Tilburg,
08
juni
2018
|
12:44
Europe/Amsterdam

Hyperdiversiteit en polarisatie vragen om extra ondersteuning hulpverlening

“Ik ben lang te lief geweest, dacht dat we met zachte hand de problemen een goede kant konden opduwen. Maar daar ben ik van teruggekomen. De hyperdiversiteit en polarisatie in Nederland vragen om extra ondersteuning van hulpverleners”, zegt Yolanda te Poel, lector ‘Diversiteit en (ortho)pedagogisch handelen’. Ze is daarom heel blij dat het lectoraat na haar vertrek gewoon doorgaat.

door Petra Merkx
Te Poel neemt dinsdag 12 juni afscheid van haar lectoraat én van Fontys met een symposium. En dat heeft niet voor niets de titel gekregen: ‘Allemaal gelukzoekers. Jeugdhulp en opvoeding in tijden van polarisering’.

De afgelopen acht jaar richtte Te Poel en haar lectoraat zich op hoe de hulpverlening aan kinderen van migranten beter kan. Door communicatieproblemen Yolanda te Poelen gebrek aan kennis van andere culturen loopt dat regelmatig spaak, terwijl de nood hoog is. Denk aan getraumatiseerde kinderen van oorlogsvluchtelingen of de identiteitsproblematiek bij kinderen van de tweede en derde generatie arbeidsmigranten uit Marokko en Turkije.

Worsteling
“Hulpverleners in de jeugdzorg worstelen daarmee en ik snap dat wel. Migranten kunnen hoge verwachtingen hebben van de Nederlandse hulpverlening, omdat ze denken dat in een rijk land als Nederland alles kan.” Ze noemt als voorbeeld een Afghaanse moeder met een verstandelijk gehandicapt kind die dacht dat Nederland haar kind zou kunnen ‘genezen’.

“Terwijl het enige wat wij kunnen doen is het kind prepareren om met zijn handicap te kunnen functioneren in de maatschappij. Daarom is het belangrijk dat de professional goed kan communiceren met de ouder, zodat deze de verwachtingen vooraf duidelijk kan maken. Daarvoor is cultuursensitiviteit nodig, weten bijvoorbeeld dat mensen uit sommige culturen zich erg kunnen schamen voor een gehandicapt kind.”

Analfabeet
Het verschil in achtergrond kan ook nog heel groot zijn. “Het maakt een verschil of je te maken hebt met iemand uit Eritrea die analfabeet is en nooit onderwijs heeft gehad of een hoogopgeleide Syriër”, vertelt de lector. En hoe communiceer je met een zwaar getraumatiseerd kind uit Syrië als je zijn taal niet spreekt?

Het lectoraat biedt een helpende hand. Studenten en docenten ontwikkelden bijvoorbeeld samen met een jeugdzorginstelling een methodiek die is ontleend aan de communicatie met dove kinderen. Samen zetten ze die om naar een manier om te kunnen ‘praten’ met deze oorlogskinderen. “Het is een klein voorbeeld van waar wij mee bezig zijn. Het laat ook goed zien dat het steeds om maatwerk gaat”, aldus Te Poel.

Ongemak
De kloof tussen bevolkingsgroepen is de afgelopen jaren groter geworden, zegt te Poel. Dat kan ook hulpverleners dwarszitten. “Ik zie een groot ongemak door beelden die we over migranten hebben en dat leidt tot ongemak in onze omgang met hen. Als ik een islamitische man met een lange baard en djellaba zie lopen, kan mij dat irriteren omdat ik daar allerlei gedachten bij heb die niet stroken met hoe ik over de wereld denk. Maar ik kan ook gewoon in gesprek gaan.”

Te Poel ziet een grote hulpbehoefte bij ouders uit de tweede generatie arbeidsmigranten. “Met name de moeders worstelen enorm met de vraag hoe zij hun kinderen binnen hun islamitische cultuur kunnen opvoeden, waarbij die ook goed functioneren in de Nederlandse maatschappij. Wij praten daarom niet meer over onderzoek doen naar ‘radicalisering onder islamitische jongeren’, maar over hoe we ouders kunnen ondersteunen bij de opvoeding. Dáár ligt een grote behoefte.”

Sterker
Hulpverleners methodieken aanreiken waarmee ze sterker in hun schoenen staan, dáár is haar lectoraat met name mee bezig geweest. En gaat daar ook mee verder na het vertrek van de lector – zij gaat zelf met pensioen.“Ik krijg gelukkig een opvolger, want het zou zonde zijn als het werk bij mijn vertrek zou stoppen. Want aandacht voor diversiteit is nodig. Nederland telt meer meer nationaliteiten dan ooit, ook hier in wijken als Tilburg-Noord en Woensel-west in Eindhoven.”

Het symposium vindt plaats bij Fontys Hogeschool Pedagogiek in Tilburg van 14.00 tot 16.00 uur. Sprekers zijn onder meer Nienke Meijer, bestuursvoorzitter Fontys, die spreekt over diversiteit en inclusiviteit en Yassir Houtch, directeur van De Verbinders, die spreekt over de rol van muziek in Islamitische gezinnen. Jos Lumanauw, directeur van Fontys Hogeschool Pedagogiek zal spreken over 'Pionieren met het lectoraat'.

Onderzoek

Concreet werkt het lectoraat sinds enkele jaren in zeven zogenaamde Centra voor Pedagogische Innovatie (CPI) samen met docenten, studenten en instellingen in de regio Noord-Brabant en Limburg aan onderzoek en daaruit voortvloeiende nieuwe methodieken. Docenten werden bijgeschoold in hun onderzoekvaardigheden. Een belangrijke verbetering, aldus Te Poel.

Het gaat om meerjarige trajecten waar ook onderzoeksinstituten als het Verwey Jonker Instituut en Tilburg University bij betrokken zijn. De opbouw is steeds hetzelfde: eerst wordt een onderwerp onderzocht, dan wordt een oplossende methodiek ontworpen en ingevoerd en daarna wordt weer onderzocht of het werkt. “Zo maken we belangrijke stappen naar Fontys als kennisinstelling”, meent de lector.