De illusie van inspraak
Er zijn weinig dingen die zoveel hoop uitstralen als een grote flap-over vol gekleurde post-its. Je kent het wel. Instituutsdag. Lange tafels. Muffins. Mensen die verplicht “goedemorgen!” roepen terwijl iedereen liever thuis had gewerkt. En dan komt het moment waarop we ‘met elkaar in gesprek gaan’.
Dat gebeurt natuurlijk niet gewoon pratend. Nee. Er komen stiften. Werkvormen. Kleuren. Themahoeken. Ergens verschijnt iemand met een rol bruin papier ter grootte van een middeleeuwse landkaart. En dan de instructie: “Schrijf jullie ideeën op post-its!”
En dus staan volwassen hoogopgeleide professionals ineens in groepjes te plakken alsof we op een creatieve kleuterschool zitten voor beleidsmakers. Geel voor kansen. Roze voor zorgen. Groen voor innovatie. Blauw voor verbinding. Ik overweeg altijd even om er gewoon op te schrijven: ‘Meer wijn tijdens vergaderingen’. Kijken of iemand het merkt.
Want laten we eerlijk zijn: wat gebeurt er uiteindelijk met die post-its? Niets. Absoluut niets.
Ze verdwijnen in een PowerPoint. Of in een lade. Of in een Teams-map genaamd Input Instituutsdag definitief v3 ECHT DEFINITIEF. Niemand leest ze terug. Niemand zegt drie maanden later: “Goh, dat briljante idee over transparante benoemingen, daar moeten we echt iets mee.”
Terwijl er soms best zinnige dingen op die post-its staan. Dingen als:
“Voer eerst een pilot uit voordat je een compleet nieuw onderwijsconcept invoert.”
“Kies een teamleider op kwaliteit, niet op nabijheid tot het MT.”
“Misschien moeten we docenten betrekken vóórdat alles al besloten is.”
Wilde en gekke ideeën blijkbaar. Maar de post-itdemocratie draait ook niet om invloed. Het draait om het gevoel van invloed. Om de illusie van inspraak. Zodat iedereen naar huis gaat met het warme idee dat hij of zij ‘meegenomen is in het proces’.
En eerlijk: het ziet er indrukwekkend uit. Zo’n muur vol kleuren. Het heeft iets activistisch. Iets van maatschappelijke betrokkenheid. Terwijl het in feite vaak de beleidsmatige versie is van kinderen die een tekening maken voor op de koelkast. Lief bedoeld. Niet bindend.
Misschien moeten we stoppen met doen alsof inspraak hetzelfde is als meedenken met wat al besloten is. En anders stel ik voor dat we het volgend jaar efficiënter aanpakken. Gewoon één grote post-it. Met daarop: “Doe vooral wat je toch al van plan was.”
Tina ten Bruggencate is docent aan Fontys Hogeschool Toegepaste Psychologie en onderzoeker bij het lectoraat Ethisch werken. Lees hier haar eerdere columns voor Bron.
Leuk altijd alle kritiek op werkvormen, gesprekken. Maar: hoe zou jij het doen? Heb je een alternatief?
Anyway: mijn ervaring met deze studiedagen? Sinds jaren spreek ik met een andere docent af om ons in de ochtend een uurtje te laten zien, om ons vervolgens terug te trekken in een kamertje om zinnige dingen voor het onderwijs te ontwikkelen. Studiedagen kunnen dus best interessant, nuttig en zelfs ontzettend leuk zijn. Het is alleen een kwestie van met de juiste collega af te spreken.
Oh, en die port (of in jouw geval blijkbaar wijn) kan vast en zeker later in de middag in een nabijgelegen kroeg genuttigd worden.
Vriendelijke groet,
Bert