Docu Day als springplank voor jonge makers
Een documentairefestival waar je vragen kunt stellen aan filmmakers is geen uniek concept. Dat is dan ook niet wat de eerste editie van Docu Day in het Eindhovense filmhuis Natlab zo bijzonder maakt.
Het festival, ontstaan vanuit de minor AVS van Fontys Journalistiek, is bedoeld om een specifieke doelgroep op weg te helpen: jonge aankomende filmmakers.
Met het eendaagse festival wil Hessel Rippe, Fontysdocent Film en Creatief schrijven, studenten enthousiast maken voor het genre documentaire en laten zien welke mogelijkheden er zijn voor starters in de filmwereld. Dat daar behoefte aan is blijkt afgelopen donderdag uit de aanwezigheid van ruim tachtig studenten van verschillende opleidingen binnen en buiten Fontys.
Springplank
Tijdens Docu Day werkt Rippe samen met Broet, een stichting die een podium biedt aan Brabantse filmmakers en ook net afgestudeerden ondersteunt bij het maken van filmproducties. Dat vooral beginnende makers een springplank vaak hard nodig hebben, vindt Rippe niet zo gek.
“Als je een boek wil schrijven heb je niet meer nodig dan een laptop, een zolderkamer en heel veel tijd. Bij het maken van een documentaire zou je denken dat je er al bent met alleen een camera. Dat is niet zo, er komt zoveel meer bij kijken. Je hebt te maken met research, montage, subsidieaanvragen en ga zo maar door. Om dat in je uppie voor elkaar krijgen is een stuk moeilijker.”
Vliegende start
Op het filmfestival zijn documentaires te zien van verschillende jonge filmmakers zoals Sara Brouwers, die vorig jaar afstudeerde aan de Fontysopleiding Journalistiek. Zij maakte met een serie over Limburgse vlaaienmakers, die uitgezonden werd bij de Limburgse tv-zender L1. Een vliegende start. Toch had zij als student twijfels over haar toekomst.
“Natuurlijk wilde ik aan de slag als documentairemaker, maar hoe dat mijn werk kon worden, dat wist ik niet. Uiteindelijk mocht ik na mijn stage bij een productiebedrijf blijven werken en was de spanning eraf.”
Ook andere studenten zijn onzeker of ze na hun studie wel als filmmaker aan de bak komen. Sem (20), student Journalistiek: “Ik studeer nu nog, maar voel wel een mega grote onzekerheid over hoe ik mijn geld ga verdienen. In een wereld met veel freelancewerk is dat wel lastig.”
Aankloppen
Het helpt Evie (24), student Academy of the Arts, om te horen wat de aanwezige makers in hun beginperiode hebben ervaren en dat er ook organisaties zijn zoals BROET waar ze als beginner kunnen aankloppen.
“Natuurlijk is het altijd lastig om in de kunst je geld te verdienen. Het is fijn als jonge makers daar open en eerlijk over zijn. En het is goed om te horen dat er ook organisaties zijn die je in het begin kunnen helpen, dat motiveert mij wel.”
Ook Tijs (20), student SPECO, lijkt enigszins gerustgesteld. “Het lijkt alsof je straks alleen in de wereld staat als beginnende documentairemaker. Gelukkig heb ik nu gehoord dat er plekken zijn waar je met je vragen naartoe kan. Dat maakt dat het voor mij net wat makkelijker voelt om in die wereld te stappen.”
Dichtbij huis
De jonge documentairemakers delen tijdens het festival niet alleen wat hun werk moeilijk maakt, maar ook hun inspiratie. Want het begint uiteindelijk allemaal met een goed idee. Wat Brouwers betreft blijft ze daarvoor dichtbij huis.
“Er is meer dan alleen Amsterdam, ook in Brabant en Limburg zijn nog zoveel verhalen te vertellen. Zelf kom ik uit Limburg en ik vind het echt tof om daar verhalen over te maken. Dat is voor mij ook veel makkelijker. Alleen al omdat ik het dialect spreek, is er meteen een band met de mensen die ik interview en kan ik alles vragen.”
Ook Sem heeft besloten dat hij voor zijn toekomstige projecten, als die er komen, in de buurt blijft. “Ik ben Brabander en vind het mooi om over dingen te vertellen die hier lokaal gebeuren en waar landelijk niet naar omgekeken wordt. Ik ben geen wereldverbeteraar, maar wil anderen gewoon graag laten zien hoe het leven hier is.”
En daarmee slaat hij wat Rippe betreft de spijker op zijn kop. “Filmmakers focussen zich op de verhalen waar we anders aan voorbij zouden gaan. Daardoor krijgen we een beter beeld van wie wij als mensen zijn en met wie we allemaal samenleven. Dat is het mooie aan documentaires en daarom zijn en blijven ze belangrijk.”