Sittard/Tilburg,
26
februari
2021
|
09:52
Europe/Amsterdam

Lerarenopleidingen staan voor grote veranderingen

De lerarenopleidingen van Fontys gaan op de schop. Om beter aan te sluiten bij het werkveld is een verandertraject in gang gezet dat grote gevolgen heeft voor studenten, docenten en medewerkers van meer dan 60 Fontys-opleidingen.

Het steeds veranderende werkveld en het groeiende lerarentekort heeft geleid tot een wirwar aan regelingen voor zij-instromers, subsidietrajecten en nieuwe opleidingen. Alleen al binnen Fontys bestaan meer dan 60 lerarenopleidingen binnen negen instituten, in evenzoveel regio’s.

Anton van den BrinkDeze opleidingen hebben allemaal hun eigen curriculum, pedagogische visie, studiegids en website. Dat moet simpeler kunnen, met meer structurele samenwerking tussen de opleidingen en meer flexibiliteit in de leertrajecten voor de studenten.

Minder complex
“Er is grote behoefte aan minder complexiteit”, stelt directeur Anton van den Brink van Fontys Lerarenopleiding Sittard: “We willen de lerarenopleidingen omvormen naar een soort ‘leraren academie’ waarbij studenten vanuit een brede basis zelf hun leerroute kunnen samenstellen.”

De transitieplannen die de Fontys-opleidingen in januari hebben opgesteld, sluiten aan bij het landelijke bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingen van de Vereniging Hogescholen, Vereniging van Universiteiten en het ministerie van OCW. Dat werd eveneens in januari vastgelegd.

De veranderingen binnen de lerarenopleidingen bij Fontys overstijgen de instituten, stelt directeur Hanny van Geffen van Fontys Lerarenopleiding Tilburg. “We gaan meer samenwerken in het ontwerpen van curricula. Er zal echt vanuit verschillende instituten aan de onderwijsprogramma’s gewerkt worden.”

Aansluiten bij talenten
Ook moeten de opleidingen volgens Van Geffen meer de aansluiting zoeken bij de ambities en talenten van de studenten. “Sommige studenten willen een specialistisch docent worden, andere zoeken meer de verbreding. Daar moeten de opleidingen op inspelen.”

De aanpassingen moeten leiden tot minder uitval van studenten, een betere doorstroom van bachelor naar hbo-master en een beter dekkend opleidingsaanbod in de regio. Van Geffen: “We moeten de toekomstige leraren breder inzetbaar opleiden, maar mét behoud van specialisaties.”

Regie bij student
De rol van de opleiders verandert door de flexibilisering sterk, denkt Van Geffen. “De regie komt meer bij de studenten te liggen. Dat betekent dat wij een coachende en begeleidende rol krijgen. Het betekent ook dat we meer moeten loslaten en studenten zelf hun talenten moeten laten ontdekken.”

Lange adem
De omvorming Hanny van Geffenvan de lerarenopleidingen zal volgens Van den Brink en Van Geffen een traject zijn van de lange adem. Eerst zal er binnen de opleidingen enige weerstand overwonnen moeten worden.

Met pilots (zie kader) is inmiddels al de nodige ervaring opgedaan. Van den Brink: “We weten dus al een beetje wat wel en wat niet werkt en waar de weerstand zit bij docenten.”

Niet tornen aan kwalificaties
Van Geffen: “We gaan echt niet met iets totaal nieuws komen. De bekwaamheden en kwalificaties van docenten, daar gaan we niet aan tornen. De weg ernaartoe, die wordt wel anders. We gaan meer werken vanuit slimme coalities en multidisciplinaire samenwerkingsverbanden.”

Het is nu volgens Van den Brink vooral zaak de transitie niet vanuit de verschillende opleidingen te bekijken, maar vanuit het geheel. “Zo komen we tot opleidingen die in de basis hetzelfde zijn, maar verschillen in de context.”

Impact
Dat de impact groot is voor Fontys staat voor hem buiten kijf. “We zijn de grootste lerarenopleider van Nederland. Het grootste deel van de docenten ziet gelukkig nut en noodzaak van de veranderingen, maar er is nog veel werk te doen.” [Ivo van der Hoeven]

Onderwijspilots lopen vooruit op verandering

Vooruitlopend op de transitie startte Fontys in september de pilots Pabo-ALO en Learning College. De eerste moet de studenten breder inzetbaar maken, de ander geeft een loopbaanperspectief op basis van talent.

De vier- tot vijfjarige Pabo-ALO (ALO staat voor Academie voor Lichamelijke Opvoeding) betreft een samenwerking met Fontys Sporthogeschool. Studenten kunnen daarbij twee bevoegdheden behalen: leraar basisonderwijs en leraar lichamelijke opvoeding.

“Dit soort professionals zijn zeer aantrekkelijk op de arbeidsmarkt”, vertelt projectleider Ronald Keurentjes. “De brede inzetbaarheid is voor veel scholen echt een grote pré. En er is voldoende animo voor de opleiding. We zijn in september met maar liefst 42 studenten gestart.”

Waardevolle ervaringen
Het Learning College telt dit eerste jaar slechts zeven studenten. Maar de ervaringen die er worden opgedaan zijn waardevol, denkt projectleider Petra Poelmans.

“Studenten kunnen zich bij ons breed oriënteren in het eerste jaar en dat heeft duidelijk effect. Vier van de zeven studenten zijn binnen Learning College overgestapt naar een andere richting.”

Deze studenten blijven nu behouden voor Fontys. “Normaal zijn uitvallers ook echt afhakers”, stelt Poelmans. “Deze studenten blijven nu wel binnen het domein.”

Jonge kind specialist
Er is ook nog de pilot 'Pabo 
Jonge Kind Specialist'. Daarmee kunnen studenten bovenop hun basiskennis zich specifiek ontwikkelen in het lesgeven aan het 'jonge kind', dat is de leeftijdsgroep nul tot zeven jaar.

Reacties (0)
Bedankt voor uw bericht.