Eindhoven,
11
april
2018
|
21:07
Europe/Amsterdam

Inspectie: Nederlands onderwijs glijdt af

Andere aanpak Fontys nog niet zichtbaar

De kwaliteit van basis- en voortgezet onderwijs in Nederland wordt elk jaar een beetje slechter en dat al 20 jaar lang, zo stelt de onderwijsinspectie in haar jaarlijkse rapportage. De ontwikkeling is bekend en Fontys is al een aantal jaren bezig met verbeteringen, zo stelt directeur Astrid Venes. "Jammer, ik had gehoopt dat de eerste signalen daarvan nu zouden zijn opgepikt."

 

door Jan Ligthart
De conclusies in 'De Staat van het Onderwijs' zijn behoorlijk alarmerend. Als het een schoolrapport was geweest, dan had het vol dieprode cijfers gestaan. In tegenstelling tot vrijwel alle andere landen, presteren leerlingen in het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs al 20 jaar lang steeds iets minder dan vroeger. De inspectie ziet dat ook terug in landelijke studies naar prestaties van basisschoolleerlingen in taal, rekenen, cultuureducatie, natuur en techniek en bewegingsonderwijs.
"Vooral toptalent ontwikkelt zich minder. Maar de laatste twee jaar zien we ook steeds meer leerlingen van de basisschool komen die onvoldoende goed kunnen lezen. De gestage daling en stagnatie van de prestaties in het primair en voortgezet onderwijs is uniek en reden tot zorg", aldus het rapport.

Onbenut
Het rapport laat weinig aan de verbeelding over: het gaat de verkeerde kant uit met het Nederlandse onderwijs. En de manier waarop onderwijs en overheid dit proberen tegen te gaan is niet voldoende. "Autonomie wordt door scholen onvoldoende benut en ingevuld. En te open overheidssturing leidt regelmatig tot vrijblijvendheid", aldus de inspectie. Het medicijn is volgens de inspectie 'betere samenwerking voor de maatschappelijke taak van het onderwijs'.
Astrid VenesAstrid Venes is directeur van Kind en Educatie en daarmee van vijf Fontys-pabo's. "We hebben bij Fontys natuurlijk de hele lijn in huis, met pabo's én lerarenopleidingen. Ik zal daarom de laatste zijn om te zeggen dat we met dit rapport niets te maken hebben."
"Ik ben het met de inspectie eens:de enige manier om het roer om te gooien is door de handen ineen te slaan. Bij Fontys zijn we daar al mee bezig.Wij werken hier in domeinen maar trekken daarin meer en meer met elkaar op. Vooral als het gaat om bekwaamheid en verdere professionalisering. Om de vraag welke leerkracht je precies voor welke leeftijdscategorie kinderen nodig hebt."
"Daar zijn we al langere tijd mee bezig. Eerlijk gezegd had ik ook gehoopt dat, en dat had in dit rapport gekund, de eerste signalen nu zouden worden opgevangen dat we het langzaam steeds beter doen. Maar zoiets kost ook veel tijd eer je er in de praktijk iets van merkt."
 

Meer ruimte
Paul RosemöllerDe PO-raad herkent de conclusies. "Zorgelijk, maar niet heel verrassend", reageert voorzitter Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad. "We staan voor flinke uitdagingen. Maar schoolbesturen kunnen inderdaad soms meer ruimte pakken dan ze nu ervaren."
Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-Raad, is het niet eens met de conclusie van de onderwijsinspectie dat de kwaliteit van het onderwijs gestaag afglijdt. Die conclusie noemt hij "eenzijdig en onterecht".

Zorgen om segregatie

Al enkele jaren meldt de inspectie dat de kansen voor leerlingen en studenten grotendeels afhankelijk zijn van het opleidingsniveau van de ouders en naar welke school een leerling gaat. Dit jaar laat nadere analyse zien dat deze effecten versterkt dreigen te worden door toenemende segregatie.
Scholen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs waren al sterk gesegregeerd. De laatste jaren neemt de segregatie langs opleidingsniveau en inkomen in het onderwijs verder toe. De etnische segregatie neemt af, maar op basis van inkomen en status ontstaat er juist weer andere 'eilandvorming'.