Ook studenten ervaren intimidatie in journalistiek
Niet alleen ervaren journalisten hebben steeds vaker te maken met intimidatie. Ook studenten komen steeds meer in aanraking met vervelende situaties. Bij Fontys Journalistiek stapelen de meldingen zich langzaam maar zeker op.
Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat journalisten in de afgelopen jaren steeds vaker geïntimideerd worden tijdens hun dagelijkse werkzaamheden. PersVeilig meldde eerder dit jaar nog dat het aantal meldingen vorig jaar steeg van 218 naar 249. Het merendeel ging over bedreigingen, gevolgd door intimidatie, discriminatie en fysiek gemeld.
Voor Harmen Groenhart, programmaleider onderwijs bij Fontys Journalistiek, is dat geen nieuwe informatie. “Het neemt al jaren toe en wordt alleen maar erger”, zegt hij. “Maatschappelijke omgangsvormen zijn dermate aan het verruwen dat journalisten vaak niet meer normaal hun werk kunnen doen. Het belemmert niet alleen hun arbeidsgeluk, maar ook hun werkzaamheden en vrijheid van bewegen.”
Dat geldt niet alleen voor ervaren journalisten, maar ook voor studenten. “Onze studenten merken dit ook en dat is een probleem. We sturen ze al vrij snel in hun opleiding op pad omdat dit een mooie manier is om de journalistiek te bedrijven, maar in die harde buitenwereld vindt wel die maatschappelijke verruwing plaats. En dat ervaren ze.”
Groenhart merkt dat studenten steeds vaker met verhalen komen waaruit blijkt dat ze tijdens hun werkzaamheden worden geïntimideerd. Ze worden herkend als journalist omdat ze zich zo voorstellen, of omdat ze bijvoorbeeld een camera of kladblok bij zich hebben. “Met als gevolg dat ze bedreigd worden of in dreigende situaties terechtkomen.”
Voorbeelden
De programmaleider noemt een aantal voorbeelden. “Je bent op een locatie, interviewt iemand en diegene vraagt of hij je ergens af kan zetten. De student, zich van geen kwaad bewust, stapt in de auto. Maar dan ontstaat er een situatie die onaangenaam wordt. De geïnterviewde vraagt wat de student van plan is en stelt voor ‘de aantekeningen maar hier te laten’. Dat is intimiderend.”
Maar ook: “Een student gaat op pad om een verhaal te maken en spreekt daarvoor af op een privé locatie. Het gesprek gaat redelijk goed, maar krijgt toch een mindere wending als de student diepe en kritische vragen begint te stellen. Daar schrikken mensen soms van, waardoor er een dreigende situatie ontstaat. ‘We weten je wel te vinden’, klinkt het dan.”
Het derde voorbeeld schetst een situatie waarin een eerstejaars student de straat op gaat om te oefenen met zijn camera. Hij neemt shots van de publieke ruimte en mag dat ook doen. Daar is immers geen toestemming voor nodig. Maar toch staat er op de hoek van de straat een auto. Het raampje gaat open en de persoon in de wagen doorboort de student met zijn blik. “Je bent een journalist hè? Ik hou je in de gaten.”
Dringend advies
De voorbeelden vormen slechts een klein deel van de ervaringen die ze bij Journalistiek van studenten terugkrijgen. Dat gebeurt niet via een meldpunt – dat is er namelijk niet – maar gewoon tijdens een gesprek met een coach of docent. “Wij adviseren onze studenten om in zo’n situatie meteen te schakelen met een coach of coördinator, maar dat doet lang niet iedereen”, aldus Groenhart, eraan toevoegend: “Ze herkennen intimidatie niet meteen of negeren het omdat ze anders bang zijn met hun beoordeling in de knel te komen.”
Het dringende advies van Groenhart? Wel melden. “En als je in zo’n situatie terechtkomt meteen terugtrekken. Studenten moeten zich ervan bewust zijn dat ze nooit in hun eentje naar een risicovolle locatie moeten gaan, zeker niet als het over een spannend onderwerp gaat. We raden ze bijvoorbeeld ook af om naar demonstraties te gaan, hoe journalistiek het ook is om wel te gaan. Het zijn tegenstrijdige krachten, maar de veiligheid van onze studenten staat voorop.”
Fontys doet verschillende dingen om het bewustzijn bij studenten op dit vlak zo groot mogelijk te maken. Er worden trainingen aangeboden, er is een speciale pagina over veiligheid ingericht op de kennisbank van de opleiding en er is begeleiding vanuit de coach of docent. “We vragen onze studenten naar hun plannen en geven advies. Dat gebeurt al wel, maar ik ben van mening dat we deze checks systematischer zouden moeten doen. En er zouden duidelijkere aanspreekpunten moeten komen.”
Misschien de toelatingseisen aanpassen ??