Stagevergoedingen: Fontys doet het zo slecht niet
Er zijn slechtere plaatsen om stage te lopen dan binnen Fontys zelf als het gaat om de stagevergoeding. Fontys doet het goed vergeleken met andere hogescholen in Nederland, toch zeker die in het zuiden: Avans, Zuyd en Hogeschool Arnhem en Nijmegen betalen aanzienlijk minder.
Bij de verkiezingen van afgelopen maand dook het ongenoegen over de verschillen in vergoeding voor stagiaires in verkiezingsprogramma’s van bijna alle politieke partijen op. Stagiairs moeten een eerlijke beloning krijgen, klonk het. En een mbo’er zou eigenlijk dezelfde vergoeding moeten krijgen als een hbo’er of wo’er.
Dat onderscheid wordt vaak nog gemaakt. Ook bij hogescholen zelf. Niet bij Fontys. Of iemand nu een mbo-, hbo- of wo-opleiding volgt: alle studenten krijgen hier dezelfde vergoeding.
Sommige partijen (zoals verkiezingswinnaars D66 en CDA) willen een stagevergoeding verplichtstellen, terwijl andere (zoals VVD en JA21) bang zijn dat kleine bedrijven dan geen stageplaatsen meer aanbieden.
Terwijl wel bijna alle studenten van mbo- en hbo-opleidingen móeten stagelopen. Daar leren ze veel van, maar ze verrichten ook arbeid. Soms moeten studenten fulltime aan de slag en hebben ze nauwelijks tijd voor een bijbaan. Dat laatste steekt. Want sommige studenten kunnen zonder bijbaan gewoonweg niet rondkomen. De huren zijn torenhoog, de boodschappen zijn duur en het collegegeld bedraagt meer dan 2.600 euro.
Ongelijke vergoedingen
Maar wat betalen hogescholen zelf aan studenten die bij hen stagelopen? Zij sturen niet alleen stagiairs op pad naar andere instellingen en bedrijven, ze hebben zelf óók stagiairs op hun afdelingen rondlopen, bijvoorbeeld bij de administratie, de beveiliging of de personeelsafdeling. Welke vergoeding bieden zij?
Het Hoger Onderwijs Persbureau vroeg het bij alle 36 hogescholen na en dertig gaven er antwoord. De uitkomst: ze betalen lang niet allemaal hetzelfde. En ze discrimineren ook weleens naar opleidingsniveau. Het goede nieuws is dat alle dertig onderzochte hogescholen een stagevergoeding bieden, 21 maken daarbij géén onderscheid naar opleidingsniveau.
De gemiddelde stagevergoeding is bij die hogescholen 444 euro en dat bedrag zit ruim boven het landelijk gemiddelde voor mbo’ers (250 euro) en hbo’ers (380 euro). Uitschieters naar boven zijn NHL Stenden (750 euro) en de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (775 euro). De Marnix Academie en Hogeschool Iselinge bungelen met gemiddeld 250 euro per maand onderaan.
Fontys betaalt niet alle stagiaires evenveel: dat hangt af van het instituut of van de dienst waar de student stage loopt. Wel moet de maandelijkse vergoeding bij fulltime stage minimaal 400 euro bedragen. Maximaal kan een student 600 euro verdienen bij een stage binnen Fontys. Daarmee is de hogeschool een van de beter betalende in Nederland.
Onderscheid
Zoals gezegd maakt Fontys ook geen onderscheid in opleidingsniveau. Negen hogescholen doen dat wel. Bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen bijvoorbeeld krijgen mbo’ers tussen de 75 en 250 euro (afhankelijk van stageduur en leerjaar), terwijl hbo-studenten daar 200 à 400 euro kunnen ontvangen.
Vooral mbo-studenten zijn de dupe van een onderscheid naar opleidingsniveau. Mbo-stagiairs ontvangen bij deze tien hogescholen gemiddeld 215 euro en dat is dus laag vergeleken met het landelijk gemiddelde van 250 euro.
Daardoor loopt het ook behoorlijk uiteen wat een mbo’er ontvangt. Bij ArtEZ in Zwolle krijgt een mbo-stagiair 275 euro, terwijl de Hogeschool van Amsterdam (die geen onderscheid maakt) bijna het dubbele betaalt: 500 euro.
© HOP. Cijfers: juli 2025. HAN-gemiddelden: vergoeding mede afhankelijk van stageduur en studiejaar. BUAS vergoedt per studiepunt: omgerekend naar maandbedrag.
Studentenorganisatie ISO pleit voor een minimale vergoeding van 560 euro en vindt de grote verschillen tussen de hbo-instellingen oneerlijk. “Het is een goed begin dat er hogescholen zijn die dit bedrag, of zelfs hoger bieden”, zegt voorzitter Sarah Evink. “We zouden graag zien dat de andere hogescholen zich hierbij aansluiten.”
Volgens de cao voor hogescholen komt de stagevergoeding tot stand in overleg met de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad (en niet met de studenten in de raad). Dit overleg geeft hogescholen kennelijk veel vrijheid om een eigen koers te varen. Gevraagd naar het waarom reageert de Vereniging Hogescholen summier. Er is “ruimte voor maatwerk” en dat vindt de vereniging juist goed.
Het inmiddels demissionaire kabinet geeft sociale partners tot 2027 de tijd om afspraken over stagevergoedingen in de cao op te nemen. Nu is dat in slechts 20 procent van de cao’s het geval. Als de vooruitgang onvoldoende is, kan er een verplichte minimumvergoeding worden ingevoerd.
Aanpassen
De hbo-instellingen kennen de discussie rond stagevergoedingen ook. De Hogeschool Leiden overweegt alle vergoedingen gelijk te trekken: “Er is op dit moment nog sprake van een onderscheid in vergoedingen voor de verschillende opleidingsniveaus. We zijn ermee bezig om dat aan te passen.”
Avans merkt op dat bedragen verhoogd kunnen worden indien nodig, maar dat lijkt vooral een kwestie van vraag en aanbod: “De directie van een organisatieonderdeel kan bij het moeizaam invullen van een stageplaats positief afwijken van de bedragen.”
Goed voorbeeld
De minister van Onderwijs in het vorige kabinet, Robbert Dijkgraaf, vergeleek het vervolgonderwijs met een waaier in plaats van een ladder. Mbo is niet lager dan hbo of wo, maar ligt ernaast als in een waaier. Je moet geen nodeloos onderscheid maken naar opleidingsniveau.
Die zienswijze werkt door in de discussies over stagevergoedingen. Het Rijk en aanverwante organisaties (zoals het rijbewijzeninstituut CBR en de rechtspraak) geven het goede voorbeeld met een vaste stagevergoeding van 775 euro, ongeacht opleidingsniveau.
Uit een inventarisatie blijkt dat ook 93 procent van de gemeenten geen onderscheid tussen mbo, hbo en wo meer hanteert, hoewel daar de gemiddelde vergoeding (430 euro) wel een stuk lager is dan bij het Rijk.