Eindhoven,
05
juli
2019
|
10:01
Europe/Amsterdam

Zorgen TU/e om 'Fontys-drukte' lijken ongegrond

Hoe de TU/e aankijkt tegen de 'nieuwe buren'

Bron schreef al vaker over de verhuizing van de technische opleidingen van campus Rachelsmolen naar De Rondom, het oude TNO-gebouw op het terrein van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e). Maar altijd vanuit Fontys-perspectief. Hoe wordt daar van TU/e-zijde naar gekeken? Een artikel door de collega's van Cursor, het nieuwsplatform van de universiteit. 

Het is altijd wennen aan nieuwe buren en dat zal het komend collegejaar niet anders zijn als Fontys-techniek het voormalige TNO-gebouw in gebruik neemt. Aan de zuidoostkant van de campus gaan dan zo'n 2.500 studenten en 400 medewerkers aan de slag. Bezorgt dat de universiteit straks logistieke overlast en extra druk op de faciliteiten?

De bouwketen staan eind juni nog keurig gestapeld bij het voormalige TNO-gebouw. Robuuste bouwvakkers met felgekleurde helmen struinen tussen het puin en het bouwafval. Ruiten zijn afgeplakt. Binnen zijn de ruimten bezaaid met losse bedrading, ventilatiepijpen en zakken stucmateriaal. Plastic verpakkingsmateriaal dwarrelt op een zuchtje wind het raam uit om even later te landen op de Groene Loper.

Nog even dan verdwijnen de laatste bouwsnippers uit beeld en is de metamorfose voltooid. Het pand met bijna 30.000 vierkante meter vloeroppervlakte gaat ruimte bieden aan de technische opleidingen van Fontys.

Het gaat om de studies Toegepaste Natuurwetenschappen, Engineering & Automotive en Bedrijfsmanagement Educatie en Techniek. Dagelijks goed voor 2.500 studenten en 300 tot 400 docenten en stafmedewerkers extra op de campus. 

Verdringing in de eigen achtertuin
Dat aantal leidt tot gemengde gevoelens op de TU/e. De een ziet kansen in een vruchtbare uitwisseling en samenwerking, de ander spreekt zorgen uit over deze verdringing in de eigen achtertuin. Dat laatste bleek onder meer uit een vraag die half juni in de universiteitsraadvergadering werd gesteld.

De U-raad wilde weten wat de gedachten van het College van Bestuur waren bij de aanstaande ingebruikname van het pand De Rondom en hoe het CvB aankijkt tegen de druk die dat kan opleveren voor het parkeren op de campus en voor de beschikbare studiewerkplekken.

Het antwoord van vicevoorzitter Nicole Ummelen was niet verrassend: "De TU/e is een open gemeenschap, die bij de ingang van de campus of bij de ingang van gebouwen geen mensen weert. Op het moment dat overlast wordt veroorzaakt in gebouwen of op de campus, worden de veroorzakers daarvan verwijderd."

"Ten aanzien van de studiewerkplekken is, gelet op capaciteitsproblemen, voor MetaForum afgesproken dat voor en tijdens de tentamenperioden de studieplekken exclusief gebruikt kunnen worden door TU/e-studenten. Buiten die periode zijn de studieplekken ook beschikbaar voor overige studenten." 

Dat laatste is overigens al sinds begin 2017 staand beleid. 

Geen paniek
Volgens Bert Verheijen, beleidsmedewerker van de Dienst Huisvesting (DH), is er geen reden tot paniek. De komst van ongeveer 3.000 nieuwkomers van Fontys op een TU/e-populatie van zo’n 15.000 personen, zal volgens hem zeker merkbaar zijn, maar niet verstorend werken.

“Monique Peels, directeur huisvesting van Fontys, heeft dat tijdens een presentatie aan onze campuscommissie aangegeven", vertelt Verheijen. "De studenten en medewerkers van Fontys hebben hun eigen voorzieningen in het gebouw De Rondom.”

