Blinde vlek
Het is vrijdagmiddag en na ons laatste college vertrek ik met mijn vriendinnen naar huis. Er liggen leuke weekendplannen in het vooruitzicht. Mijn stop is Breda, bijna thuis. Ik loop de poortjes van het perron uit en onderweg naar mijn veel te dure latte macchiato vraagt een jonge vrouw aan mij of ik wat eten voor haar wil kopen. Ik wist niet wat ik moest zeggen of doen, dus mijn antwoord was: “Nee sorry, ik moet door”.
Ik loop weer verder en app mijn moeder met de vraag : “Wat had jij gedaan?” Zij antwoordde: “Ik had wat eten gekocht voor haar”, dus ik draai me om en loop de AH binnen en haal een flesje water en een broodje. Ik loop terug naar de vrouw die nog steeds stond te wachten tot iemand haar wilde helpen. Ik gaf haar dat broodje en flesje water en haar dank was groot.
Volgens cijfers leven er meer mensen in armoede in 2024 dan in 2023. Dit percentage is gestegen van 4,8 % naar 5,7% van de bevolking. Dat is een stijging van meer dan 18%. 450.000 Nederlanders hebben niet genoeg geld om elke maand voldoende eten te kopen volgens onderzoek van het Rode Kruis.
Deze mensen in voedselarmoede willen wel hulp maar die is er vaak niet of onvoldoende. In de klas leer ik kinderen over de basisbehoeften en in het boek staat als voorbeeld dat in ‘andere landen’ deze basisbehoeften niet altijd vervuld worden. Eén van deze basisbehoeften is voedsel en in ons eigen rijke land zijn we niet in staat iedereen daarvan te voorzien.
Ik wist zelf niet zo goed wat ik moest toen de jonge vrouw mij om hulp vroeg, omdat ik het niet gewend ben en er niet vaak mee geconfronteerd word. Ik vind het ernstig dat in een land zoals Nederland er nog zoveel mensen rondlopen in voedselarmoede. Het zou toch normaal moeten zijn dat iedereen een ontbijt heeft voor je naar school gaat of een taart kan bakken voor familieleden als ze jarig zijn. Dat is voor mij normaal en dat zou iedereen in Nederland moet kunnen.
Dus mijn oproep: kijk eens in je eigen omgeving wat je kan doen om voedselarmoede tegen te gaan, zorg een beetje voor elkaar.
Roos Vervoort is vierdejaars student aan de lerarenopleiding geschiedenis in Tilburg. Haar eerdere columns voor Bron vind je hier.