Jaknikkers gezocht
Er zijn van die teksten waarvan je tijdens het lezen denkt: bedoelen jullie dit nou echt?
Laatst kwam ik er weer zo één tegen. Over de ‘juiste houding’ van docenten. Nieuwsgierig zijn, kunnen vertragen, loslaten, leren zien als constructie. Allemaal prachtig. Tot je tussen de regels door iets anders leest: zo moet je zijn. En als je dat niet bent, dan is er werk aan de winkel. Of misschien… een andere werkplek.
Want laten we eerlijk zijn: achter al die vriendelijke woorden schuilt een impliciete norm. De goede docent is degene die meegaat in de koers. Die het proces omarmt. Die niet te veel vasthoudt aan inhoud, structuur of, God verhoede, duidelijke antwoorden. De rest? Die “ervaart ongemak”.
Ik moest ineens denken aan een ander systeem waarin afwijkende geluiden niet per se gewaardeerd worden. Waar loyaliteit belangrijker is dan tegenspraak. Waar je vooral moet laten zien dat je aan de goede kant staat. De link met bijvoorbeeld Trump is dan snel gemaakt.
En nee, natuurlijk zijn we geen Amerikaans politiek systeem. Maar het mechanisme is herkenbaar: als kritiek wordt geframed als weerstand, en weerstand als probleem dat opgelost moet worden, dan wordt het wel heel stil in een organisatie. En stilte is zelden een teken van veiligheid.
Sterker nog, het tegenovergestelde is waar. In een écht veilige organisatie is er ruimte voor frictie. Voor docenten die zeggen: “Wacht even, klopt dit wel?” Voor mensen die behoefte hebben aan structuur, duidelijkheid en inhoud, niet omdat ze star zijn, maar omdat ze hun vak serieus nemen. Niet iedereen hoeft te “vertragen”. Soms moet je juist versnellen. Niet iedereen hoeft “los te laten”. Soms moet je ergens voor staan.
De vraag is dus niet: passen docenten in deze mindset? De vraag is: past deze mindset bij het onderwijs dat we willen zijn?
Willen we een organisatie van jaknikkers die netjes de nieuwste onderwijsfilosofie volgen? Of willen we een plek waar verschillende manieren van denken naast elkaar mogen bestaan, waar studenten én docenten serieus genomen worden in al hun talenten, twijfels en voorkeuren?
Waar veiligheid niet betekent dat iedereen hetzelfde zegt, maar dat iedereen iets durft te zeggen. Ik weet het antwoord wel. Nu de organisatie nog.
Tina ten Bruggencate is docent aan Fontys Hogeschool Toegepaste Psychologie en onderzoeker bij het lectoraat Ethisch werken. Lees hier haar eerdere columns voor Bron.
Het Nieuwe TGO onderwijs veroorzaakt veel onzekerheid en vraagt een andere professionele benadering.
