Nieuw advies voor social media-gebruik: welkom of niet?
Geen social media voor jongeren tot vijftien jaar en pas een mobiele smartphone vanaf groep 8. De deze week voorgestelde nieuwe richtlijnen voor gezond en verantwoord scherm- en social mediagebruik worden bij Fontys over het algemeen goed ontvangen.
Het gebruik van intensief scherm- en social mediagebruik kan een slechte invloed hebben op de gezondheid en ontwikkeling van kinderen. Denk aan negatieve gevolgen als slaapproblemen, depressieve klachten, een negatief zelfbeeld of paniekaanvallen. Het instellen van een verbod is bijna niet te doen, maar het opstellen van richtlijnen kan natuurlijk wel. En dat is dan ook precies wat demissionair staatssecretaris Karremans van Jeugd, Preventie en Sport heeft gedaan.
Zijn advies is om kinderen pas op de middelbare school te laten starten met chatapps zoals WhatsApp, en om ze platforms zoals Instagram en TikTok niet te laten gebruiken voor hun vijftiende. Ook geldt er een advies om kinderen pas vanaf groep 8 een eerste smartphone te geven. De richtlijnen zijn vooral bedoeld om ouders en opvoeders houvast te bieden bij de mediaopvoeding van hun kinderen.
Ervaringen opdoen
Volgens Marlinde Melissen, docentonderzoeker bij het lectoraat Samenlevingspedagogiek, moeten de ervaringen en behoeften van kinderen zelf meer centraal staan in het debat over schermgebruik. Ze is dan ook blij met de nieuwe richtlijnen. “Wat ik belangrijk vind, is dat kinderen echte ervaringen opdoen – die ze zélf kiezen en beleven,” zegt ze. “Van de duinen rollen, met andere kinderen spelen, een insect uit de tuin vissen – dát voedt hun ontwikkeling veel meer dan verslavende content van social media.”
Melissen wijst erop dat de invloed van techbedrijven groot is. “Zij ontwerpen programma’s waar kinderen moeilijk van loskomen. Ouders voelen zich vaak machteloos. Juist daarom is het belangrijk om het gesprek met kinderen aan te gaan over wat zij willen en nodig hebben. De richtlijnen kunnen dat gesprek ondersteunen – met oog voor de stem van het kind. Het is goed dat die er nu zijn.”
Geen professionals
Haar collega Inge Saris heeft het in een reactie ook over de invloed van die techbedrijven. “Dat beleidsmakers nu vooral ouders aanspreken, verbaast me. De zorgelijke aspecten van mediagebruik zijn met name de verslavende mechanismen die erin gebouwd worden. Beleid en regelgeving zouden dus juist gericht moeten zijn op de bedrijven die dit zo ontwerpen, terwijl zij weten dat dit slecht is voor kinderen.”
En waar Melissen de richtlijnen als fijn handvat ziet, zou Saris het liever anders omschrijven. “Ik vind het frappant dat we voor ouders een richtlijn opstellen. En dat die namens de overheid wordt ingebracht. Ik vind het woord richtlijn passen in een professionele context, maar ik zie ouders niet als professionals en ik denk ook niet dat je ze als zodanig zou moeten benaderen. Die tendens zien we steeds meer: ouders en andere opvoeders worden steeds meer benaderd vanuit een idee dat zij op basis van wetenschappelijke kennis zouden opvoeden.”
Het gesprek aangaan
Vierdejaars pabo studenten Femke Maton en Blake Spierings vinden dan weer wel dat het nieuwe advies houvast kan bieden. Ze zijn allebei van mening dat je social media moeilijk kunt verbieden onder jongeren, maar richtlijnen zijn natuurlijk welkom. “Ze leven nou eenmaal in die online wereld en die moeten we niet stopzetten”, zegt Femke. “We kunnen kinderen beter leren hoe ze ermee om moeten gaan.”
Datzelfde zegt ook Blake: "Omdat social media in zo’n korte tijd zo groot is geworden binnen de maatschappij, is het vooral belangrijk dat kinderen weten hoe ze ermee om moeten gaan. Als ouders zowel de positieve als negatieve punten kunnen belichten, denk ik dat jongeren het gewoon kunnen gebruiken. Het lijkt me niet goed om een 15-jarige ineens in het diepe te gooien door hem dan ineens wél social media te laten gebruiken."
Femke wil ook nog graag een ander punt benoemen, eentje waar de nieuwe richtlijnen goed bij kunnen helpen. “Ik begrijp dat ouders hun kinderen een telefoon geven omdat andere kinderen er ook eentje hebben. Je wil niet dat je daardoor een sociaal aspect afpakt. Maar als er voor iedereen hetzelfde advies geldt - namelijk een smartphone vanaf groep 8 - dan zou dat een mooi uitgangspunt kunnen zijn omdat je daarmee een stukje kansenongelijkheid weghaalt.”