Alumnus Bram bedacht zout als energieopslag voor industrie
De energiekosten voor industrie verlagen? Dat doe je met opslag in gesmolten zout. Fontys-alumnus Bram Bens en zijn compagnon Thomas Stroes bedachten er een ingewikkeld maar succesvol systeem voor en hopen daar nu de wereld mee te kunnen veroveren.
Energie is duur, dat weten we allemaal. Zeker voor bedrijven die massaproductie leveren en dus vele malen meer stroom nodig hebben dan honderden huishoudens bij elkaar. En juist voor die markt heeft voormalig Werktuigbouwkunde-student Bram Bens een slim systeem bedacht. Een soort frituurpan, maar dan anders. “En veel, veel groter”, zegt hij.
Het idee ontstond in 2016 toen Bram (29) nog als student bij een bedrijf werkte dat zich richtte op de biomassaverbrandingsindustrie. Hij kwam erachter dat gesmolten zout kan dienen als warmte opslag- en overdrachtsmedium, en is met die gedachte in 2019 het bedrijf Brabetech gestart. Tot 2023 heeft hij uitgebreid de tijd genomen om de door hem bedachte technologie te bewijzen, nu wil hij samen met mede-eigenaar Thomas (27) en hun acht medewerkers flink doorpakken.
Verduurzamen
De twee heren hebben samen de ThermalPod bedacht. Momenteel gebruiken massafabrikanten allemaal ‘grote CV-ketels’ waarmee ze warmte maken om bijvoorbeeld voedsel of chemicaliën te verwerken. Dat is in Nederland vrijwel allemaal gebaseerd op gas. Maar omdat veel bedrijven juist van het gas af willen om te verduurzamen, kijken ze naar hoe ze hun energievoorziening kunnen elektrificeren. En dat is waar de ThermalPod kan helpen.
“Wij bouwen systemen waarmee de grote CV-ketels in fabrieken vervangen kunnen worden door elektriciteit”, legt Bram uit. Dat gebeurt met grote, elektrische systemen waarmee zout wordt verhit en vloeibaar wordt gemaakt. “Ik heb in de voorloper van Brabetech bijgedragen aan de ontwikkeling van een nieuw soort gesmolten zout – niet te vergelijken met keukenzout – dat een heel laag smeltpunt heeft. Als je zout opwarmt, kun je het gebruiken als warmtemedium. En dat is precies wat wij met ons systeem doen.”
Thermoskan
De ThermalPod levert energie, maar slaat die daarnaast ook tijdelijk op. Dat wil zeggen dat als er veel zon- en windenergie beschikbaar is, deze wordt opgeslagen en pas geleverd als het nodig is. Zie het als een grote thermoskan die warm blijft. “Het systeem wat wij komend jaar gaan bouwen staat ongeveer gelijk aan de batterijcapaciteit van 500 tesla’s en je zou er er 2.000 huishoudens voor een jaar mee kunnen voorzien.”
Oké, maar waarom doen we dat dan niet: huishoudens ermee voorzien? “Omdat het daar niet geschikt voor is. En bovendien veel te duur. Het systeem dat wij nu aan het bouwen zijn, is net zo groot als een klein gebouw.” Een metertje of twaalf hoog, zestien breed en nog eens twaalf diep. Het is bedoeld voor hele grote fabrieken, zoals groente- en fruitverwerkers, papierfabrieken of chemicaliënbedrijven. “Maar wij richten ons vooral op de voedingsindustrie.”
Risico's
Wereldwijd zijn er volgens de compagnons slechts tien projecten die iets vergelijkbaars doen. Bang voor concurrentie zijn ze dus niet, omdat er genoeg behoefte is aan oplossingen. Net zoals ze niet vrezen dat ze geen succes zullen boeken. “Hoewel deze industrie om miljoenenbedragen gaat, zijn we er voor de volle 200 procent zeker van dat het gaat werken. Het starten van een startup brengt altijd risico’s met zich mee – zeker in de climate tech hardware sector. Maar juist daarom is het zo belangrijk dat we dit doen: elk systeem dat we bouwen, draagt direct bij aan het terugdringen van CO₂-uitstoot."
Dat het gaat werken, is volgens de heren dus zeker. Ze moeten hun systeem alleen nog ‘even’ bouwen en vervolgens aan de man brengen. Maar, zegt Bram: “Over vijf jaar zijn we klaar voor massaproductie, over tien jaar willen we negenhonderd systemen uitgeleverd hebben wereldwijd.”
Foto boven: Bram en Thomas. (fotograaf: Bart van Overbeeke)