Studentenhuisvesting: 'Stenen aanbieden is niet genoeg'
Hoe kan je als studentenhuisvester het welzijn van studenten verbeteren? Deze vraag stond donderdag centraal tijdens het Landelijk Congres Studentenhuisvesting. “Alleen stenen aanbieden is niet genoeg.”
Dat er bij het verbeteren van het studentenwelzijn wel degelijk een rol is weggelegd voor huisvesters, daar lijkt na een peiling onder de ruim driehonderd deelnemers van het congres weinig discussie over. Maar wat is die rol dan? Dat is vandaag in Nijmegen de vraag op het jaarlijkse congres van Kences, het kenniscentrum voor studentenhuisvesting.
“Cijfers laten zien dat er nog steeds veel studenten zijn die eenzaam zijn en niet lekker in hun vel zitten”, zegt Jolan de Bie, directeur van Kences, tijdens de opening van de dag. “Om dat te verbeteren doen we al veel als huisvesters, maar we kunnen nog meer doen.”
Sociale voelsprieten
En dat is vooral samen optrekken, zo lijkt het antwoord van Lisanne Bron van SSH&, één van de panelleden. Als studentenhuisvester in Nijmegen en Arnhem zijn er korte lijntjes met verschillende zorginstellingen in de stad. En zelf informeren ze hun huurders waar ze hulp kunnen krijgen als dat nodig is. Maar dat is niet het enige.
Studententenhuisvesters hebben wat Lisanne Bron betreft ook een signalerende functie en kunnen heel gemakkelijk een oogje in het zeil houden. “We vragen bijvoorbeeld ook aan onze onderaannemers om tijdens het onderhoud hun sociale voelsprieten aan te zetten om te kijken wat er speelt.”
Studentenkamer of studio
Als je als student uit huis gaat kun je natuurlijk in een studentenhuis gaan wonen waar je een keuken of badkamer deelt met andere huisgenoten. Maar er zijn ook steeds meer studio’s waar je alle voorzieningen voor jezelf hebt. Uit onderzoek blijkt dat studenten steeds vaker kiezen voor het laatste. En dat is in de strijd tegen eenzaamheid en stress onder studenten geen goede ontwikkeling, vindt panellid Dieke van Ewijk, onderzoeker aan de Hogeschool Utrecht.
“Je ziet dat studenten meer behoefte hebben om zich terug te trekken, maar ze onderschatten misschien ook juist het belang van sociaal contact. Uit cijfers blijkt dat studenten veel minder gelukkig zijn in een zelfstandige woonruimte dan op een kamer in een studentenhuis.”
Steeds meer studio's
Toch worden er de laatste jaren juist steeds meer studio’s gebouwd omdat die nu eenmaal veel lucratiever zijn voor verhuurders. Deze zelfstandige ruimtes komen namelijk, in tegenstelling tot studentenkamers, in aanmerking voor huurtoeslag. Hierdoor kunnen verhuurders veel hogere prijzen vragen en is de huur voor studenten door de toeslag nog steeds betaalbaar.
Van Ewijk ziet graag dat huisvesters daarnaast toch ook inzetten op het inrichten van gemeenschappelijke ruimtes, waar studenten elkaar kunnen ontmoeten en waar iets gebeurt. “Het moet voor studenten niet raar zijn om naar zo’n gezamenlijke ruimte te gaan, daar moet wel iets te doen zijn. Maak er een flexplek of koffiecorner en zet er planten neer zodat studenten zich daarvoor gezamenlijk verantwoordelijk voelen. Zelf hadden we katten in mijn studentenhuis, dat zorgde ook voor verbinding.”
Nog steeds zijn er door het kamertekort meer studenten die op kamers willen dan dat er kamers zijn. Dat blijkt deze week uit cijfers van de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting, een samenwerking van Kences en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Want hoewel er het afgelopen jaar ongeveer 5.000 studentenkamers zijn bijgebouwd, is het totale kameraanbod toch afgenomen. Vanwege de aanhoudende verkoop van particuliere woningen die gebruikt worden als studentenhuis, is het aantal kamers met bijna 18.000 is gedaald.
Onderzoek laat zien dat acht jaar geleden nog 52 procent van de Nederlandse hbo- en wo-studenten op kamers zat, inmiddels is dit percentage gedaald naar 44 procent. Ook het aantal studenten dat op kamers zegt te willen, is in diezelfde periode gedaald van 59 naar 49 procent. Door het kamertekort geven steeds meer studenten de hoop op, is daarom de conclusie van kenniscentrum studentenhuisvesting Kences.
Dat er nog steeds te weinig studentenkamers zijn, komt ook omdat studenten die klaar zijn met studeren in hun kamer blijven wonen omdat ze niets anders kunnen vinden. 57% van de studenten blijft hierdoor langer dan een jaar na hun afstuderen nog in een studentenkamer wonen. Ook het toenemende aantal internationale studenten is een belangrijke reden van de toenemende krapte op de studentenhuisvestingsmarkt.
Dat het aantal studenten in het wo en hbo de komende jaren wat afneemt, gaat het tekort niet oplossen. Op basis van schattingen zal er ook in de toekomst nog steeds sprake blijven van een tekort aan tienduizenden kamers.