Rooksnor
Afgelopen maandag wandelde ik naar Fontys langs station Strijp-S. Op het fietspad reed een man in een scootmobiel. Hij had een grote, door rook vergeelde, borstelsnor. In zijn neus had hij een plastic zuurstofslangetje.
Ik kon moeiteloos voor de man langs oversteken zonder dat hij vaart zou hoeven te minderen. Dus dat deed ik. Terwijl ik doorwandelde hoorde ik de rooksnor achter me schor mopperen: ‘lekker gewoon oversteken hoor, klootzak!’
Het leek me geen winnende strategie. Wanneer je in een scootmobiel zit en je bent voor je zuurstof afhankelijk van een plastic slangetje, kun je mensen misschien beter niet voor klootzak uitmaken. Maar ik begreep het wel. In zijn situatie, als het leven mij slechtere kaarten had toebedeeld, dan was mopperen op overstekende dwazen voor mij ook misschien een manier geweest om het leven een beetje draaglijk te maken.
Het bracht me op een idee. Sommige mensen pleiten al jaren voor het opheffen van anonimiteit op sociale media. Het idee is: als iedereen onder zijn eigen naam moet posten, zullen mensen minder snel apenplaatjes naar Brian Brobbey sturen. Alleen het idee stuit op veel verzet. Privacy, en zo.
Dankzij de rooksnor besefte ik dat er ook een simpelere oplossing is. De volgende keer dat iemand een anonieme scheldkanonnade post op sociale media, denk dan gewoon: dat zou best van een rooksnor kunnen zijn. Iemand met een slangetje in zijn neus en behoefte aan een uitlaatklep.
Waarschijnlijk klopt het niet, maar het maakt het leven in ieder geval een beetje draaglijker.