door Karen Luiken,
04
juni
2024
|
14:32
Europe/Amsterdam

Sporten weer populair, maar studie zit soms in de weg

Te druk met school, werk of andere activiteiten. Er valt altijd wel een smoesje te verzinnen om maar niet naar de sportschool te hoeven gaan. Toch blijkt uit onderzoek dat jongeren in het afgelopen jaar meer zijn gaan sporten. Geldt dat ook voor Fontysstudenten?

Het onderzoek is uitgevoerd door de sportbond NOC*NSF en laat zien dat jongeren meer zijn gaan sporten, maar dat de aantallen nog wel lager liggen dan vóór corona. In 2019 sportte 75 procent van de 13- tot 18-jarigen, vorig jaar ging het – na een stijging ten opzichte van het jaar daarvoor – om 67 procent. Jongens sporten volgens de studie vaker dan meisjes. 

DaniqueRedenen om niet vaak te sporten? Die zijn er genoeg, maar school of een (bij)baan wordt vaak genoemd, ook door student Danique. “Ik ben zumba-instructrice”, vertelt ze. “In het begin van mijn studie gaf ik twee keer per week les, nu doe ik dat vanwege drukte op school nog maar een keer per week. Naast het lesgeven sport ik verder niet, terwijl ik dat vroeger wel altijd gedaan heb.”

Uitval bij jongeren
Naast school en werk zijn er volgens Dave van Kann, lector bij het Fontys Sport en Bewegen-lectoraat Move to Be, ook nog andere oorzaken. Hij doet momenteel onderzoek naar wat er nodig is om eerste- en tweedejaars vmbo-leerlingen meer te laten bewegen. “Dat jongeren meer zijn gaan sporten, is niet een beeld dat wij heel sterk herkennen”, zegt hij.

“Het fluctueert altijd wat. We zien dat er uitval is van kinderen die naar het voortgezet onderwijs gaan. Ze krijgen andere prioriteiten, een andere sociale omgeving, zijn druk met school, afstanden worden groter en ze krijgen bijbaantjes. Hetzelfde geldt natuurlijk voor studenten: ze gaan op zichzelf wonen, vrienden vertrekken en ze maken nieuwe vrienden. Als mensen een transitie doormaken, dreigen ze uit te vallen op vlakken zoals sporten.”

Dave van KannLichamelijke klachten
Ná het studeren komt er ook weer zo’n transitiefase. Als mensen kinderen krijgen of fulltime gaan werken, bijvoorbeeld. “Maar dan komt er op een gegeven moment ook een moment dat je geconfronteerd wordt met de eerste klachten”, legt Van Kann uit. “Als je niet genoeg beweegt en vaak zittend werkt of een statische houding aanneemt, kun je rugklachten krijgen, zwaarder worden of met andere klachten te maken krijgen. Dat kan dan weer een trigger zijn om het sporten wél weer op te pakken.”

Maar dat is natuurlijk niet de manier om mensen aan het bewegen te krijgen. Van Kann heeft betere ideeën. “Het werkt niet als we dingen steeds duurder maken naarmate leerlingen of studenten ouder worden. Maar sportverenigingen moeten hun kosten kunnen dragen, dus daar zit de oplossing niet. We kunnen beter kijken naar wat jongeren nodig hebben. Ze willen niet structureel twee tot drie keer per week trainen of wedstrijden spelen, ze willen niet overal aan vastzitten. Kunnen we daar niet naar kijken en meer beweegaanbod creëren dat aansluit aan de behoeftes die jongeren hebben?”

Romee en LaraSporten op topniveau
Die vlieger gaat voor student Romee niet op. Zij hockeyt op professioneel niveau en sport daarom zeven keer per week. Het is voor haar niet meer of minder geworden voor, tijdens of na corona. “Maar dat is puur vanwege het niveau waarop ik sport.”

Haar studiegenootje Lara is daarentegen wél minder gaan sporten in vergelijking met een paar jaar terug. Reden: een verhuizing. “Ik heb heel lang gehandbald, maar daar ben ik mee gestopt omdat ik naar een andere stad ben verhuisd. Tegenwoordig ga ik één tot twee keer per week naar de sportschool. Dat is minder dan voor en tijdens corona; toen sportte ik heel veel thuis.”   

Reageren kan hieronder. Eenmaal gepubliceerde reacties worden niet verwijderd

Reacties (0)
Bedankt voor uw bericht.