Nieuw advies over toetsing: van scoren naar begrijpen
Toetsen in het onderwijs die zijn bedoeld om het leren te ondersteunen, worden in de praktijk te vaak ingezet om leerlingen in te delen naar schoolniveau. Dat constateert de Onderwijsraad in het donderdag verschenen adviesrapport Kijk anders naar toetsing. Volgens lectoren Linda van den Bergh en Kelly Beekman is er nog een flinke weg te gaan naar verbetering, maar zijn de eerste stappen gezet.
De oplossing voor het probleem lijkt simpel: er moet in het basis- en voortgezet onderwijs meer gekeken worden naar de leerling dan naar de uitkomsten van de toetsen die de leerlingen maken. Toetsresultaten wegen nu zwaar mee bij rapportages, diploma’s, toelating tot scholen en de overgang naar een volgend schooljaar.
Volgens de Onderwijsraad worden bijvoorbeeld volgtoetsen, die bedoeld zijn als didactisch hulpmiddel, op vrijwel alle basisscholen meegenomen in het schooladvies. Daardoor verschuift de aandacht bij zowel de leerling, leraar en het schoolbestuur van feedback en brede onderwijsdoelen naar het halen van een zo hoog mogelijke score. Dat kan niet, stelt de raad. Maar dat gebeurt wel degelijk, stelt Linda van den Bergh, Fontys-lector Kansrijk Onderwijs voor iedereen.
Scoren en veranderingen
“Dat komt doordat de kwaliteit van het onderwijs afgelezen wordt aan de resultaten van doorstroomtoetsen”, legt de lector uit. “Sommige scholen nemen zelfs bepaalde toetsen niet meer af bij leerlingen waarvan ze verwachten dat die zwak scoren, omdat dat hun beeld en cijfers negatief beïnvloedt.”
Van den Bergh ziet dat verschillende toetsen hierdoor meerdere functies krijgen en voor tegengestelde belangen zorgen. Maar, zo stelt de lector, er zijn ook al veel scholen in het primair onderwijs die veranderingen doorvoeren. “Scholen die meer werken met portfolio’s en portretten die de leerling breder in beeld brengen bijvoorbeeld.”
Wel moet iedere school in het primair onderwijs gebruikmaken van de zogeheten doorstroomtoets: de toets die bepaalt welk niveau je in het voortgezet onderwijs haalt. Maar ook daar plaatst de lector haar kanttekeningen bij. “Er was al bepaald dat we in Nederland naar één landelijke doorstroomtoets moeten, maar dat is pas in 2027 een feit. Nu zijn er verschillende toetsaanbieders en kiezen scholen voor de doorstroomtoets die de beste resultaten geeft. Wederom om goed te scoren en beter te boek te staan.”
Onderscheid in toetsen
Daarom pleit de Onderwijsraad voor verandering: toetsen moeten gebruikt worden voor hun oorspronkelijke doel. Iets wat volgens Kelly Beekman, lector Technology-enhanced Learning & Assessment, inderdaad nog niet voldoende gebeurt. “Als de functie van de toets bedoeld is om ontwikkeling te volgen, moeten we niet gelijk stellen dat een leerling iets niet kan aan de hand van die resultaten.”
Beekman onderscheidt drie vormen van toetsen: toetsen om leerresultaten vast te stellen, toetsen die het leerproces ondersteunen en toetsen waarmee leerlingen direct inzicht krijgen in hun eigen voortgang. De lector vindt het van groot belang dat leraren weten wanneer ze welke toets in moeten zetten, op welke manier en met welk doel. “Heb je het nodig om informatie te verzamelen, om ontwikkeling bij te sturen of om iemands niveau vast te stellen? Afhankelijk van welke informatie je nodig hebt, bepaal je met welk doel je een toets inzet en welke vorm daar het beste bij past.”
Wat er volgens Beekman nu gebeurt in het onderwijs is dat een toets voor ontwikkeling bijvoorbeeld ook gebruikt wordt voor tussentijdse uitkomsten. “Dus in plaats van ontwikkeling bijsturen, wordt nu gekeken naar het gemiddelde om te concluderen of een leerling een bepaald niveau wel of niet gehaald heeft. En dat is gek, want daar is die toets helemaal niet voor bedoeld.”
Oplossingen
De Onderwijsraad pleit in het advies, als oplossing voor het huidige toetssysteem, onder meer voor toetsingscommissies op iedere school en de terugkeer van het oorspronkelijke doel van leerlingvolgtoetsen: het ondersteunen van het onderwijsleerproces.
Goede ontwikkelingen, aldus Beekman: “Een toetsingscommissie zorgt ervoor dat er kritisch gekeken wordt naar toetsen, wat we moeten toetsen en of de juiste dingen naar voren komen. Zo wordt gemeten of dat wat we voor ogen hebben ook uitkomst biedt."
Ook het doel van de volgtoetsen benadrukken, lijkt haar heel goed. "Want hoe vaak je een toets doet zegt niet zoveel, maar toetsen inzetten waarvoor ze bedoeld zijn wel. Goed dat er met dit advies aandacht is voor de kwaliteit van toetsing, juist omdat toetsresultaten zo bepalend kunnen zijn voor de toekomst van leerlingen."
Volgens lector Kelly Beekman vragen de bovengenoemde ontwikkelingen ook om meer toetsbekwaamheid bij leraren die voor de klas staan. Fontys biedt daarom onder meer de master Toets- en Onderwijskwaliteit aan. Ook wordt in het curriculum van de opleidingen binnen Fontys Educatie aandacht besteed aan toetsbekwaamheid, weet Jan Beijers. Hij is naast studentcoach ook betrokken bij de curriculumontwikkeling van de opleidingen en medevoorzitter van de commissie Onderwijs binnen Fontys Educatie.
“Het advies van de Onderwijsraad sluit aan bij de ontwikkelingen waar we als Fontys Educatie mee te maken hebben. Binnen onze lerarenopleidingen werken we vanuit een landelijke kennisbasis en landelijke bekwaamheden, die momenteel herijkt worden. Hierin wordt de actualisering van de kerndoelen meegenomen. Intern vernieuwen wij het curriculum ook, zodat ons onderwijs opleidt voor die bekwaamheden en inhouden van de kennisbasis.”
De landelijke kennisbasis heeft ook een generiek deel waar studenten aan moeten voldoen. “Daar is toetsing onderdeel van. Studenten leren hierdoor welke vormen van toetsing er zijn en hoe je die inzet in de praktijk.”
Zowel in de propedeuse als de postpropedeuse wordt daar op verschillende manieren aan gewerkt. "Van het inzetten van eenvoudige toetsvormen en het geven van feedback tijdens een (losse) les, tot het dragen van integrale verantwoordelijkheid voor het onderwijs, waarbij toetsing iedere dag aan de orde is.”