De cijfers die Peels volgens Verheijen heeft aangereikt, lijken dat ook zeer aannemelijk te maken. Het studiecentrum en de bibliotheek in De Rondom bieden 1.600 werkplekken en de collegezalen en leslokalen omvatten bij elkaar opgeteld 2.400 werkplekken.

De laboratoria en praktijkruimtes zijn goed voor 1.000 werkplekken. Dagelijks moeten er in het gebouw dus 5.000 stoeltjes te vergeven zijn. Met 2.000 lege plaatsen ligt een studentenstroom in tegengestelde richting dan eerder voor de hand ligt. Toch?

Verschil in faciliteiten
Dat ligt niet altijd zo eenvoudig, vertelt Anne van Dortmont, projectleider bij DH. Voor wat betreft collegezalen of leslokalen is er weinig tot geen verschil, zegt ze, "maar als het gaat om labs en practicumlokalen lijken de faciliteiten van beide onderwijsinstellingen dusdanig anders dat deze niet zo maar te delen zijn.”

Volgens haar hangt samenwerking op dit vlak onder meer af van het soort onderzoek, van de wijze waarop labs en practicumlokalen gebruikt en beheerd worden, en van nog tal van andere zaken. Verheijen: “We weten niet hoe het zich gaat ontwikkelen, maar er liggen zeker kansen voor beide instellingen. In de tweede helft van dit kalenderjaar gaan we alles op de voet volgen. Waar nodig zullen we zaken in overleg met Fontys aanpassen.”

Peels liet in haar toelichting aan de campuscommissie weten dat Fontys graag in overleg treedt met de U-raad mocht daar vooraf de vrees bestaan dat Fontys-studenten de studieplekken gaan bezetten van TU/e-studenten. Op het moment dat studenten over en weer van elkaars voorzieningen gebruik gaan maken, is volgens haar overleg hierover van groot belang om irritaties te voorkomen.

Parkeren
Voor aspecten die betrekking hebben op parkeren en mobiliteit werkt Dienst Huisvesting samen met de Dienst Interne Zaken (DIZ). DH houdt zich bezig met de ‘hardware’, zoals de parkeervoorzieningen. DIZ richt zich op de organisatie van het parkeren, denk aan de verstrekking van pasjes, en maakt hierover afspraken met de gebruikers van de campus. Vooral de parkeerplaatsen voor auto’s en fietsstallingen staan hoog op de agenda.

Momenteel telt de campus 1.866 parkeerplekken voor auto’s. Los daarvan zijn er nog 180 gratis parkeerplaatsen op het oostelijk gelegen MMS-terrein, net buiten de campus.

Hoewel de parkeerdruk zal toenemen, kunnen automobilisten gewoon op de campus terecht. Om dat te onderbouwen hebben DH en DIZ tellingen laten verrichten, waaruit blijkt dat ongeveer 80 procent van de parkeerplekken op de campus dagelijks is bezet, het MMS-terrein niet meegerekend. Door een aantal bestaande parkeervoorzieningen ook nog eens te ‘optimaliseren’ zal naar verwachting de bereikbaarheid per auto de komende jaren niet in de knel komen.

Fontys-studenten kunnen altijd nog hun auto kwijt in de parkeergarage bij het vertrouwde R1. Verheijen: “Fontys-studenten komen, in vergelijking met TU/e-studenten, vaker uit de regio. Omdat de busverbindingen niet altijd optimaal zijn, gebruiken ze graag een auto als vervoermiddel. Ze moeten daar straks parkeergeld voor betalen. Dat kan voor hen een stimulans zijn om te gaan carpoolen, maar het kan ook dat de studenten van Fontys hun auto dan neerzetten op het Fontys-terrein aan Rachelsmolen. Dat blijft voorlopig koffiedikkijken.”

