Een quad als opstapje naar meer interne samenwerking
Voor het eerst doet Fontys mee aan de ‘Self Driving Challenge’, een jaarlijkse wedstrijd voor autonome voertuigen. Maar de punten zijn niet alleen op het hindernisparcours te halen. Ook intern is er iets te winnen.
Organisator van de challenge is de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW), die zo haar kennis op het gebied van autonome vervoermiddelen wil uitbreiden. “Oftewel: voertuigen zonder chauffeur”, licht ICT-docent Frans Mouws toe. “In Amerika worden al pizza’s en pakketjes bezorgd met zelfrijdende karretjes. Binnen Nederland wordt er inmiddels geëxperimenteerd met Renault Twizy’s en andere kleine personenauto’s.”
Quad
Een Fontys-team debuteert dit jaar in de Self Driving Challenge (SDC), die sinds vier jaar bestaat. Tegenstand komt onder meer van Rijsuniversiteit Groningen, TU/e en HAN. “Wij zitten in de open categorie”, vertelt Mouws. “We maken geen gebruik van de door RDW aangeboden kart, maar rijden met een eigen quad.”
Ondanks de inzet van een mechanisch voertuig ligt de grote uitdaging op ICT-gebied. “Een 2D-camera vormt de ‘ogen’ van de quad, waarnemingen worden via ICT-toepassingen vertaald naar automatische reacties en stuurhandelingen.” Op die manier moet de quad inspelen op realistische verkeersscenario’s: opstarten bij een stoplicht, specifieke snelheid, gewenste actie bij een zebrapad en een inparkeeractie.
“Voor de waarneming van een verkeersbord met een snelheidslimiet van 30 kilometer per uur maak je allerlei modellen. Vervolgens bepaal je met behulp van GPS-coördinaten hoe hard je rijdt en welke snelheidsaanpassing nodig is.”
Zulke algoritmes en berekeningen bestaan toch al? “Klopt, sommige databanken voor zelfrijdende voertuigen zijn openbaar. Maar lang niet alles. Veel reacties en handelingen moet je zelf uitvinden. Onze Fontys-quad functioneert tenslotte anders dan een zelfrijdende Tesla.”
Stapsgewijs verder
“Als je het vergelijkt met een chauffeur: eerst moeten de hersenen werken, daarna komen de fysieke handelingen.” Dat beeld geeft student Tijs Crielaard, die samen met praktijkbegeleider Edwin van den Oetelaar bij TQ op Strijp aan de quad sleutelt.
Crielaard geeft toe dat er veel gepuzzel bij komt kijken: “Sommige dingen werken niet zoals verwacht. Maar mooi als je zo’n hobbel toch weer neemt. Het is een proces met leerpijnen.”
Ook in bredere zin ziet het veertienkoppige Fontys-team de debuutdeelname vooral als leerproces. “Voor de finale op vrijdag 14 juni moet nog wel wat werk verzet worden”, stelt Mouws. “Maar eigenlijk zie ik dit jaar als pilot. Het mooie van dit project: volgend jaar kunnen we gewoon weer meedoen. Met alle kennis en kunde die we nu oppikken. Zo moet binnen Fontys een cyclus gaan ontstaan rond die SDC.”
Interne afstemming
Daarbij komt nog iets anders. Nu is er alleen in de initiatiefase van het project sprake van interdisciplinaire samenwerking, waarbij Engineering en ICT de koppen bij elkaar staken. “Ondanks dat docent Bas Geleijns van Fontys Automotive één van de initiatiefnemers is, zijn er bij Automotive nog geen studenten ingestapt. Dat kan te maken hebben met het feit dat ICT ongeveer tien keer zo veel studenten heeft.”
Maar ook het curriculum speelt een rol. “Doordat wij Open Onderwijs aanbieden zijn studenten flexibeler om mee te doen aan zulke projecten. Als je gewoon regulier vakonderwijs aanbiedt, zitten studenten daaraan vast. Hun deelname valt dan in hun eigen tijd of heel misschien tijdens een stage.” De afstemming per instituut kan dus beter.
Ook ICT-docent Edwin van den Oetelaar en student Tijs Crielaard zien die interdisciplinaire samenwerking graag meer vorm krijgen. Laatstgenoemde verwijst naar de internationale auto-ontwerpcompetitie Formula Student, waaraan Technische Universiteit Eindhoven al langer meedoet. “Via een stage ben ik daarbij betrokken geweest. Dat team, bestaande uit verschillende disciplines en faculteiten, is perfect op elkaar ingespeeld. Intern zijn alle scheidingswanden qua organisatie en curriculum weggenomen. Die gunstige voorwaarden moeten we binnen Fontys ook krijgen.”