Suf, benauwd of koorts: online cursus biedt ouders houvast
Je zit thuis met een kindje dat koorts, vreemde plekjes of een snelle ademhaling heeft. Bel je de huisarts of zit je het uit? Het is een veelvoorkomende vraag bij jonge ouders. Maar het is ook een vraag die dankzij een nieuwe online cursus van Fontysmedewerker Jenny Korsten helemaal geen vraag meer hoeft te zijn.
Jenny Korsten heeft als docent Verpleegkunde en voormalig verpleegkundige de nodige kennis en ervaring op het gebied van zorg. Hetzelfde geldt voor haar moeder Gerrie, die naast doktersassistente ook het eerste aanspreekpunt bij een huisartsenpost in Venlo is. Samen kwamen ze op het idee om een online cursus te ontwikkelen voor jonge ouders met zieke kinderen.
“Het idee ontstond al tijdens de coronatijd”, vertelt Gerrie. “Het viel mij toen op dat jonge ouders die normaal gesproken veel belden met vragen over zieke kinderen, plotseling veel minder vaak belden. Waar haalden ze informatie dan vandaan, vroeg ik me af.”
In diezelfde coronaperiode beviel Jenny van een te vroeg geboren baby, met als gevolg heel veel zorgvragen. “Daarna heb ik nog een kindje gekregen dat in de eerste week na haar geboorte het RS-virus opliep, waardoor ze benauwdheidsklachten kreeg”, vertelt de docent. “Door al die dingen samen kwamen we steeds weer terug bij de vraag hoe andere ouders die geen achtergrond hebben in de zorg dit soort dingen aanpakken.”
Late uurtjes
Een uitkomst voor die ouders kan de online cursus zijn die Gerrie en Jenny samen hebben ontwikkeld. Dat deden ze samen op het zolderkamertje van Jenny, vaak in de late uurtjes als de kinderen op bed lagen. “In de cursus komen verschillende vraagstukken voorbij, met daarbij altijd de hamvraag: is het wel of geen spoed? Bel je wel of niet de huisarts, huisartsenpost of 112?”, aldus Gerrie. Een voorbeeld van de thema's is sufheid, een onderwerp waar volgens de doktersassistente heel vaak voor gebeld wordt.
“Een kindje dat écht suf is, is een kind dat amper aanspreekbaar is en dat meteen weer in slaap valt nadat je het wekt. Als het kind reageert, televisie kijkt, drinkt of een knuffeltje aanpakt, is er vaak geen sprake van spoed. Dat soort dingen leggen we allemaal uit in de cursus. Hetzelfde geldt voor benauwdheid: wanneer bel je in zo’n geval de huisarts of andere hulpdiensten en wanneer niet? Is het alarmerend of niet alarmerend, daar draait het om.”
Gerrie heeft in haar carrière al verschillende gevallen meegemaakt waarbij ouders belden die niet per se hadden hoeven bellen. Maar andersom gebeurde het ook: ouders die juist wél met spoed hadden moeten bellen, deden dat niet.
“Zo was er ooit een moeder die heel lang in de wacht hing vanwege een ziek kind. Maar dat wachten duurde volgens haar zo lang, dat ze naar de huisartsenpost was gekomen zonder afspraak. Eenmaal daar bleek dat haar kind allemaal rare plekjes op het onderbeen had die wezen op puntbloedingen, de gevaarlijke bloedingen waar wij altijd voor waarschuwen. Dit was eigenlijk een spoedgeval en zij had dus de spoedlijn mogen bellen zonder in de wacht te staan, maar dat wist deze vrouw niet.”
Preventief
Jenny kent de alarmsignalen omdat ze zelf al een behoorlijke tijd in de zorg werkt, maar dat geldt lang niet voor alle ouders. “Wij hopen dat onze cursus preventief kan worden aangeboden vanuit bijvoorbeeld de verloskundige of zorgverzekeringen. Want het is natuurlijk fijn dat áls je ergens tegenaan loopt, je weet op welke signalen je moet letten en hoe je moet handelen. We willen hiermee niet alleen bereiken dat mensen minder onnodig bellen als ze zich zorgen maken, maar vooral ook dat ze gerustgesteld worden.”
De informatie uit de cursus is afkomstig van allerlei betrouwbare bronnen zoals Thuisarts, wet en regelgeving en richtlijnen van huisartsen en de NHG. Iedereen kan de cursus zelf aanschaffen voor 49 euro, maar Jenny en Gerrie hopen dat-ie in de toekomst ook vergoed kan worden door zorgverzekeraars. Gesprekken daarvoor worden gevoerd.