'Verbieden van term extreemrechts is framing van Kamervoorzitter Bosma'
“Héél sneaky. Zoals Tweede Kamervoorzitter Martin Bosma in een debat de fractievoorzitter van Volt neerzet, dat is ronduit framen”, dat stelt Els de Maeijer. Bron vroeg haar om een reactie op het verbod dat Bosma tijdens een Kamerdebat uitsprak op het gebruik van de term ‘extreemrechts’ voor de PVV.
De Maeijer is teamleider van het Centrum voor Ondernemerschap bij Fontys. Maar van oorsprong is zij sociolinguist en in die hoedanigheid deed zij in het verleden onderzoek naar de rol van voorzitters bij debatten en vergaderingen.
In een Kamerdebat over de EU sprak de fractieleider van Volt Laurens Dassen gisteren VVD-Kamerlid Van Campen aan over het feit dat zijn partij een coalitie heeft gevormd met de "extreemrechtse" PVV. Kamervoorzitter Bosma, zelf PVV'er, onderbrak het betoog van Dassen en wees hem terecht. “Ik vind niet dat we leden of partijen van de Staten-Generaal voor extreemrechts moeten gaan uitmaken. Dat is een vergelijking met het nationaalsocialisme en dat gaat me zes stappen te ver.”
Dat ging Dassen dan weer zes stappen te ver, en hij kreeg daarin steun van onder meer GroenLinks, CDA en D66. Waarbij Jan Paternotte van laatstgenoemde partij Bosma erop wees dat hij als Kamerlid zelf in de Kamer ooit zei: “Onze musea zijn in handen van extreemlinks.” Bosma bleef echter bij zijn standpunt.
De Maeijer is heel stellig over wat Bosma vandaag deed. “Dit is framing. Het is een andere lading toekennen aan woorden dan die in de gebruikelijke setting hebben. Het woord extreemrechts is eigenlijk een breed gedragen neutrale term. De begrippen links en rechts stammen uit de tijd van de Franse Revolutie en er is feitelijk niets mis mee."
"Wat Bosma echter doet is een gevoelswaarde geven aan dat woord. Hij vermaakt het tot een scheldwoord - ‘uitmaken voor’- door te stellen dat het associaties met nationaal socialisme oproept en dat dus hiermee sprake is van verruwing van het debat.”
Verruwing
Die associatie van de PVV met nationaal socialisme is natuurlijk niet zo gek, meent De Maeijer. “Maar dat doet in deze niet eens terzake. Bosma ‘herframet’ het punt tot de toon van het debat en de omgangsvorm die ‘we hier met zijn allen hanteren’, en spreekt dan verruwing. En daar wil natuurlijk niemand mee geassocieerd worden."
"Daarmee speelt hij juist op het fatsoensgevoel van de Kamerleden in en en het feit dat iedereen zich in die setting gewoon aan de afgesproken regels voor fatsoenlijk debat dient te houden. Maar eigenlijk censureer je gewoon.”
De Maeijer deed eerder onderzoek naar de rol van voorzitters bij debatten en vergaderingen. “Als het gaat om taal en communicatie, dan is er geen neutrale werkelijkheid. De werkelijkheid wordt juist gecreëerd door de woorden en de taal die je gebruikt. En een voorzitter speelt een belangrijke rol in het maken van die werkelijkheid. Daarin heeft hij zoveel macht.”
“Daarom hoor je die functie heel neutraal uit te oefenen en dat doet Bosma hier niet. Sterker nog: hij maakt misbruik van zijn rol als bewaker van de specifieke communicatieprocessen in de Tweede Kamer om zo het imago van zijn eigen partij wat politieke kleur betreft bij te stellen. Daarom zeg ik dat dit een hele sneaky manier is van framing.”
Het bewuste stukje van het Kamerdebat is hier terug te zien.