Een jaar na de FET-fusie: hoe staat het ervoor?
Fijn dat je expertise over en weer kunt uitwisselen. Jammer dat je verspreid zit over twee verschillende gebouwen. En er liggen echt nog wel wat uitdagingen. De eerste ervaringen over het vorig jaar gefuseerde Academy for the Creative Economy (ACE) en Marketing en Communicatie (FMC), nu samen Fontys Economie Tilburg (FET), zijn wisselend, maar ondanks de eerdere onrust over het algemeen toch best positief.
Die onrust was er vooral onder medewerkers van de SPECO-opleidingen (FMC), omdat ze daar in een gezonde situatie zaten met positieve instroomcijfers, terwijl er aan de andere kant, de ACE-kant, juist sprake was van het tegenovergestelde. Zouden ze dat bij SPECO gaan merken, was de vraag die onder veel medewerkers heerste.
Het antwoord een jaar later: deels, zegt SPECO-docent Lars Hagen. “We zijn nu onderdeel geworden van een groter geheel, ook op financieel gebied, en dat brengt uitdagingen met zich mee”, klinkt het. “Als opleiding kunnen we niet meer zomaar mensen aannemen terwijl dat eerst wel makkelijker kon omdat we in een gezonde situatie zaten. Er werd tegen ons gezegd dat de fusie niet ten koste zou gaan van ons, en op zich klopt dat ook want er is niemand ontslagen en tijdelijke contracten zijn gewoon verlengd. Maar er zijn er in het afgelopen jaar wel drie zelf vertrokken. Niet noodgedwongen, maar misschien wel indirect vanwege de fusie.”
Meer expertise
De extra handjes die nodig zijn bij de SPECO-opleidingen worden niet langer extern maar intern gezocht. Onlangs zijn er zes docenten van wat eerst ACE heette, ‘overgestapt’ naar SPECO, wat volgens onderwijsmanager Enno van der Graaf een positief effect is van de fusie, omdat je nu dubbel zoveel expertise in huis hebt die uitgewisseld kan worden. “De ene opleiding stijgt veel meer in studentenaantallen, maar financieel zijn we niet in de gelegenheid om onbeperkt mensen aan te nemen. Het is dus heel fijn dat we mensen van oud-ACE naar oud-FMC kunnen sturen.”
Collega-onderwijsmanager Sander Frerichs, werkzaam bij Sport Marketing, ziet dat ook als een groot voordeel. “De pijn die ik ooit voelde voor de fusie, is er niet meer. Dit is de nieuwe realiteit en ik zie heel veel mogelijkheden die de fusie ons gebracht heeft. Het belangrijkste voordeel is dat we nu meer vaardigheden onder éék dak hebben waar we gebruik van kunnen maken. Ik heb een aantal docenten van ACE over kunnen nemen voor Sport Marketing, dat zijn echt toppers waar ik onwijs blij mee ben.”
De docenten zijn gedeeltelijk vrijwillig ‘overgestapt’, bekent Frerichs. “Omdat er bij ACE te veel docenten waren en bij SPECO te weinig, hebben bepaalde docenten van ACE de opdracht gekregen om bij SPECO gesprekken te gaan voeren. Dat is gebeurd, uiteindelijk wel op een positieve manier en met een goede uitkomst. Zo’n overstap gaat natuurlijk alleen als iedereen erachter staat; je hebt niks aan een collega met weerstand.” [Tekst gaat verder onder de foto]
Paul de Greef is als manager bedrijfsvoering en integratiemanager voor de fusie nauw betrokken geweest bij die ontwikkelingen. Hij beaamt dat de gesprekken gevoerd moesten worden omdat er aan één kant sprake was van overformatie. “Aan de ene kant hebben we te veel docenten, aan de andere kant te weinig. Wij voeren gesprekken met onze medewerkers om te kijken of ze bereid zijn vacatures bij een andere opleiding in te vullen. Het is soms best lastig om een goede match te vinden, maar daar streven we wel naar.”
Volgens Simone Wolfert, sinds januari officieel benoemd als directeur van FET, gaat dat proces redelijk soepel. “Ik ben echt onder de indruk van de veerkracht van de organisatie. Als je ziet wat er gebeurd is, hoeveel vragen er zijn gesteld, dan vind ik het echt bewonderingswaardig hoe alle FET-collega’s erin staan en hoe FET er nu voor staat”, zegt ze.
Van P4 naar P1
Een andere grote verandering sinds vorig jaar, is de verhuizing van FMC van P4 naar P1. Iets wat los van de fusie overigens ook gebeurd zou zijn, omdat P4 inmiddels eigendom is van de gemeente Tilburg en (tijdelijk) wordt bewoond door De Nieuwste School. SPECO zit nu verspreid over twee verschillende vleugels in P1, terwijl de rest van het nieuwe instituut in P8 zit.
Dat heeft zowel voor- als nadelen, zegt docent Nout van Beckhoven. Een voordeel is het verhuisbudget dat SPECO kreeg voor het vullen van ‘hun vleugels’ met sportaankleding. Daarmee zijn posters, voetbalshirtjes en sportvisuals opgehangen. Heel fijn, maar het creëert geen algemeen FET-gevoel. En dat hoeft er volgens Van Beckhoven ook nóg niet te zijn. “Toen we richting de fusie gingen, ging het tijdens bijeenkomsten heel vaak over hoe we één FET-gevoel konden laten ontstaan. Maar waarom is dat belangrijk? Je komt in een groot team van medewerkers terecht, die je nooit allemaal gaat zien. Dus waarom zou je die kruisbestuiving in dat opzicht heel geforceerd moeten laten ontstaan?”
Van Beckhoven ziet dat liever organisch gebeuren, en daar is tijd voor nodig, zegt ook Van der Graaf. “Er zijn twee instituten samengevoegd die allebei een eigen achtergrond hebben. We werken er al anderhalf jaar heel hard aan om daar één geheel van te maken en we zien nu dat er een verschuiving aan het plaatsvinden is. Wat een positieve ontwikkeling is, maar je merkt wel dat er nog steeds vragen zijn. En dat is begrijpelijk.”
Grote veranderingen
Daar komt nog eens bij dat er ook nog allerlei andere grote projecten lopen. Naast de fusie heb je ook nog HARP, dalende studentenaantallen, TGO-doelstellingen en twee bestaande opleidingen die tot één nieuwe CE- en één nieuwe CO-opleiding geïntegreerd worden en in september van start gaan. “Er vinden heel veel verschillende dingen tegelijk plaats”, zegt Wolfert daarover. “Het zijn allemaal geen kleine projecten en als je dan ziet hoe FET het nu doet, daar ben ik echt van onder de indruk.”
“Ons doel nu is om het overzicht weer terug te brengen binnen de organisatie”, vervolgt ze. “Het fundament is gelegd, maar we zijn nog niet één FET-organisatie. Daar is het te vroeg voor, dus dit is iets waar we verder aan moeten bouwen en waar we naartoe aan het werken zijn.” Volgens Paul de Greef verwacht FET vanaf 2028 weer financieel gezond te kunnen zijn. “Alleen moet het dan wel meewerken met de studentaantallen, en de demografische krimp is echt wel fors. Dus dat blijft spannend, maar natuurlijk blijven we daar heel hard aan werken.”