Verder komen er bij De Rondom dertienhonderd stallingsplaatsen voor fietsen. Verheijen: “De TU/e hanteert voor fietsparkeerplaatsen een iets hogere norm dan Fontys. Voor een gebouw met 1.000 studenten rekenen wij op 500 fietsplaatsen, waarvan 35 procent bewaakt. Fontys zit daar qua aantal wat onder, maar de tijd zal leren of ze daar gelijk in hebben. Bij een tekort kunnen ze relatief eenvoudig fietsrekken bijplaatsen.” 

Openbaar vervoer
Met de komst van 3.000 Fontys-studenten en -medewerkers is de hoop ook deels gevestigd op het openbaar vervoer. Een uitbreiding van het NS-station met perrons in oostelijke richting, zeg maar naar het Dommeltunneltje, in combinatie met een veilige oversteek over de Dorgelolaan zou volgens de TU/e fantastisch zijn. Verheijen: “We hadden daar al eens op aangedrongen tijdens de renovatie van het station. Destijds was dit nog een brug te ver, dat had ook te maken met de mogelijke omzetderving van de winkeltjes in het station.”

Voorlopig zullen alle studenten van Fontys die met de trein komen, gewoon vanaf het NS-station oversteken bij het zebrapad en over het voetpad naast de Dorgelolaan hun weg vervolgen naar De Rondom. Ook voor fietsers ligt een fietspad al klaar op deze route.

Punt van zorg is de bushalte bij het nieuwe Fontysgebouw. In de richting van het centrum stopt die vlakbij het gebouw. Wie echter in de andere richting uitstapt, vlakbij de busremise aan de Berenkuil, moet een drukke dubbele tweebaansweg met brede, groene middenberm oversteken. Dat lijkt niet vrij van risico’s te zijn gezien het drukke verkeer dat over deze weg de stad in- en uitraast. Verheijen: “Het valt te hopen dat de gemeente daar een voorziening voor treft, zodat de situatie veilig wordt.”

Bij Verheijen leeft echter ook de hoop dat de komst van de nieuwe campusgebruikers, de Groene Loper verder laat opbloeien. “De mooie, groen ingerichte ruimte tussen Gemini, Flux en het Fontys-gebouw is het ideale gebied voor meer uitwisseling. Er is voldoende ruimte voor activiteiten en dat creëert levendigheid. Dat leidt hopelijk tot een mooie mix van studenten van de TU/e en Fontys.” [Frits van Otterdijk

Zie ook ons recente artikel 'Studenten zien geen drempel tussen TU en Fontys' en de video van Bron onder dit kader, met twee Fontys-studenten die eerder aan de TU/e studeerden.

TU/e, een leefgemeenschap op zich

Fontys kent op de campus Rachelsmolen ook een eigen café en telt uiteraard ook veel studieruimtes, maar de faciliteiten op het TU/e-terrein zijn toch wel aanzienlijker talrijker. 

Zo is er het TU/e-Studentensportcentrum. Dit biedt ook Fontys-studenten mogelijkheden om 70 sporten bij 40 verenigingen te beoefenen. Er zijn drie sporthallen, vijf squashbanen, een fitness, gymnastiekzaal, elf outdoor-tennisbanen, twee hockeyvelden, een atletiekbaan en een driving range voor golfers.

Iedereen kan de collectie van de TU/e-bibliotheek raadplegen. In de avonduren biedt Studium Generale een uitgebreid aanbod aan films, in filmhuis De Zwarte Doos. Ook zitten er twee SPAR-supermarkten, een kapsalon en zelfs een kinderopvang. De campus telt namelijk ruim 700 appartementen voor (internationale) studenten en mensen die werkzaam zijn.

Bovendien zijn er nog zo’n 100 bedrijven en organisaties gevestigd, van grote onderzoeksinstituten tot kleine start-ups. [Tim Durlinger]

download
Oud tue studenten nieuw
Reacties 1 - 1 (1)
Bedankt voor uw bericht.
Frans
05
July
2019
Goed artikel! Maakt veel duidelijk over de toekomst van De Rondom. Zou ook interessant zijn om de synergie tussen Fontys en TU/e in een arikel te beschrijven, die verder gaat dan het facilitaire onderwerp.