Fontys en Avans slaan handen vaker ineen
De tijd dat Fontys en Avans, de twee grootste hogescholen van Zuid-Nederland, elkaars grootste concurrenten waren is voorbij. De twee kennisinstellingen die samen ruim 70 duizend studenten opleiden, trekken steeds vaker samen op. Deels uit noodzaak, maar vooral uit maatschappelijk belang, vertelt Fontysbestuurder Arian Steenbruggen.
Door demografische ontwikkelingen neemt het aantal studenten in het hbo sinds een jaar of twee af. Ook bij Fontys. Daardoor worden sommige kleine opleidingen nog kleiner, zoals een aantal lerarenopleidingen, maar ook opleidingen in de zorg en techniek. Kleine opleidingen zijn relatief duur en lopen het gevaar dat ze de deuren moeten sluiten.
Een meerderheid in de Tweede Kamer vindt dat er meer landelijke regie moet komen. De onderwijsminister moet erover in gesprek met universiteiten en hogescholen, zo stond in een motie die begin deze maand is aangenomen. Maar uiteindelijk zijn de onderwijsinstellingen zelf verantwoordelijk.
Ook bij Fontys en Avans spelen deze ontwikkelingen. Voorheen ontbrak de noodzaak om samen te werken – er waren immers studenten genoeg – en beconcurreerden Fontys en Avans elkaar in de ‘strijd’ om de student. Met de krimp van het aantal studenten en complexe vraagstukken vanuit de maatschappij, gaan Fontys en Avans nu steeds meer samenwerken.
Joint degrees
Zo doen de hogescholen vaker samen een clusteraanvraag voor één bepaalde opleiding en gaan ze meer dan voorheen joint degrees aan. Een joint degree is één opleiding die door meerdere instellingen gezamenlijk wordt aangeboden. Een voorbeeld is de nieuwe master Sustainability Transitions, die de hogescholen van plan zijn te starten in september 2026.
Ook tussen Centres of Expertises (CoE’s) wordt al samengewerkt. In november nog bekrachtigde Fontysbestuurder Arian Steenbruggen de samenwerking tussen Fontys Centre of Expertise Health en Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid van Avans Hogeschool. De CoE’s gaan gezamenlijk praktijkgericht onderzoek doen.
Steenbruggen benadrukt dat het niet een samenwerking is op alle fronten. “We blijven gewoon twee onafhankelijke hogescholen. Wel hebben we als bestuur een aantal keer per jaar onderwijsportfolio-overleg met onze collega’s van Avans. Dan bespreken we wat de stand van zaken is met betrekking tot onze opleidingen, welke aanvragen lopen en wat we overwegen te doen.”
Maatschappelijk belang
Wat zo’n overleg oplevert? “Dat je niet beide in alles precies hetzelfde gaat doen, en dan maar kijken wie daarin het succesvolste is. We proberen over de heg van onze eigen onderwijsinstellingen heen te kijken, en daarbij het maatschappelijke belang voorop te stellen. In de ideale situatie kunnen we studenten naar de juiste opleiding doorsturen of dat nu bij Fontys is of bij Avans.”
Het klinkt logisch, maar de praktijk is soms weerbarstig. Dat heeft grotendeels te maken met hoe zaken al decennialang zijn ingeregeld, op onderwijsgebied en op beleidsniveau. Onderwijsbestuurders kunnen wel voorop lopen, maar als ze te ver voor de troepen uit marcheren, krijgen ze hun organisatie niet mee. “Het ligt soms best gevoelig”, zegt Steenbruggen.
Anderzijds is er ook niet altijd een keuze. “Denk aan onrendabele opleidingen. Als samenwerking dan een oplossing biedt, moeten we dat doen. Als later blijkt dat er genoeg ‘massa’ is binnen een opleiding, dan kun je de samenwerking ook weer loskoppelen, dat is makkelijker met verrekenen van de kosten. We kijken naar een model waarbij we de totale taart groter maken in plaats van allebei een groter stuk van de taart te willen.”
We bieden op dit moment de Master Choreography samen aan met Codarts Rotterdam.
Voorbeelden waaruit blijkt dat dit goed kan werken.