Landsgrens moet student niet langer begrenzen in Euregio
Studeer je in het grensgebied van Nederland? Dan kunnen de landsgrenzen bepaalde kansen in Duitsland of België belemmeren. Want die landsgrenzen begrenzen, letterlijk. En dat is doodzonde, vinden elf hoger onderwijsinstellingen in de Euregio Maas-Rijn. Samen ondertekenden ze een akkoord om grensoverschrijdend studeren toegankelijker te maken.
De overeenkomst werd vorige week ondertekend tijdens de internationale OECD-conferentie 'Global Forum on Local Development' in Maastricht. Omdat ook werkgevers baat hebben bij een betere samenwerking tussen onderwijspartijen, zetten naast de hoger onderwijsinstellingen ook werkgeverscollectieven hun handtekening. Daarna werd er veel over bericht, maar wat gaat er nu eigenlijk precies gebeuren? Blijft het bij slechts een handtekening of worden er daadwerkelijk stappen gezet? En welke stappen zijn dat dan?
Wendy Mackus, directeur van Fontys Techniek en Logistiek, en Gerard Sijben, die zich binnen Fontys bezighoudt met tal van onderwijsinnovaties, geven meer verdieping over dit onderwerp en de plannen. Samen met Sofie Moresi, lector bij het lectoraat Cross-border business development, zetten zij zich in voor een veel bredere samenwerking met hoger onderwijsinstellingen in de Euregio.
Naast Fontys ondertekenden ook Zuyd Hogeschool, Hogeschool PXL, UCLL, Katho NRW, FH Aachen, Autonome Hochschule Ostbelgien, Haute Ecole de la Province de Liège, Haute Ecole Charlemagne, Haute Ecole de la Ville de Liège en Haute Ecole Libre Mosane het akkoord. Vanuit Fontys zijn er meerdere instituten en lectoraten bij de plannen betrokken, waaronder Technology, Techniek en Logistiek, FIBS en Fontys Educatie.
“Voor een kerstmarkt steken we de grens zo over naar Duitsland, maar onze studenten houden we eigenlijk allemaal binnen de landsgrenzen”, zegt directeur Mackus. “Met het convenant spreken we met elkaar af om meer samen te werken in zowel onderwijs als onderzoek. Zodat we de studenten meer internationale ervaringen kunnen geven terwijl ze toch dichtbij huis kunnen blijven wonen, maar ook om maatschappelijke impact te maken, op te schalen in het werkveld en meer personeel beschikbaar te maken.”
Overstijgende curricula
Concreet kun je volgens haar denken aan het beter op elkaar afstemmen van de curricula van de deelnemende scholen, het erkennen van elkaars diploma, meer stagemogelijkheden over de grens, het volgen van een minor bij een andere school of misschien zelfs een curriculum dat over twee verschillende scholen wordt getild. “Nu zitten daar nog bepaalde wettelijke beperkingen aan”, klinkt het. “Als je bijvoorbeeld de pabo in Limburg doet, mag je niet zomaar in Duitsland lesgeven; er zijn daar heel veel regels over. Maar met de samenwerking willen we daar stappen in zetten en er ook onderzoek naar doen.”
Voorheen waren er ook al uitwisselingen van en naar Duitsland en België, maar die werden volgens Sijben vaak beperkt tot ‘instrumentele activiteiten die niet altijd goed geborgd waren’. “De kracht van deze overeenkomst is dat hogescholen een stap verder willen zetten”, stelt hij. “Het gaat verder dan losse activiteiten. We hebben als doel dat studenten én werknemers veel mobieler worden in de grensregio.”.
Afspraken maken
Mackus schetst een voorbeeldje. Je hebt een student uit Lanaken, een klein Belgisch plaatsje vlakbij Maastricht. Hij zou vanwege de afstand heel makkelijk in Maastricht kunnen studeren, maar omdat hij nou eenmaal binnen de Belgische landsgrenzen woont, kiest hij toch sneller voor een studie in bijvoorbeeld Antwerpen. Want: vanzelfsprekend. “In de kern verzorgen we hetzelfde onderwijs”, zegt Sijben daarover. “Alleen zit er een andere visie en ander accreditatiestelsel onder. Wij gaan daar samen met de tien andere scholen afspraken over maken en willen ook kijken of een student verschillende modules bij verschillende scholen in verschillende landen kan volgen.”
Waarom wordt deze stap nu pas gezet? Dit ‘probleem’ en de daarbij horende kansen speelt immers toch al veel langer? Dat klopt, zeggen Sijben en Makcus, maar de mogelijke komst van de Einstein-telescoop (zie kader hieronder) zorgt ervoor dat de plannen veel meer worden gestimuleerd, met name door de provincie Limburg. Bovendien worden er ook op andere vlakken soortgelijke stappen gezet, want Fontys is met verschillende lectoraten en instituten ook al betrokken bij tri-nationaal techniekonderwijs en de Euregio.
“Het gaat niet alleen om de Einstein-telescoop, maar het versterkt het wel”, aldus Mackus. “De telescoop zal een heleboel talent aantrekken en als wij dan voorwaarden kunnen creëren waardoor het nog makkelijker is voor talent om naar deze regio te komen… Tja, dan hebben we een hele goede economische motor voor de Euregio als het gaat om het inzetten voor bredere welvaart.”
Taalverschil
Oké, en hoe zit het dan met de laatste begrenzing (om maar even in de termen te blijven): de taalverschillen? Het Duitstalige onderwijs bij Fontys in Limburg is sinds kort afgebouwd, komt dat dan niet nét op een ongelukkig moment? Mackus en Sijben zien daar geen struikelblok in. “Er zijn best wel wat mogelijkheden. Je kunt zeggen dat Engels de voertaal wordt, maar daarmee doen we wellicht geen recht aan de trinationale samenwerking. We onderzoeken hoe technologie ingezet kan worden om mensen in hun eigen taal te laten studeren.”
De Einstein Telescoop moet een ondergronds observatorium voor zwaartekrachtsgolven worden, waarbij het grensgebied van Zuid-Limburg een beoogde locatie is (de definitieve beslissing over de locatie wordt volgend jaar pas gemaakt). De telescoop moet zo’n 300 meter onder de grond komen te liggen en krijgt drie zijden van elk tien kilometer lang. Naast heel veel onderzoek – naar onder andere zwarte gaten en de gevolgen van de oerknal - moet de telescoop ook een veelvoud aan economische activiteiten en banen voor de Euregio opleveren.