Toegepaste Psychologie
Een veelgebruikte theorie in de psychologie is de zelfdeterminatietheorie van Deci & Ryan. Mijn collega's en ik zuchten vaak diep als we die weer eens voorbij zien komen in de afstudeerscriptie van een student. Zelfs als deze scriptie over iets heel anders gaat dan motivatie, weten de studenten Deci & Ryan er toch ergens tussen te proppen.
We kunnen deze theorie inmiddels dromen. Deci & Ryan beweren dat er drie dingen belangrijk zijn voor je (intrinsieke) motivatie bijvoorbeeld op je werk, namelijk verbondenheid, autonomie en competentie. Aan deze theorie moet ik, ondanks de overkill ervan, de laatste tijd toch vaak denken.
Bijvoorbeeld als ik hoor dat een collega weer voor langere tijd is uitgevallen en het ziekteverzuim hoog is. Het lijkt niet goed te gaan met de intrinsieke motivatie op ons werk. De huidige ontwikkelingen en vernieuwingen spelen namelijk direct in op deze drie factoren.
Als docent voelen we ons minder competent, omdat we minder vakinhoudelijk bezig zijn. En we moeten veel (niet altijd zinvolle) administratieve taken doen bij het beoordelen van producten van studenten. Dit gaat ten koste van een stukje autonomie. Het top down doorvoeren van allerlei belangrijke beslissingen heeft ook impact op onze autonomie en de verbondenheid die we voelen met onze organisatie.
We zagen het bij de reacties op het artikel van Bron laatst over de roosters. Dat gebeurt als medewerkers het idee hebben niet meer autonoom, competent of verbonden te zijn.
Het mooie van toegepaste psychologie en eigenlijk elke hbo-opleiding zit hem in het daadwerkelijk toepassen van kennis en vaardigheden in de praktijk. Dat is concreet en waardevol. Maar waarom passen we onze eigen theorieën dan niet toe, oftewel: Practice what you preach? In dit geval: zorg dat we ons weer competent, verbonden en autonoom voelen.
Het zal wonderen doen voor het terugbrengen van het ziekteverzuim. Geloof mij maar en anders Deci & Ryan.
Tina ten Bruggencate is docent aan Fontys Hogeschool Toegepaste Psychologie en onderzoeker bij het lectoraat Ethisch werken.
Maar als iemand die ook het onderwijs (wel) geeft kan ik me volledig vinden in wat Paul zegt: ik word juist heel erg uitgedaagd samen met collega's invulling te geven aan mijn lessen en aan te sluiten bij wat studenten nodig hebben, en de grote variëteit aan praktijkvraagstukken vraagt meer van mijn expertise.
Waar in het oude onderwijs behaalde vakken 'naar links werden geswiped' en studenten maar weinig meekregen van de lijn die wij erin dachten aangebracht te hebben (voor zover dat al lukte in het bestaande stramien) en studenten losse onderzoeksvakken vooral erg vervelend vonden, zie ik nu interventies die ver boven het niveau uitstijgen van wat er in het oude onderwijs werd opgeleverd, voortgekomen uit een variatie aan toegepaste onderzoeksmethoden en met de voeten in de klei. Waar studenten vroeger kwamen tot interventies die every guy and his dog zouden bedenken zonder enige opleiding hierin (namelijk kennisdeling, bewezen ineffectief), worden er nu daadwerkelijk interventies bedacht die zonder deze opleiding niet tot stand zouden zijn gekomen. En guess what: ze vinden het onderzoek doen nu ook daadwerkelijk leuk.
Wat de ouders aan de zijlijn wel eens vergeten is dat hun kinderen in het veld het prima naar hun zin hebben met het spel waar zij zo over staan te foeteren. Je kunt heel onderbouwd van alles vinden van dit onderwijs, maar dat kan ook zeer zeker over het oude onderwijs. Een kritische houding hoort niet afhankelijk te zijn van meningen, maar deze juist te vormen. Wellicht is confirmation bias of change aversion een leuk onderwerp om de volgende column over te schrijven..?
Ik had het niet beter kunnen verwoorden Erik! Chapeau.
Ik nodig je graag uit om op 10 april even langs te komen op de mercado van project Duurzaamheid (4e etage van de Witte Dame, start 15.00 uur). Tijdens de mercado presenteren eerstejaarsstudenten hun interventies om mensen aan te zetten tot duurzaam gedrag. Dit evenement geeft een beeld van hoe studenten hun TP-kennis en vaardigheden de afgelopen periode hebben toegepast.
Daarnaast moet ik bekennen dat ik me absoluut niet herken in het beeld dat je schetst in je column. Ik voel me juist meer verbonden met collega’s. Je werkt niet meer geïsoleerd, op je eigen eilandje, aan je eigen ‘vakje’, maar samen binnen de leergemeenschap. Ook ervaar ik veel autonomie en heb ik ruimte om mijn eigen invulling te geven aan de leergemeenschap.
Verder ben ik tijdens de leergemeenschap juist volop vakinhoudelijk bezig. Ik begeleid studenten bij diverse gedragsvraagstukken en leer ze vaardigheden zoals het inzetten van kwantitatief onderzoek en het vinden van betrouwbare bronnen. Ze leren hoe ze concreet gedrag kunnen identificeren, ze leren diverse gedragsveranderingstechnieken en kunnen deze toepassen en ze ontwerpen een interventie..
Als ik kijk naar de oude ‘vakken’ rondom sociale psychologie en gedragsverandering (zoals gezondheidsvoorlichting of voorlichtingscampagnes), dan merk ik dat studenten van de afgelopen drie jaar veel meer bagage hebben. Ze hebben een duidelijker beeld van hoe ze een gedragsveranderingsvraagstuk moeten aanpakken. In plaats van automatisch te kiezen voor klassieke voorlichting, waarin vooral kennisoverdracht centraal stond, analyseren ze eerst welke factoren een rol spelen en zoeken ze daar passende technieken bij.
Nogmaals, kom vooral de 10e langs en laat je verrassen! 😉