Hulk Hogan
Op mijn dertiende was ik fan van Amerikaans showworstelen. Jake ‘The Snake’ Roberts, Andre the Giant, Randy ‘Machoman’ Savage en natuurlijk Hulk Hogan. De Netflix-documentaire over Hulk Hogan was voor mij (en voor mijn broer, weet ik zeker) dan ook pure nostalgieporno.
De documentaire volgt Terry Bollea, die als Hulk Hogan uitgroeit tot misschien wel de bekendste aardbewoner in de jaren negentig. Of zoals de Hulk het zelf verwoordde: “Je hebt WO1, WO2, de Roaring Sixties en Hulk-a-mania.”
Daarna volgt de val. De Hulk krijgt rugproblemen, moet bekennen dat hij steroïden slikte, stopt, begint weer, gaat vreemd en slaat racistische taal uit. Daarna wordt hij Trump-supporter en gaat hij dood.
In de documentaire wijst de filmregisseur Werner Herzog erop dat iedereen een rol speelt. Of je nu vader bent, echtgenoot of beweegt binnen sociale rollen, je volgt in zekere zin een script. Hulk Hogan, zegt Herzog, speelde ook een rol, maar daar was dus niets mis mee. Het ging erom hoe de Hulk je liet voelen.
Want dat gevoel, dat was echt.
Na de documentaire viel bij mij het kwartje. Daarom hou ik van voetbalmascottes, carnaval en showworstelaars. Ik hou van mensen die extreem overduidelijk rollen spelen. En niemand was daar beter in dan Hulk Hogan.
Dus, heb jij, zo na de vakantie, soms het gevoel dat je de rol van docent speelt, dan klopt dat. En het is helemaal niet erg, zolang je het maar zo goed mogelijk doet.
Wees geen docent. Wees de Hulk Hogan onder de docenten.
Rens van der Vorst is naast huiscolumnist van Bron ook technofilosoof, werkt bij Fontys hogescholen ICT en Engineering en is auteur van onder meer Don't mention the VAR. Lees hier zijn eerdere columns.
En Brat 'The Hitmen' Heart?
En Rowdy 'Roddy'Piper?
King Kong Bundy?
Mean Gene?
:)