Minder Duitse en Bulgaarse studenten bij Fontys
Dit studiejaar hebben zich niet alleen minder Nederlandse maar ook minder internationale studenten bij Fontys ingeschreven. Met name de aantallen Duitse en Bulgaarse studenten zijn beduidend kleiner dan vorig jaar. Ondertussen wordt voor werving over de grens ook nadrukkelijk naar andere landen gekeken.
Vooral waar het gaat om de voltijds bachelor opleidingen noteert Fontys een grote daling, meer zelfs dan bij Nederlandse studenten. Dit jaar heeft zich een kleine 7 procent minder ingeschreven dan vorig jaar, waarbij de grootste daling te zien is bij studenten van elders uit Europa.
Uit Duitsland komen er dit jaar concreet 79 minder, uit de rest van Europa zijn het er 95 minder. Waarbij opvalt dat het van die 95 maar liefst twee derde (63) de terugloop van Bulgaarse studenten betreft. Daarnaast daalde ook het aantal Ieren, Italianen en Kroaten onder de internationale populatie van Fontys.
Rosemarie Moonen, consultant bij Fontys Marketing, Communicatie en PR, heeft er wel een verklaring voor. “Wat Duitsland betreft: eerst hadden wij altijd wel een voorsprong doordat onze manier van opleiden veel minder ‘strak’ en meer praktijkgericht is. Maar inmiddels zijn andere hogescholen daar ook meer die koers gaan varen.”
Voor andere EER-landen geldt een andere verklaring: "We zien dat economieën in met name Oost-Europa groeien en ze dus studenten proberen te verleiden in eigen land te blijven. Zoals Bulgarije. Het onderwijs daar is een stuk verbeterd en ze hebben talenten nodig voor de banen in eigen land. Begrijpelijk, maar wel balen. Want Bulgaarse studenten doen het over het algemeen heel goed bij ons, kennen veel studiesucces en vinden goed de weg naar de Nederlandse arbeidsmarkt.”
Imago
Los van economische groei in andere landen, spelen nog een aantal factoren mee. “Het sentiment in andere landen ten opzichte van Nederland is door alle politieke bewegingen van de afgelopen paar jaar pittig onder druk komen te staan. Daar hebben we weinig invloed op, maar wel last van.”
Moonen vervolgt: “Een andere factor van betekenis is huisvesting. Ja, dit jaar is voor de meeste internationale studenten onderdak gevonden. Allereerst omdat er minder studenten kwamen, er bovendien in Eindhoven 1.000 kamers zijn bijgekomen en omdat het toewijzingsbeleid is aangepast. Maar dat alles biedt nog geen garantie dat het huisvestingsprobleem ook voor de toekomst is opgelost.”
Breder werven
De oplossing voor de toekomst is tweeledig, zo legt Moonen uit. “Voor de korte termijn willen we ons natuurlijk inspannen om niet nog minder Bulgaarse studenten te krijgen. We blijven ons in alle landen van de EER inzetten en zeker in Duitsland, Polen, Spanje en Italië.”
“Voor de langere termijn willen we werk maken van een goed netwerk buiten Europa. Waarbij we ook kijken naar wat het werkveld in de brede Brainport-omgeving en in Venlo nodig heeft. Een aantal landen is heel sterk als het gaat om onderwijs en techniek en brengt veel talent voor op dat vlak. Een land als Iran bijvoorbeeld, waar vandaan dit jaar ook iets meer studenten kwamen dan vorig jaar. En inderdaad, uiteraard ook India. Maar een land van dat formaat, en dat geldt ook voor bijvoorbeeld Indonesië, daar is de spreiding enorm. En die spreiding moeten wij ook gaan hanteren.”
Dat betekent meer of andere agenten inschakelen dan de kleine veertig waarvan Fontys nu gebruikmaakt. Moonen geeft toe dat succesvolle werving in die ver weg gelegen landen kan staan of vallen met de agent die je daar hebt.
Taal
Dat is niet het enige struikelblok. De taal is er nog zo een. Er is al genoeg gezegd en geschreven over de wens van de politiek dat er in het hoger onderwijs vaker in het Nederlands en minder in het Engels les moet worden gegeven. Ook bij de huidige minister is al aangegeven dat dit bij universiteiten misschien speelt, maar zeker niet bij hogescholen. Daar wordt slechts een heel klein deel Engelstalig onderwijs aangeboden en gegeven. En het aandeel buitenlandse studenten in het hbo is ook al jaren stabiel.
Feit is dat de meeste buitenlandse studenten geen Nederlands spreken en vaak ook geen Engels van het niveau dat een hbo-opleiding vereist. Moonen: “Dus je vraagt van studenten dat hun Engels goed genoeg is. Maar om ze hier te krijgen en te houden, is het ook nodig dat ze Nederlands leren. Voor zichzelf, maar ook als het gaat om een baan na hun opleiding. Neem de opleiding Verpleegkunde. Om na diplomering aan de slag te mogen in Nederland, is wel vereist dat je ook de Nederlandse taal op een bepaald niveau beheerst."
Als het aan Moonen lag, zou wat hulp van buiten Fontys overigens ook helpen. “Ik zou willen dat hogescholen ook een ranking krijgen, zoals dat wereldwijd ook met universiteiten het geval is. Dat zou Fontys wel helpen. Daarnaast hoop ik dat er vanuit het bedrijfsleven iets gedaan kan worden met beurzen en opleidingsbudgetten, waardoor de stap kleiner wordt voor studenten van buiten Europa - die nu heel veel moeten betalen om in Nederland te mogen studeren - om voor Fontys te kiezen.”