door Lucia Geelen,
19
juni
2024
|
13:59
Europe/Amsterdam

Zo ervaren studenten journalistiek de ingevoerde onderwijsvernieuwing

Bij vrijwel elke Fontys-opleiding is de afgelopen paar jaar een onderwijsvernieuwing doorgevoerd. Zo ook bij Fontys Journalistiek. Vierdejaars FJ-studente Lucia Geelen vond het een interessant onderwerp voor een reportage en interviewde huidige en voormalige studenten en docenten. Dat resulteerde in onderstaand artikel dat Lucia aan haar afstudeerportfolio toevoegde en voor Bron beschikbaar maakte.  


Het onderwijs van Fontys Journalistiek in Tilburg is tijdens de visitatie op donderdag 28 maart officieel goedgekeurd. Dit was nog even spannend aangezien er afgelopen jaar ophef heerste rondom de onderwijsvernieuwing. Het nieuwe curriculum vroeg studenten om hun flexibiliteit en aanpassingsvermogen. ‘‘Het voelde voor mij het eerste jaar aan als een experiment, maar de school heeft wat met onze kritiekpunten gedaan’’, vertelt een studente.

De visitatie
Het visitatiepanel kwam weer langs om het onderwijs van Fontys Journalistiek onder de loep te nemen. De nieuwsvloer was aan het eind van de dag het podium voor de uitslag. Voorzitter Vladimir Bartels stond achter de microfoon en de docenten op een afstandje aan staantafels. ‘‘De opleiding heeft het oog van de storm doorstaan’’, begon hij zijn speech.

Lucia GeelenDe conclusie? De nieuwe journalistieke rollen pakken goed uit, de voorzieningen nodigen uit voor een creatieve studiehouding en het werkveld is enthousiast over stagiaires en net-afgestudeerden. Een zucht van verlichting klonk over de nieuwsvloer. ‘‘We hebben de afgelopen twee jaar keihard gewerkt aan het nieuwe onderwijs. Stap voor stap gaan we verder’’, vertelde directrice Gerrie Zwartjes. 
Naast alle lovende punten was er ook kritiek op het nieuwe onderwijs. Bartels: ‘‘Blijf de kennisbasis en taalvaardigheidsbasis borgen.’’

Meningen van studenten
In het nieuwe onderwijs doorlopen studenten acht journalistieke rollen en volgen daarbij de zogenoemde expertlabs. Ze gaan op twee stages van een half jaar en volgen een minor naar keuze. Iedere student nu een mentor.

Tweedejaarsstudente Isa Mijland heeft zowel de beginfase van het nieuwe onderwijs als het tweede jaar ervan meegemaakt. ‘‘Het voelde voor mij in het eerste jaar aan als een experiment, maar de school heeft wat met onze kritiekpunten gedaan. Er zit nu meer theorie verweven in het onderwijs, zoals hoe een camera werkt. Ook hebben we iedere rol een les politiek of recht’’, vertelt de studente.

‘‘Het onderwijs was volgens de studenten echt te open. Ze moesten interviewen terwijl ze daar nooit eerder les in hebben gehad’’, vertelt onderwijsmanager Harmen Groenhart, ook wel de ‘kartrekker’ van het nieuwe onderwijs. ‘‘Daarom zijn er meer expertlessen, instructies en workshops toegevoegd. De student heeft behoefte aan de vastigheid van lessen, maar de eigen invulling moet zeker blijven’’, vertelt Groenhart.

Studenten zijn verdeeld over de hoeveelheid theorie die wordt aangeboden. Tweedejaarsstudent Niels Goddrie vindt het goed dat bijvoorbeeld economie niet langer een verplicht vak is. ‘‘De meeste willen zich hierin toch niet specialiseren.’’ Eerstejaarsstudent Rick Minnebach vindt echter dat het nodig is om elke week standaard kennislessen in te roosteren die iedereen moet volgen. ‘‘Vooral bij de rol Waakhonden zouden vaste lessen politiek interessant zijn. Nu krijgen we maar een les politiek per journalistieke rol, dat vind ik vrij karig. Ik vind dat iedere journalist een brede algemene kennis moet hebben’’, vertelt Minnebach.

Derdejaarsstudent Nick Wolters geeft aan dat de expertlabs beter besteed kunnen worden. ‘‘Dat is alleen enorm lastig als er studenten uit verschillende jaren in het project zitten. Ik merk dat er voor mij heel veel dubbeling in zit.’’ Groenhart vindt dit juist wenselijk: ‘‘Zo leren de studenten van elkaar. Overigens bestond het curriculum van het derde jaar eigenlijk maar uit een half jaar, door de verplichte minor.’’

Waarom vernieuwen?
Er leefden vanuit Fontys Journalistiek een aantal argumenten te vernieuwen. ‘‘Allereerst was het onderwijs niet goed studeerbaar. Studenten liepen grote achterstanden door het toetsprogramma. Dat had weer gevolgen voor de doorstroom, waardoor docenten met een hoge werklast kwamen te zitten. Bovendien miste de student inhoudelijke diepgang in het onderwijs. Ze hadden behoefte aan ruimte om zichzelf te profileren’’, legt Groenhart uit.

