Eindhoven,
07
juli
2017
|
13:34
Europe/Amsterdam

"Kritische en breed opgeleide bèta's zijn hard nodig"

Lectoraat Bètatechniek onderzoekt hoe onderwijs in bètavakken beter kan

Het lectoraat Bètadidactiek buigt zich over de vraag hoe het onderwijs in bètavakken beter kan. Dat is hard nodig, vindt lector Rutger van de Sande. Ideeën voor vernieuwingen probeert hij, samen met lerarenopleiders, studenten en docenten direct uit in de klas. Een mavo-3 in Breda, bijvoorbeeld.

Met een vies gezicht roert Finette in een bekertje, half gevuld met een rode vloeistof. Ze neemt voorzichtig een heel klein slokje. “Bah! Lijkt wel sladressing.”  
De tafel waaraan zij met klasgenoten Samantha en Laura zit, staat vol met halflege bekertjes en flesjes water, cola, Aquarius, smaakconcentraten van bosvruchten en citroen en een flesje wort (een halffabrikaat van bier). De opdracht is: maak van alle ingrediënten een lekkere limonade. En leg vast hoe je tot het recept gekomen bent.  
De meiden vinden het maar saai: “Pff, je moet het steeds opnieuw doen en opschrijven.” Henky, Rick, Angelo en Yannick, een tafel verder, zijn wat meer gemotiveerd. Hun drankje moet minder zoet, vinden ze, want zoals het nu is ‘rotten je tanden weg’. Er gaat water bij, maar hoeveel? Fifty-fifty met de rest van de ingrediënten? “Nee joh, het is geen democratie hier.”  

Verdieping  
Deze mavo-3 klas van het Newman College in Breda denkt bezig te zijn met limonade maken, maar in feite leren de pubers  vooral ‘onderzoeks-vaardigheden’. Stagiair Laurens Jansen, één van de vier begeleiders op deze klas vanochtend: “Ze leren volhouden, stapsgewijs werken, samenwerken, ze leren over concentratie en verhoudingen van vloeistoffen, en ze leren rapporteren.”
Waar de pubers zich ook niet van bewust zijn, is dat zij deel uitmaken van een zogeheten verdiepingsmodule van Fontys Lerarenopleiding Tiburg. De stagiaires die hen begeleiden, zijn derdejaars studenten van de lerarenopleidingen die straks bètavakken gaan geven. Binnen deze module begeleiden zij wekenlang lessen die ze zelf (mede) opzetten.  

Zoektocht  
Want: het bèta-onderwijs op de middelbare school moet beter. "De maatschappij verandert, de eisen die aan werknemers worden gesteld veranderen. Willen we de kenniseconomie die Nederland is in stand houden en verder ontwikkelen, dan hebben we kritische, zelfdenkende en breed opgeleide bèta's nodig. Daarvoor moet een aantal dingen veranderen. Zo is het noodzakelijk dat de mythe doorbroken wordt dat bèta-schoolvakken moeilijker zijn dan andere. Dat is niet zo. Ze kunnen wel leuker en vooral interessanter. Meer gericht op de vraag dan op het antwoord. Waaróm drijft een blikje, of niet? De zoektocht naar het antwoord is vaak interessanter dan het antwoord zelf. Je leert er ook meer van.''  
Dit betoog is van Rutger van de Sande, lector Bètadidactiek bij Fontys en daarmee aanjager van projecten in vernieuwing van het bètaonderwijs, zoals de verdiepingsmodule. Over hem later meer, nu gaan we naar de lerarenopleiding in Tilburg, waar dezelfde Laurens Jansen die de 3 mavo klas van het Newmancollege begeleidde, zelf les krijgt.  

Snoepjes  
Deze ochtend gaat het voor Laurens en zijn medestudenten over projectonderwijs. Dat betekent vooral dat zij veel van wat zij tot nu toe geleerd hebben over didactiek, even los moeten laten. Dus niet meer: met de klas een hoofdstuk uit een boek behandelen, testen of iedereen het kent, afvinken, volgende hoofdstuk. Maar: ja, wat wel eigenlijk?  
De groep krijgt twee filmpjes voorgeschoteld die gemaakt zijn door een mavo-3 klas. De leerlingen moesten daarin, in opdracht van snoepjesfabrikant Van Melle, een probleem oplossen. Van Melle wil snoepjes uit verkeerd verpakte rolletjes, met scheve wikkels bijvoorbeeld, toch gebruiken. Maar handmatig uitpakken kost veel tijd, kunnen de leerlingen daar een oplossing voor bedenken?  
Filmpje 1 laat een handig snijmachientje zien dat de rollen openritst en zo snoep en papier scheidt. Klaar. In filmpje 2 worden de rollen 'geschild' om de snoepjes te bevrijden en scheidt vervolgens het gewone papier van het aluminiumfolie.
De vraag welke oplossing beter is, leidt tot heftige discussie in de groep. Want het tweede filmpje is verzorgder en laat meer technieken zien. Docent Stefan Backx zet de groep terug op de grond: "Van Melle was tevreden. Beide filmpjes laten zien hoe je het probleem kunt oplossen. Maar voor een docent gaat het daar helemaal niet om. Je wilt weten wat de leerlingen ervan geleerd hebben, dat is essentieel. Het eindproduct, het filmpje, is maar de helft van de beoordeling. Je zult er zelf achter moeten zien te komen wat de leerlingen er precies van opsteken.''  

