Alumna Katie Eppenhof is ‘Sociaal Werker van het Jaar’
Doordat ze de kans krijgt haar ervaringsdeskundigheid gericht te benutten, is jongerenwerker Katie Eppenhof – oud-student van Fontys Sociale Studies in Eindhoven – nog meer op haar plek. Die persoonlijke betrokkenheid leidt bovendien tot een fraaie erkenning. “Mijn drive komt vanuit het feit dat ik weet hoe het is nergens terecht te kunnen.”
Dat Katie onder meer ‘kwetsbaar durft handelen en niet schroomt om bureaucratie te omzeilen’ is voor jury én publiek voldoende haar onlangs uit te roepen tot ‘Sociaal Werker van het Jaar’. Winnen was wennen voor haar: “Vroeger hoorde ik altijd dat ik iets niet kon. Later groeide mijn zelfbeeld. Maar dit is wel een hoogtepunt.”
De verkiezing van stimuleringsplatform Sociaal Werk werkt! is bedoeld om sociaal werkers zichtbaarder te maken. In de haar nu toegewezen rol van ambassadeur wil Katie zich inzetten voor het belang van ervaringsdeskundigheid en het bespreekbaar maken van mentale gezondheid: “Als ik straks naar een ministerie ga, neem ik zeker een jongere mee.”
Eén op drie
Jongerenwerkers ondersteunen hun doelgroep bij de ontwikkeling naar volwassenheid. Dit gebeurt, in samenwerking met bijvoorbeeld scholen, door laagdrempelig contact te maken, te signaleren en motiveren. Taken zijn deels preventief gericht en vallen buiten de formele jeugdzorg.
Juist het ongedwongen karakter maakt dit werk relevant. “Eén op de drie jongeren heeft mentale klachten”, zegt Katie, werkzaam bij het Tilburgse R-Newt, de jeugdwerktak van maatschappelijk ondersteuner ContourdeTwern. “Wij zijn dichtbij in de wijk. De basis ligt in oprecht contact maken met jongeren. We hoeven niet eerst al hun antecedenten te kennen maar kijken vooral naar de behoeften.”
En dat werkt. “Als je investeert in vertrouwen, zie je jongeren vaak gigantisch veranderen. Ze hebben allemaal een drang naar autonomie. Wij kunnen hen helpen die te voelen.”
Zelfontdekking
Haar bacheloropleiding Social Work voltooide Katie in 2012. Ze was zeventien toen ze begon en nam een roerige jeugd mee naar Fontys. “Natuurlijk dacht ik: Ik ga alle problemen oplossen! Vandaar ook mijn keuze voor de GGz-kant.” Langzaam landde het inzicht dat die eigen ervaringen haar juist geschikt maakten voor jongerenwerk.
“Mijn verhaal is niet standaard. Maar aanvankelijk dacht ik dat ik niet uit dat rugzakje mocht putten.” Docent John Smits speelde een belangrijke rol in het zelfontdekkingsproces van Katie. “Hij was eerstejaarsmentor en vroeg me: Waarom speel je altijd de clown? Jij bent slim en krijgt veel meer waardering als je dat laat zien… Maar ik verstopte me om niet weer gekwetst te worden. John prikte door mijn beschermingsmechanisme heen.”
Aanjager Ervaringsdeskundigheid
Inmiddels is Katie twaalf jaar actief als jongerenwerker. Gaandeweg liet ze eigen ervaringen meer toe in haar werk en zette ze die ook in. “In het begin voel je je hierin niet altijd gesteund. Dan flapte een collega eruit: ‘Ik snap niet dat een kind van twaalf zelfmoord pleegt’. Ik wist dan dat ik qua kennis iets zou kunnen delen, maar zei nooit: Heb je even?”
Uiteindelijk ging ze de zekerheid voelen zichzelf eerlijker te uiten. Het volgen van een opleiding tot ervaringsdeskundige – erop gericht om deelnemers die problematieken aan den lijve hebben ondervonden, vanuit een hervonden balans te laten werken – maakte het plaatje rond. “Je ziet daar dat de hele groep zich openstelt, waaronder mensen die ik zeer serieus nam als professional. Dat geeft vertrouwen.”
Inmiddels is ze binnen R-Newt aanjager op dit thema. “De inzet van ervaringsdeskundigheid in het sociaal domein is niet vanzelfsprekend. Theoretisch ingestelde medewerkers onderschatten het ervaringsstuk soms. En het is belangrijk dat er een goede beleidscontext ligt. Sommige organisaties denken niet verder en willen vooral graag inhaken op een trend.”
De inzet van ervaringsdeskundigheid hoeft niet ingrijpend te zijn. “Het kan gaan om kleinere triggers. Het besef: als ik mij nu kwetsbaar opstel en iets kleins uit mijn eigen verleden deel, dan bied ik iemand misschien nét weer de motivatie om door te gaan.”
Positieve benadering
Terugkijkend op haar eigen ervaring met hulpverlening: “Ik voelde me ongezien en vertrouwde niemand. Het begint al met het invullen van een online vragenlijst. Dat creëert afstand. Terwijl de kern van een hulpvraag is dat je samen een band aangaat. Je wilt iemand treffen die wil zien wie je echt bent.”
In de ‘systemische’ wereld van onderwijs en jeugdzorg belanden jongeren vaak in vastomlijnde structuren. “Maar belangrijker is om vooral verder te blijven kijken. Wie is de persoon áchter de problematiek? Bovendien wordt weleens vergeten een jongere te complimenteren met wat wel goed gaat. Ik probeer in iedereen iets positiefs te ontdekken.”
Theorie en praktijk
Wat zijn Katies ambities? “Ik wil dat ervaringsdeskundigheid even zwaar gaat wegen als de conventionele theoriekennis. Daarin heb ik nu als aanjager al meer een beleidsmatige rol. Maar steeds geldt dat ik de combi zoek en de praktijk nooit helemaal los wil laten. Jongeren gaan voor beleidsnota’s.”
Wat wil ze Fontys-studenten van nu meegeven? “Ben je bewust van je frisse blik. Je bent misschien nieuw, en nog niet uitgeleerd, maar je neemt wel je eigen kijk op dingen mee, en mensen die al langer in het vak zitten kunnen daarvan leren. En verder: wees kritisch en eigenwijs. Zeg lekker wat je denkt.” [Frank van den Nieuwenhuijzen]