Waarom goede docenten eerst teleurstellen
Heeft het begin van een semester voor jullie ook iets plechtigs? Nieuwe roosters. Nieuwe namen. Mijn Powerpoints zijn weer geslepen. Ik sta iets rechter dan normaal. Ik bedenk antwoorden op studentvragen die nog niet eens gesteld zijn of misschien niet eens gevraagd gaan worden.
Controle hebben. Daar hoort goeie, overtuigende voorbereiding bij.
Maar ergens in die voorbereiding sluipt een misverstand: dat goed lesgeven betekent dat je overal een antwoord op hebt.
Niet heel gek om te denken, toch? Studenten lijken dat tenslotte te verwachten: duidelijkheid. Wat moet ik aan het eind van het semester kennen? Wanneer is het voldoende? Het begin van een semester lijkt vaak een onderhandeling over zekerheid. Geef ons de rubric. Geef ons het format. Zeg ons hoe we een 8 halen.
En soms stel je dan teleur.
Omdat je zegt: ik weet het nog niet precies. Je geeft de vraag terug. Maar dat doe je omdat je ruimte wilt laten voor zoeken, in plaats van meteen richting te geven. Je weigert om complexe materie te reduceren tot een checklist.
Is dat niet waar onderzoekend onderwijs begint? Niet bij het perfect voorbereide verhaal, maar bij het durven laten wankelen van verwachtingen. Niet bij het dichttimmeren van onzekerheid, maar bij het uitnodigen ervan.
Misschien is dat wat goede docenten soms doen. Ze stellen teleur aan het begin, omdat ze geloven dat er iets mooiers ontstaat als niet alles al vastligt.
En ja, daar kun je je studenten én jezelf in het begin van het semester best even mee teleurstellen.
Misschien gaat het dus niet zozeer om teleurstellen, maar om herkaderen. Je biedt wel degelijk duidelijkheid – over doelen, denkrichtingen en kwaliteit – maar niet over elke stap daar naartoe. Je zegt als het ware: dit is het speelveld en dit zijn de spelregels, maar hoe je speelt, daar zit jullie leerproces.
Onderzoekend onderwijs begint dan niet bij onzekerheid op zich, maar bij veilige onzekerheid: studenten voelen dat ze mogen zoeken, omdat er een onderlaag van structuur en expertise is waarop ze kunnen terugvallen.
Dus ja, misschien stellen goede docenten in het begin een beetje teleur – maar alleen als bijeffect van iets anders: ze nemen studenten serieus genoeg om ze niet alles voor te kauwen, zonder ze los te laten in het diepe (en daar gaat het soms wél mis, met alle goede intenties erbij)
Het zit m volgens mij niet in het feit dat we onduidelijk zijn, maar veel meer in "zeg mij maar wat ik moet doen, ik heb het druk zat". en ik realiseer mij dat ik dan veelal schrijf vanuit het perspectief van de Deeltijdstudent. Die groep wordt groter. toevallig heb ik dit gesprek deze week nog gevoerd met studenten. Het is niet o dat ik niet wil leren, maar als dat in 3 jaar kan dan dat liever. Kunnen de studenten nog student zijn?? en Bram, de doelstellingen zijn dan bekend. alleen is dan de vraag pak ik de langere route (onderzoeken) of de korte route (zeg mij waaraan ik moet voldoen).
Ik verwijs graag naar de didactische analyse (MDA) van Van Gelder.
Goed doceren betekent in mijn ogen niet dat je die rubric in de achterkamers houdt, maar juist erkent dat studenten zoals ieder mens behoefte aan duidelijkheid hebben.
Waar het dan mis gaat, is dat Fontys vaak van de student verwacht dat ze het maar lekker allemaal zelf uitzoeken zonder dat het onderwijsprogramma genoeg doet om vaardigheden aan te leren met het gebruik van voldoende praktijkoefeningen.
Datzelfde probleem zie je overigens vooral terug in Nederlands als opt-in. Hoe gaat het ondertussen?
Een model gebaseerd op verwachtingen levert mooie resultaten op bij de ondernemende student. Tot groot genoegen van de kortzichtige docent, uiteraard, die weigert de negatieve gevolgen te zien van zo'n ratracemodel. De student die nog worstelt met ondernemend zijn faalt sneller.
Het analogie van iedereen door een gaatje proberen te laten passen gaat in beide gevallen op. Niet alleen in het oude model. De visie van de ideale journalist (degene die normaal een tien zou halen) is in het huidige model de student die meer levert in quantiteit van producten dan kwaliteit. Want:'die fixen we nog wel met feedback', wordt er gedacht. Gebeurt dat ook echt voldoende? Is het eindproduct voldoende dat het zo gepubliceerd zou kunnen worden?
De 'Average Joe' tot een hoger niveau tillen lijkt mij velen malen belangrijker dan studenten met potentie laten zakken zodra zij niet kunen voldoen aan rubrics die eigenlijk eerder karakter toetsen en studenten belonen voor een papieren feesthoedjestijger.
Zo. Dat is eruit.
De evaluatie achteraf tussen wat je dacht te leren en wat heb je geleerd, geeft vaak verrassende inzichten.