Presenteren  
Voor Marit Broeders en Verena van Doorn, aankomend docenten in respectievelijk wiskunde en biologie, is de verdiepingsmodule een eerste kennismaking met deze manier van lesgeven. Allebei ervaren ze op hun stageplek, voor de klas dus, een direct effect op de leerlingen. Marit: "Normaal start ik de les op, maar als ze aan een project als dit werken beginnen ze uit zichzelf. Ze voelen zich verantwoordelijk voor het eindresultaat."
De studenten ervaren deze manier van lesgeven als een breuk met hoe ze het doorgaans leren. Verena: "Het gaat hier altijd om inhoud, inhoud, inhoud. In één keer klopt dat niet meer. Een les afdraaien en thuis toetsen nakijken is er niet meer bij. Het is voor ons heel anders, laat staan voor docenten die al twintig jaar voor de kas staan. Je moet echt uit je comfortzone komen en individueel contact maken met de leerlingen.''
Marit en Verena denken dat ze straks in de praktijk elementen zullen 'meepikken' van wat ze hier geleerd hebben. Verena: "Ik zou het wel leuk vinden om straks op een school te werken waar ze een Technasium of Bèta Challenge Programma hebben, daar is in ieder geval ruimte voor dit soort methodes."  

Houdgreep
Willem Maurits is één hun docenten. Hij maakt deel uit van het opleidingsteam voor docenten natuur- en scheikunde en techniek bij Fontys én van de kenniskring van het lectoraat Bètadidactiek. Maurits beaamt dat projectonderwijs een grote verandering betekent en vindt het jammer dat studenten er pas zo laat in hun opleiding mee te maken krijgen. Als dat al gebeurt: het volgen van de verdiepingsmodule is niet verplicht.  
Maurits spreekt over een 'houdgreep' waarin lerarenopleidingen en scholen elkaar vast hebben: de scholen willen docenten die 'toekomstgericht' zijn, maar die ook nu direct kunnen functioneren voor de klas, in het huidige systeem. De lerarenopleiding hinkt dus op dezelfde twee gedachten.  

Mythe  
En zo komen we vanzelf terug bij lector Rutger van der Sande. Herkent hij de houdgreep? "Ik pleit ervoor om in ieder geval in de onderbouw als docent zoveel mogelijk ruimte te nemen om te experimenteren met passende vormen van inspirerend, relevant en uitdagend bètaonderwijs. In die jaren is het eindexamen nog ver weg, de druk daarvan is er nog niet. Er zijn steeds meer mooie voorbeelden van scholen waarbij dat tot prachtig onderwijs leidt."  Het is volgens Van der Sande een mythe dat alles wat een docent doet, voorgeprogrammeerd is. "In de bovenbouw is er natuurlijk wel een zekere dwang, maar je blijft verantwoordelijk voor de keuzes die je als docent maakt. Niet durven afwijken van het bestaande stramien is een teken van angst voor het nieuwe.''  

Buiten de deur  
Het helpt, heeft Van de Sande inmiddels ondervonden, als aankomende docenten in de vier jaar op de lerarenopleiding ook eens hun neus buiten de deur van het onderwijs steken."Zet ze vijftien dagen bij TomTom en vraag: kun je er lesmateriaal van maken? Dat geeft ze een cultuurshock, maar helpt uiteindelijk om beter les te geven.'' 
De lector is van huis uit psycholoog. Op het vwo had hij een bètapakket. "Tijdens mijn studie ontwikkelde ik belangstelling voor het onderwijs zelf. Ik kom uit een echt onderwijsgezin, dat heeft wel meegespeeld. Wat ik nu als lector doe is het creëren van leernetwerken met bètadocenten, lerarenopleiders en soms ook professionals uit het technisch bedrijfsleven. Gezamenlijk buigen we ons over de vraag hoe we bètaonderwijs nog beter kunnen maken.  Die netwerken zijn niet theoretisch, maar juist erg ‘hands-on. Wat we bedenken proberen de deelnemers meteen uit in hun eigen praktijk."Dat levert ook weer ideeën op voor de inrichting van de lerarenopleidingen. Het lectoraat heeft een grote vrijheid in het bedenken en opzetten van nieuwe initiatieven.’’De deelnemers zijn ontwerpers van nieuw onderwijs.’’ [Debbie Langelaan]

Foto helemaal bovenin: Finette. Daaronder: stagiair Laurens Jansen in dezelfde mavo-3 klas (foto Ton Toemen). Verder naar beneden: lector Rutger van de Sande (foto Ton Toemen). In kleurige trui: Verena van Doorn, daaronder Willem Maurits in actie bij de lerarenopleiding Fontys in Tilburg. In het midden Marit Broeders. Onderste foto: Ton Toemen.

Serie: lectoraat in de praktijk

De lectoren bij Fontys hebben een rol als bruggenbouwer tussen opleiding en onderzoek, tussen theorie en praktijk. In een serie achtergrondartikelen besteedt Bron aandacht aan deze lectoraten, aan de hand van praktijkvoorbeelden van onderwijs en onderzoek. Waar houden de lectoren en hun docenten zich mee bezig? En wat is het nut daarvan voor het werkveld?