Docent én songfestivalfan: 'Ernstig wat er gebeurt'
Bulgarije als verrassende winnaar, opluchting door de tweede plek voor Israël en Nederland die ontbrak als deelnemer. De zeventigste editie van het Eurovisie Songfestival was er een als nooit tevoren. En dat was aan alle kanten voelbaar, zegt superfan en Journalistiek-docent Tom van den Oetelaar.
Nederland was een van de vijf landen die dit jaar met een boycot afzag van deelname omdat het oorlogvoerende Israël wel mee mocht doen. De overige vier ontbrekende landen waren Spanje, Ierland, Slovenië en IJsland. Toch werd het festival wel op de Nederlandse buis uitgezonden, iets wat Tom van den Oetelaar vreemd vindt. Naast docent bij Fontys Journalistiek is hij ook een groot songfestivalfan én -kenner.
“Mijn fascinatie voor het songfestival ontstond eind jaren ’90”, vertelt hij. “Toen had je televisiepresentator Paul de Leeuw die het songfestival leuk maakte door al die liedjes te zingen. Hij zorgde ervoor dat ik een cd’tje ging halen met songfestivalliedjes en liet me inzien dat dit toch wel heel leuk was.”
Het bleef niet bij dat ene cd’tje: Van den Oetelaar ging singles sparen en zijn verzameling dijde langzaam maar zeker steeds verder uit. “Jaren later werd mijn fascinatie nog groter toen ik voor mijn toenmalige werkgever Omroep Brabant als verslaggever naar het songfestival mocht. Dat heb ik jaren gedaan. Om vervolgens vanaf 2011 ook drie jaar lang als schrijver van de teksten voor de commentatoren – toen Jan Smit en Daniël Dekker – bij het songfestival te werken. En tja, zo ben ik dus tot diep in de haarvaten van het songfestival beland.”
Politiek randje
De docent is bij dertien edities aanwezig geweest, soms werkend, soms in het publiek. Zijn laatste bezoekje was in 2019, toen Duncan Laurence in Rotterdam de winst in de wacht sleepte. Sindsdien kijkt hij het songfestival (vaak samen met zijn vrienden, die eveneens fan zijn) gewoon op de buis. Net als afgelopen zaterdag, toen Van den Oetelaar Israël in de finale op de tweede plek zag eindigen. “Dat was verrassend, want Israël had een reële kans om eerste te worden.”
Het land had een goede inzending, vindt de docent, maar toch vindt hij het een opluchting dat het niet op de eerste plaats is geëindigd. Een politiek spelletje wil hij het songfestival niet noemen, want dat is te speels uitgedrukt, maar een politiek randje heeft het toch zeker wel. Altijd ook gehad, trouwens. “Het is best ernstig wat er zich afspeelt. Wat er in de wereld gebeurt, heeft zijn weerslag op het songfestival. In de jaren ’90 had dat een positief effect toen de Berlijnse Muur viel en er meer landen deel gingen nemen. Maar nu zie je met de oorlog in Israël het tegenovergestelde effect; landen vallen juist weg. Het songfestival is niet langer een plek van hoop, maar van verdeling. “
Boycot
De keuze van Nederland om niet mee te doen aan het liedjesfestijn, vindt Van den Oetelaar een juiste, maar volgens hem had de boycot ook wel wat harder gemogen: “Het is stom dat het alsnog is uitgezonden op de Nederlandse televisie. Een boycot is een boycot. Kies er dan voor om er helemaal niks mee te doen.”
Hoe dat volgend jaar zal zijn? Grote kans dat Nederland dan ook niet meedoet. “En dat is jammer. Zonder deelname is het songfestival natuurlijk een stuk minder leuk, ook het toeleven ernaartoe. Het leeft gewoon minder. Maar ik blijf wel fan en Nederland zal in de toekomst echt wel weer meedoen. Studenten denken dat overigens ook; vorige week gaf ik samen met mijn collega Paul Geerts een les over het songfestival en daar was verrassend veel animo voor.”