Docenten kunnen zich handelingsonbekwaam voelen en in een soort kramp (controle) schieten. Ik heb al veel bijzondere verhalen gehoord. Als je maar zorgt dat alle werkwoorden terug komen in je werk, dan haal je het wel. Terwijl TGO vooral ontwikkelingsgericht bedoeld is. Als je niet gewend bent zo te kijken en te werken kun je je handelingsonbekwaam voelen en kan datje erg kwetsbaar maken. Bekendheid met het werken binnen TGO en het feit dat het andere begeleiding vraagt en dus andere competenties, dan had daar vooraf aandacht voor mogen zijn. Daar is helemaal geen aandacht voor geweest. Voortgezette professionalisering noem ik dat. Daar is zo wie zo weinig aandacht voor. Ik pleit daarom al jaren voor Supervisie als middel voor dialoog en voortgezette professionalisering voor de professional, maar ook in het curriculum van de toekomstige docenten, de studenten dus. Bij Supervisie mag het schuren, maar hebben we het wel over betekenisvolle thema's die er vanuit alle perspectieven mogen zijn. Zo leren we elkaar meer en beter te begrijpen. Daar is lange termijn visie voor nodig en geen korte termijn visie. Daarom wordt het argument van de kosten te vaak gebruikt. Op lange termijn levert dit geld op. Maar hier is visie en lef voor nodig. Als ik het over Supervisie heb dan begint iedereen over intervisie. Supervisie is zeker geen intervisie. Binnen Supervisie sta jij centraal en kijk je naar jouw handelen en wat jouw handelen betekent in de praktijk. De praktijk is leidend. Door Supervisie ga je patronen herkennen en krijg je inzicht in het hoe en waarom van je handelen. Patronen kunnen belemmerend zijn voor de eigen ontwikkeling. Door deze te leren zien en herkennen kan er sprake zijn van verdere professionalisering. Anders blijf je doen wat je al jaren doet, zonder je daarvan bewust te zijn waarom je handelt zoals je handelt.. en blijf je in je confortzone. We herkennen dat allemaal. we vragen van onze studenten van alles, maar blijven daar zelf niet in achter?? Bij HRM zat Supervisie in het curriculum, maar werd daar al in de originele vorm (de bedoeling) wegbezuinigd.
Het valt me op dat je in je columns nogal vaak afgeeft op de organisatie waar je zelf onderdeel van uitmaakt. Daarbij zet je vaak groepen (lees: management en commissies) weg, en plaats van de veelvormigheid ook in die gremia te erkennen. Je kunt je afvragen of deze columns de organisatie brengen waar je hem wilt hebben.
Dank voor je reactie, altijd interessant, anonieme betrokkenheid. Zeker wanneer die zo goed lijkt ingevoerd in de interne verhoudingen. Je hebt gelijk dat er in de VS expliciete normen zijn. Mijn punt ging juist over impliciete normen: minder zichtbaar, maar vaak minstens zo sturend. Dat is geen gemakzuchtig getheoretiseer, maar precies waar het interessant wordt.
Dat ik kritisch schrijf over mijn eigen organisatie klopt. Die betrokkenheid is juist de reden dat ik schrijf wat ik schrijf.
En over die veelvormigheid: die erken ik zeker. Maar als we die gebruiken om scherpe observaties te vermijden, wordt het al snel… een beetje jaknikken. Mocht je ooit onder je eigen naam willen reageren, dan wordt het gesprek misschien nog net iets opener.
Hartelijke groet,
Tina
Interessant opiniestuk vandaag in De Volkskrant:
https://emea01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fdigitalekrant.volkskrant.nl%2Fvolkskrant%2F2764%2Farticle%2F2492686%2F23%2F1%2Frender%2F%3Ftoken%3D537303499b1e146c9169dc1d2e6aff84%26vl_platform%3Dios%26vl_app_id%3Dbe.persgroep.devolkskrant%26vl_app_version%3D13.73.0&data=05%7C02%7C%7Cddab9d18ece94c1ca77e08de99f49b7c%7C84df9e7fe9f640afb435aaaaaaaaaaaa%7C1%7C0%7C639117473006049766%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=UolLsi9pvD4jfsWAUJVRwVLrubP%2B37TLh%2BXqWBf9TJI%3D&reserved=0
Meer weten? Zie o.a.:
De Bruyckere, P., Kirschner, P. A., & Hulshof, C. (2021). Juffen zijn toffer dan meesters, en nog meer mythes over leren en onderwijs. Lannoo.
Duyck, W. (2021). Mijn Kind, slim kind. Borgerhoff & Lamberigts.
Huygen, M. (2024) Nog wat geleerd vandaag? Hoe kennis terugkeert in het onderwijs. Boom.
Kirschner, P. A., Claessens, L., & Raaijmakers, S. (2018). Op de schouders van reuzen: Inspirerende inzichten uit de cognitieve psychologie voor leerkrachten. Ten Brinke.