De laatste grote onderwijsvernieuwing had een lange adem. Rond 2017 ging Fontys centraal aansturen op de periodestructuur met strakke periodes van tien weken; het onderwijs moest daarop worden aangepast. Daarbij was er geen samenhang tussen de projecten Mediaredactie en Onderzoeksredactie. ‘‘Ook de verhuizing naar Mindlabs speelde mee, daar zat ook een heel didactisch concept achter: studenten zitten nu dicht op andere partijen, op die manier kun je veel meer met praktijkopdrachten werken’’, aldus Groenhart.

Dus is er in 2023 het zogenoemde ‘vraaggericht onderwijs’ ingevoerd, waarbij studenten vanuit intrinsieke motivatie hun eigen leerproces invullen, in plaats van een docent die vertelt wat zij moeten doen. Het nieuwe onderwijs is tot stand gekomen vanuit de bovenstaande argumenten, samen met de visie van Fontys, die ‘wil bijdragen aan een duurzame, inclusieve en vitale samenleving door zich te ontwikkelen tot een talentgericht, onderzoekend en wendbare scholengemeenschap.’

Zijn de problemen uit het oude curriculum nu opgelost? Groenhart: ‘‘Het aantal langstudeerders en herkansingen is afgenomen, maar er is nu een andere druk voor in de plaats gekomen, vooral de onzekerheid en de zorg of studenten wel genoeg leren in het eerste jaar van de opleiding.’’

De kennisbasis
Die kennisbasis kan dus beter volgens het visitatiepanel. Klein geschiedenislesje: iedere zes jaar komt een visitatiepanel de opleiding beoordelen. De school kreeg in het verleden al een aantal kanttekeningen over de kennisbasis, zoals in 1987. ‘‘De discussie ‘kennis versus vaardigheden’ stond centraal en ook bij de visitatie van 1999 was kennis een kritiekpunt. Studenten waren niet goed genoeg voorbereid op de praktijk’’, vertelt voormalig directeur en -docent Wiel Schmetz. Hij werkte van 1981 tot 2000 als docent, was lid van het managementteam, en was van 2002 tot en met 2011 als directeur op de school voor journalistiek.

Tijdens de vorige visitatie in 2017 was het visitatiepanel te spreken over de keuzevrijheid, het ondernemende karakter en de komst van de vijf competenties zoals we die nu kennen (Publieksgerichtheid, Produceren, Researchen, Reflecteren en Vernieuwen). Echter waarschuwde het panel toen al voor de werkdruk voor docenten en, je raadt het al,  de kennisbasis. Het ging de visitators met name over de maatschappijkennis.

*Kennisbasis is nogal een abstract begrip. De kennisbasis is volgens Groenhart te omschrijven als de body of knowlegde: alle kennis die verweven zit in de opleiding. Er zijn twee interpretaties van de kennisbasis. Technische zaken zoals de bediening van de camera, maar ook de kennis het vakgebied, mediatheorie en het medialandschap.

 
Taalvaardigheid onder vuur
Naast de kennisbasis, was ook taalvaardigheid een aandachtspunt van het visitatiepanel. Vierdejaarsstudent Maud Ruiter denkt dat de FJ er goed aan doet om de traditionele werkcolleges terug te brengen. Nu kun je voor taalkundige feedback terecht in het expertlab Tekst. ‘‘De contactmomenten zijn nu meer sessies. In het oude onderwijs kregen we bij het vak Eindredactie de regels van de Nederlandse taal en bij Taalbeheersing les over hoe je een artikel schrijft. Ik vind die vakken harstikke belangrijk, omdat je als journalist op zijn minst in staat moet zijn om een goed, en in correct Nederlands, nieuwsbericht op te stellen’’, vertelt Ruiter.

Derdejaarsstudente Sem Dirks maakte het oude onderwijs nog een jaar mee, waarin ze elke week vaste lessen eindredactie kreeg. ‘‘Dit vond ik fijn werken. Nederlands komt overal terug, ongeacht welk blok en in welke vorm je een productie maakt. Eenmaal die toetsen gehaald betekent dat niet dat die kennis voor eeuwig in je hoofd blijft, daarvoor heb je herhaling nodig.’’

Daarnaast volgen de studenten nu de leer-en oefenmodule ‘Hogeschooltaal’. Tweedejaarsstudent Niels Goddrie maakte als eerste lichting kennis met deze manier van Nederlands onderwijs. ‘‘Op korte termijn onthoud je het, maar tijdens het leren ga je de vragen onthouden en dus de stof niet echt begrijpen. Het is ook niet leuk om te maken. Hoewel ik het oude onderwijs niet heb meegemaakt, heb ik liever traditioneel les’’, geeft hij aan.

