Het Grote Talentencircus
Tegenwoordig draait alles om talent. We zijn er collectief verliefd op. Talentgericht Onderwijs (TGO), Talentgesprekken, Talentenkaarten, Talentencafés – het is net Tinder, maar dan voor je innerlijke uniciteit.
En toegegeven, Talentgericht Onderwijs klinkt best sympathiek. Net als “wereldvrede”, “klimaatneutraal” of “lief zijn voor dieren”. Wie durft daar nou tegen te zijn? Maar zodra iets té vanzelfsprekend goed klinkt, moeten we op onze hoede zijn. Want ergens begint het te ruiken naar marketing. Of naar luchtfietserij.
Want zeg eens eerlijk: wat is een talent eigenlijk? Vroeger was het iets zeldzaams. Iemand die prachtig kon zingen. Een kind van acht dat Chopin kon spelen. Of, vooruit, iemand die het alfabet kon boeren bij het openen van een zak paprikachips. Wedden Dat? noemden we dat.
Maar nu? Nu is talent een soort IKEA-folder geworden. Iedereen heeft het. Iedereen moet het hebben. Zelfs als je eigenlijk nergens in uitblinkt, word je toch nog ergens talentvol in gekruld. Samenwerkend talent, doorzettingsvermogenstalent, gevoelsmatig reflectietalent. Serieus? Is “niet in huilen uitbarsten tijdens de projectgroep” tegenwoordig al een USP?
Als iedereen talent heeft, is niemand meer uitzonderlijk. Dan devalueert het begrip tot een soort LinkedIn-post met vijftien #blessed-hashtags. En dat is precies wat we doen: onszelf continu bijzonder vinden. We maken selfies in de sportschool, eisen aandacht als we vinden dat we onrecht is aangedaan ("ik voel me niet gezien als talentvol leider binnen deze projectgroep!") en overspoelen de wereld met ons reflectief vermogen. Want het draait tegenwoordig niet om wat je kunt, maar om wat je voelt bij wat je denkt dat je misschien ooit zou kunnen.
En daarmee zijn we precies op het punt waar de wereld niet op zat te wachten: een overschot aan zelfverklaarde talenten en een tekort aan mensen die gewoon iets dóen.
Wat als we het onderwijs eens zouden inrichten op bescheidenheid? Of empathie? Wat als we studenten zouden leren een ander te helpen in plaats van een PowerPoint over hun kernkwaliteiten te maken? Wat als we weer gewoon vaardigheden zouden waarderen, in plaats van eindeloos reflecteren op je leerproces bij het kopiëren van een Excel-sheet?
Het echte talent? Niet in jezelf geloven, maar in iets bijdragen.
Tina ten Bruggencate is docent aan Fontys Hogeschool Toegepaste Psychologie en onderzoeker bij het lectoraat Ethisch werken.
Komt trouwens voort uit het eigen instituut HRM/TP.
Wel knap hoe snel hieronder de relatie gelegd wordt naar het "ik-wil-doceren-maar-mag-niet-meer" geluid.
Blijft de vraag hoe je ergens echt goed in wordt. Van Anders Ericsson komt het begrip "deliberate practice" als aanpak voor het ontwikkelen van expertise. Populair beschreven in zijn boek "Peak" uit 2015 (dank voor de tip aan Gabriel Taban en de onderwijsleesclub van Fontys Engineering). Dit boek is een aanrader. Spoiler: het ontwikkelen van expertise is niet perse leuk en je wordt er moe van. Er is natuurlijk ook serieuze kritiek op deliberate practice en die geef ik er meteen maar bij: https://www.frontiersin.org/journals/psychology/articles/10.3389/fpsyg.2020.01134/full.
DP is trouwens ook goed toe te passen voor de eigen professionele expertise ontwikkeling.
Aanvullend, geen my-coach maar een een our-coach... binnen onze opleiding (hebben we daar goede ervaringen mee in de zogenoemde coachcirkel)
Niemand heeft mij nog kunnen uitleggen waar 'talent' nou eigenlijk voor staat binnen TGO.
Als je binnen het onderwijs studenten de ruimte wil geven om vanuit eigen talent de studie vorm te geven (al dat er al is) met heel veel keuzemogelijkheden, dan voldoet geen een opleiding meer aan het LOP, nog daargelaten hoe je dit allemaal gaat begeleiden, toetsen en borgen. Helemaal eens met de conclusie van Tina, focus op inhoud en vaardigheden. Als je die al (deels) beheerst super, zo niet dan moet je ze aanleren en aangeleerd krijgen door, jaja docenten!
Zoals ik in een training geleerd heb: "als dat wat je doet waarde oplevert voor anderen heb je altijd werk, als dat ook nog je passie is, heb je altijd leuk werk."
Vooral op dat tweede, die passie dus, zou de focus moeten liggen.
Als die passie er is, kan die bijdrage ook niet uitblijven. Op basis van alleen talent gaat die bijdrage uiteindelijk altijd verloren aan een burnout.