Universiteiten weren Chinese beurspromovendi
Twee universiteiten stoppen met het Chinese beursprogramma voor promovendi. De beurs is te krap en er leven zorgen over de kennisveiligheid. Ook andere universiteiten moeten goed opletten, vindt de VVD.
Nederland was altijd een enthousiast partner van China. Vorig jaar waren hier zo’n 2.200 promovendi met een beurs van het Chinese Scholarschip Council (CSC), telde bureau Clingendael. Alleen het Verenigd Koninkrijk, Rusland en Duitsland ontvingen meer van deze promovendi.
Overigens telt ook Fontys enkele tientallen Chinese studenten. Opvallend genoeg zijn die vooral ingeschreven bij de Kunsten. Wel is e helft van de 46 Chinese studenten bij Fontys te vinden bij de opleidingen ict, engineering en paramedisch. En dat zijn dezelfde vakgebieden waar juist op de universiteiten nu zorgen over zijn.
Beurs
Die zorgen komen na waarschuwingen van de veiligheidsdiensten en een oplaaiende discussie over kennisveiligheid. De stemming is, in elk geval bij de universiteiten, aan het omslaan. Vlak voor de zomer maakte de TU Eindhoven bekend te stoppen met het CSC-programma en nu zegt ook de Universiteit Maastricht dat ze het contract niet wil verlengen.
Officieel is dat vanwege de hoogte van de CSC-beurs. Van de 1.350 euro die promovendi maandelijks uit China krijgen kunnen ze in Nederland moeilijk rondkomen. Ze voldoen ook niet aan de IND-norm: ze krijgen alleen een visum als ze aantonen dat ze minstens 1.613 euro per maand te besteden hebben. In Groningen past de Rijksuniversiteit het verschil bij. De TU Eindhoven en de Universiteit Maastricht doen dat niet. Maastricht vreest onder meer dat de Belastingdienst er moeilijk over zal doen.
Loyaal aan de partij
Tegelijkertijd spelen de zorgen over kennisveiligheid mee. Zo zei de rector van de Universiteit Maastricht vrijdag in een interview met universiteitsblad Observant dat ook de Chinese ‘loyaliteitsverklaring’ die CSC-studenten moeten ondertekenen een “aandachtspunt” is.
De Chinese overheid vraagt promovendi in een verklaring trouw te zijn aan de communistische partij en te gehoorzamen aan de Chinese ambassade in Nederland. De studenten werken hier in principe vier jaar en beloven de Chinese regering om daarna terug te keren naar hun thuisland.
EenVandaag meldde dat Chinese studenten ook hier in Nederland last hebben van de lange arm van China, al ontbreekt daarvoor hard bewijs. Een studente die haar scriptie over Hongkong wilde schrijven, ziet daar voor de zekerheid vanaf.
Overleg ambassade
Hierover heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken gesproken met de Chinese ambassade, antwoordt OCW-minister Eppo Bruins op Kamervragen van regeringspartij VVD. “In dit gesprek is gewezen op het belang van het beschermen van de academische vrijheid en vrijheid van meningsuiting van studenten in Nederland.”
Hij pikt het onderwerp zelf ook op. “Deze belangen breng ik binnenkort ook over aan mijn Chinese evenknie in een reactie op een felicitatiebrief naar aanleiding van mijn aantreden.”
Welke opleidingen?
Wat de VVD betreft kijken meer universiteiten kritisch naar hun Chinese instroom, zegt Tweede Kamerlid Claire Martens. “Er liggen serieuze waarschuwingen van de AIVD. Ik hoop dat universiteiten daar zelf mee aan de slag gaan.”
Ze wil ook van de minister weten bij welke opleidingen Chinese studenten precies geweerd moeten worden. Waar komen ze in de buurt van gevoelige informatie? De vorige minister was al eens aan een lijst met vakgebieden en opleidingen begonnen, maar dat project werd in mei uitgesteld.
Zou het niet helpen als Chinese studenten en promovendi in het Westen zien hoe vrijheid werkt? “Ik vind het heel mooi dat we Chinese studenten iets van de Nederlandse democratie kunnen meegeven”, antwoordt Martens, “maar we moeten niet naïef zijn, met name waar Chinese studenten toegang krijgen tot technische opleidingen. Dat vind ik gewoon heel gevaarlijk.”