Medezeggenschap
De Instituuts Medezeggenschapsraad (IMR) is vanaf het begin betrokken geweest bij het nieuwe curriculum. Oud-student Youri van Heumen was van 2020 tot 2023 als voorzitter actief in de IMR. Hij weet het nog goed: ‘‘Studenten hadden zeker in het begin weinig affiniteit met het nieuwe curriculum. ‘Wat zijn we aan het doen?’, klonk in de wandelgangen. De vastigheid van de toetsen viel weg en studenten moesten omgaan met de druk van alle studiepunten halen in het eerste jaar’’, verklaart Van Heumen.

De IMR schreef al eerder het zogenoemde ‘studentenhoofdstuk’. Daarin werd beschreven dat 92 studenten in het najaar van 2023 al een enquête invulden en het nieuwe onderwijs gemiddeld beoordeelden met een 3.0. De studenten geven de persoonlijke begeleiding net een voldoende (3,5). De expertbegeleidingen kregen een half punt lager toebedeeld. Ook gaven studenten van de oude lichting aan moeite te hebben met de mix van tweede en derdejaars in de hoofdfase.

Uit de peiling van de Monitor Medezeggenschap (2021-2022) blijkt dat slechts een derde van de medezeggenschapsleden in het hbo ervaart dat zij invloed heeft op de gang van zaken. ‘‘Vaak wanneer de onderwijsvernieuwing al helemaal is uitgedacht en de plannen rond zijn, wordt pas aan studenten gevraagd of ze het wel of niet goed vinden’’, verklaart Linda Huisman, penningmeester bij de Landelijke Studentenvakbond (LSVB). 
Van Heumen kan zich hier niet in vinden. ‘‘In de IMR-vergaderingen waren docenten en studenten waardige gesprekspartners. Soms liepen de meningen uiteen, maar dat werd altijd wel opgelost.’’

Het is volgens Huisman belangrijk om ook de rest van de studenten uit te leggen waarom zo’n onderwijsvernieuwing plaatsvindt. ‘‘Er is naar mijn idee een grote welwillendheid voor de inspraak die studenten willen leveren in het onderwijs, maar vaak zien zij het werk van een opleidingscommissie niet, waardoor betrokkenheid en begrip lastig kan zijn.’’

Bredere visie op onderwijsvernieuwing
Dat de meningen verdeeld zijn over onderwijsvernieuwing, is duidelijk. Een onderwijsvernieuwing is complex. Welke factoren dragen bij aan een succesvolle onderwijsvernieuwing? ‘‘Een hechte community, vertrouwen en een visie’’, meent Wim Gijselaers, hoogleraar Educatie aan de Universiteit van Maastricht. Er moet volgens hem actief samengewerkt worden tussen management, docent en student. Dit bleek ook uit een intern onderzoek van Fontys na een storm van interne kritiek.

Gijselaers is het eens met Huisman, die eerder stelde dat het belangrijk is om docenten en studenten uit te leggen wáárom onderwijsvernieuwing nodig is. "Studenten zien het onderwijs om iets te bereiken in het leven’’, vervolgt Gijselaers. ‘‘Ze willen waar voor hun geld. Die dwingende mentaliteit, die overigens ook vanuit hun ouders komt, zorgt voor een druk op de opleiding.’’ 
Ook Van Heumen merkt dit terug onder de journalistiek studenten. ‘‘Ze verwachten kwaliteit, onder andere vanwege de coronaperiode waarin zij een tijd lang niet fysiek naar school mochten. Ook de lange reistijd speelt mee voor sommige studenten.’’

Sinds 2002 kent het Nederlandse hoger onderwijs het accreditatiestelsel. De accreditaties die wel of niet gegeven worden tijdens de visitaties, leiden tot verdediging volgens Gijselaers. ‘‘Vernieuwing vormt dus een groot risico voor de reputatie van de school. Want waar haal je de drive vandaan om door te zetten? Scholen moeten een uitzondering durven maken en zich daarbij blijven aanpassen aan de tijdsgeest.’’

Dat laatste heeft Fontys Journalistiek zeker gedaan. Toch blijft het nieuwe curriculum nog even wennen voor de studenten. Het is goed om te weten dat zo’n omslag even duurt. ‘‘Een onderwijsvernieuwing heeft drie tot vijf jaar de tijd nodig voordat hij eigen is gemaakt’’, vertelt Gijselaers.

*Het visitatierapport verschijnt waarschijnlijk eind 2024.

Lucia Geelen is vierdejaarsstudent aan Fontys Journalistiek in Tilburg en hoopt komende maand daar haar diploma te halen.

Reageren kan hieronder. Eenmaal gepubliceerde reacties worden niet verwijderd

Reacties 1 - 1 (1)
Bedankt voor uw bericht.
Robert Kok
19
June
2024
Beetje treurig om te lezen, managers en onderwijskundigen die top down implementeren, docenten en vooral studenten die mogen zwemmen en worstelen en dan toch maar weer bijstellen Effectieve onderwijsinnovatie komt vanuit docenten en studenten zelf en gaat in stapjes (elke dag beter) Managers en onderwijskundigen faciliteren daarbij. Onderwijsinnovaties over instituten en opleidingen heen vanuit zaligmakende goeroe gedachten hebben echt nog nooit gewerkt….