Eindhoven,
25
februari
2022
|
10:25
Europe/Amsterdam

Kennis delen én opdoen met studenten in Suriname

Niet alleen studenten van Fontys trekken de grens over. Een groep medewerkers van het Fontys Centrum voor Ondernemerschap bezocht Suriname en coachte daar studenten die een eigen bedrijf willen beginnen. Dat bleek voor beide partijen leerzaam.

Samenvatting

De EU ondersteunt met Erasmus+ de educatieve, professionele en persoonlijke ontwikkeling in onderwijs, training, jeugd en sport. Deelnemers kunnen via Erasmus+ in het buitenland studeren, werken of aan projecten meedoen waardoor zij hun communicatieve en interculturele vaardigheden verbeteren.

Met zijn vieren vlogen zij afgelopen maand richting Suriname, dankzij een Erasmus+ subsidie. Die uitwisselingssubsidie was twee jaar geleden al toegekend, maar door corona kon de reis niet eerder. Samen met hun collega’s Arjen Korpel en Paul van Schelt voerden Irene Vriezen en Olivier Verstappen een ondernemerschapsprogramma uit bij Hogeschool Janssen & Partners in Suriname.

Een leuk snoepreisje? Meer een leuk leerreisje. Want de trip bleek voor beide partijen vruchtbaar en leerzaam, zo beklemtonen Vriezen en Verstappen.

“De studenten waren ontzettend blij met het ondernemerschapsprogramma dat wij hen boden. En andersom leerden wij ook heel veel”, zegt Vriezen. “Vooral het inzicht van hoe anders het daar werkt, hoe anders er wordt gedacht. Precies de reden van deze reis: meer kennis opdoen over intercultureel onderwijs.”

Context
Want net als veel opleidingen bij Fontys krijgt ook het Centrum voor Ondernemerschap (CvO) in toenemende mate te maken met internationale studenten.

Arjen Korpel, Olivier Verstappen, Paul van Schelt en Irene Vriezen van Fontys CvO voor het hogeschoolgebouw in Paramaribo.Vriezen: “Die studeren al bij Fontys en krijgen onderwijs vanuit Nederlands standpunt, uiteraard. Maar die studenten komen uit een heel andere context. En gaan daar wellicht ook weer terug naar toe. Dan is het goed om die context te kennen om die studenten ook beter te kunnen begeleiden.”

En wat het viertal dan leerde? “Onder andere dat we veel meer moeten denken aan wat wij hen kunnen leveren waar zij mee geholpen zijn. Dat hoeft niet hetzelfde te zijn als voor een Nederlandse student”, zegt Verstappen.

“In Suriname zijn bijvoorbeeld familie en religie heel belangrijk. En ze willen elkaar vooral allemaal helpen.” Vriezen vult aan: “Hier is het heel individualistisch. Daar draait het veel minder om het geld en komt de drive meer vanuit het gevoel iets voor de maatschappij terug te willen doen. Dat zie je terug in het ondernemerschap.”

Verstappen: “Over politiek hebben ze het liever niet. Maar ze zitten wel vol ideeën over hoe ze allerlei zaken in hun land zouden kunnen verbeteren en willen daar aan bijdragen doormiddel van een eigen bedrijf.”

Verrassende inzichten
Zo bleek ook bij de ‘pressure cooker ondernemerschap’ die de 17 deelnemende Surinaamse studenten kregen voorgelegd. Dat leverde verrassende inzichten op aan beide kanten. “De studenten daar hebben een kennisachterstand in dit vakgebied. Maar dat maken ze meer dan goed door hun gretigheid, de wil om meer te weten en te kunnen.”

Zo was het voor de studenten een eyeopener om te zien dat je als ondernemer voor een oplossing toch echt eerst het probleem moet hebben vastgesteld en moet valideren in de markt. Niettemin bedachten ze prachtige oplossingen voor externe studeerlocaties, voedseldistributie en hoe klusjesmannen met particulieren in contact gebracht kunnen worden via een applicatie.

“Ze deden ons versteld staan met hoe goed en snel zij valideren. Ze gingen de straat op en hadden binnen een paar uur vijftig mensen ondervraagd en een probleem gesignaleerd.”

Hoe anders gaat dat in Nederland, waar veel studenten het liefst alles met hun mobieltje doen en koudwatervrees hebben voor het fysiek valideren. “Toen we terugkwamen hebben we dat ook met de studenten hier gedaan. Die kwamen tot ‘maar’ twintig mensen in de validatie. Niettemin was ook voor hen duidelijk dat je zo veel sneller resultaat boekt, door echt met mensen te praten.”

Boilerplate

Nick Adriaans van dienst O&O was degene die de subsidie in de wacht wist te slepen.  ““Fontys ontving €175.000 voor vier projecten. Naast het CvO ontvangen ook de hogescholen FIBS, FHICT en FHTNL een subsidie voor uitwisseling met respectievelijk Zambia en Tanzania, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten.”

“Erasmus+ is er voor zowel studenten als medewerkers en is bedoeld om hun internationale competenties te ontwikkelen, door bijvoorbeeld in het buitenland lessen of workshops te geven of te ontvangen. Dat gebeurde al, maar door deze subsidie wordt het gemakkelijker.”

De subsidie voor dit uitstapje was niet groot: genoeg om de reis- en verblijfskosten van te betalen. Maar de winst was groot, zo stellen Vriezen en Verstappen. “Voor de studenten, voor ons, maar ook voor Fontys. Want we hadden en hebben nog niet veel contacten daar. Surinaamse studenten gaan in Nederland nu nog vooral in Rotterdam en Amsterdam studeren."

"Van de groep die wij coachten, zei een aantal al dolgraag bij Fontys een minor te willen volgen. Een vervolgprogramma oppakken samen met Hogeschool Janssen staat dan ook al op de planning zodat we een uitwisseling van studenten op gang kunnen krijgen.” [Jan Ligthart

Reacties (0)
Bedankt voor uw bericht.