Eindhoven,
07
maart
2024
|
14:27
Europe/Amsterdam

Student sport met vluchteling: leerzaam voor beiden

Zonder veel woorden toch de bedoeling van een sportactiviteit overbrengen. Dat is een uitdaging waarvoor een groep tweedejaarsstudenten Sportkunde staat. Tien weken lang organiseren ze een sportactiviteit voor jongeren met een verblijfsstatus. “Je moet vooral laten zien wat je bedoelt”, vertelt Hugo Rooijmans.

Fontys Sport en Bewegen, gemeente Roosendaal en Sportservice Noord-Brabant (SSNB) werken in Partnership Roosendaal samen rondom meerdere maatschappelijke uitdagingen. Zo willen ze inwoners in beweging brengen en houden. Daarbij worden nu ook jongeren met een verblijfsstatus betrokken die de gemeente opvangt. Dat gebeurt onder de noemer van het landelijke project Wereldmeiden/Wereldgozers.

De rol van de studenten Sportkunde is om als buddy's te fungeren voor de jongeren met een verblijfstatus. Ook gaan ze tien weken lang sportactiviteiten voor ze organiseren. Het project heeft als doel om de maatschappelijke participatie en integratie in de Nederlandse samenleving te bevorderen. Daarnaast is het de bedoeling om de contacten tussen Nederlandse jongeren en jongeren met een verblijfsstatus te stimuleren. 

“Zo kunnen de studenten nieuwe dingen leren en van betekenis zijn voor een ander”, aldus Wies van Pelt, projectmanager vanuit Fontys. “En de jongeren maken nieuwe vrienden en oefenen met de Nederlandse taal.” Volgens Van Pelt is het voor de meeste van hen om financiële redenen niet altijd mogelijk zich aan te sluiten bij een sportclub of lid te worden van een sportschool. “Op deze manier kunnen ze toch sporten en hun talenten ontdekken.”

Toernooitje
De jongeren, die variëren in leeftijd van 8 tot 28 jaar, gaan onder andere boksen, voetballen, slagballen en rugbyen. Sommige sporten zijn helemaal nieuw voor ze. Maar vanmiddag gaan ze voetballen en dat heeft iedereen wel eens gedaan. De studenten hebben een toernooitje georganiseerd, waarvoor de groep in tweeën wordt verdeeld. Al snel zijn de twee teams in een sportieve strijd verwikkeld.

Hugo geeft instructiesHet blijkt in de praktijk niet makkelijk om een sportactiviteit te houden voor jongeren die de Nederlandse taal niet of nauwelijks spreken en de leiding te nemen. Inmiddels lukt het Hugo Rooijmans steeds beter. “Je moet vooral laten zien wat je bedoelt. Dus met je handen en voeten uitbeelden wat de bedoeling is. En tegelijk moet je blijven praten, want daar leren ze de taal beter door begrijpen.”

Voor Hugo is het de eerste keer dat hij te maken heeft met jongeren met een verblijfsstatus. “Ik vind het heel interessant en ben het steeds leuker gaan vinden, vooral omdat ze heel erg enthousiast zijn. Ze zijn er vaak al eerder dan wij.” Zelf heeft hij ook het een en ander geleerd. Zo is hij de activiteiten grondiger gaan voorbereiden, geeft hij meer uitleg en wacht hij tot hij zeker weet dat de informatie goed is binnengekomen.

Integratie
De veertienjarige Tarik uit Syrië is een van de deelnemers aan de sportactiviteiten. Hij slaat geen week over. Hoewel hij de taal na twee jaar goed kan verstaan, zegt  hij nog niet veel terug in het Nederlands. Maar dat belemmert hem niet om mee te doen. Voetballen vindt hij het leukst, dat deed hij voorheen in Syrië ook. Hier wil hij zich ook weer gaan inschrijven bij een club. 

Dat is volgens Maxime Smits, projectleider bij Partnership Roosendaal, ook mogelijk. “Na afloop van dit project kunnen de jongeren zich aanmelden bij een sportclub naar keuze en tien weken lang kosteloos meedoen. Op deze manier hopen we hun integratie in de Nederlandse samenleving verder te bevorderen.” 

Op dit moment hebben alleen jongens zich aangemeld voor het project. “Het is de bedoeling om ook een project op te zetten voor Wereldmeiden”, aldus Fontys-projectmanager Van Pelt. [Marieke Verbiesen]

Reageren kan hieronder. Eenmaal gepubliceerde reacties worden niet verwijderd

Reacties (0)
Bedankt voor uw bericht.