar de concentratie in een klas, maar ook naar de locatie. Als je les krijgt in een oud gebouw, is het niet handig om vijf minuten te gaan springen als er nog een klas onder je zit. Daar krijg je geen vrienden mee. Sluit een klas aan bij een schoolplein? Dan loop je gewoon even naar buiten.”
Rust en focus
De beweegmomenten werken positief aan twee kanten. Ten eerste zijn ze natuurlijk goed voor de gezondheid van de kinderen, anderzijds werken ze ook mee aan een betere concentratie. Van Kann: “We zien nu dat kinderen die voor een langere periode aaneengesloten zitten, sneller afgeleid raken of andere dingen gaan doen. Als ze dan een beweegmoment hebben gehad, nemen de taakgerichtheid en spanningsboog weer toe. Hoewel het misschien tegenstrijdig klinkt, zorgt die beweging voor een bepaalde mate van rust en focus.”
Bovendien moet het ook op langere termijn voor positieve gevolgen zorgen. “We willen de meerwaarde van beweging tijdens een schooldag laten zien. Niet alleen ten gunste van de gezondheid van kinderen, maar ook op het gebied van lekker in je vel zitten en fijn leren. Je creëert er een prettige leeromgeving mee voor zowel kinderen als de leerkracht.”
Uitbreiding
Het project is ooit gestart met twee scholen in Maastricht en inmiddels doen er ook vier andere scholen mee, met een totaal van zo’n 500 deelnemende kinderen. Komend schooljaar komt daar nog een aantal scholen bij. Het doel is natuurlijk dat heel Nederland er straks mee aan de slag gaat. Idealiter zelfs leraren in opleiding.
“We betrekken hierbij de pabo en ALO om te kijken of we onze studenten mee kunnen geven om een gemeengoed te maken van meer beweging op school. Zij zijn uiteindelijk immers degenen die voor de klas zullen staan en dit op succesvolle wijze kunnen toepassen.”