Allergisch voor feiten
Vandaag wordt Donald Trump herkozen als de nieuwe president van de Verenigde Staten. Ook als hij verliest zal hij winnen. Een fascistische narcist als nieuwe president van Amerika. Het zou niemand moeten verbazen.
Er deugt al jaren helemaal niets van het ‘democratische’ verkiezingssysteem daar. En dat is dan het land dat we als voorbeeld zien en als onze grote vriend. Dat is overigens niet wederzijds. “Amerika heeft geen vrienden, alleen maar belangen”, zou Charles de Gaulle ooit gezegd hebben.
Dat geldt trouwens voor de meeste landen. En al helemaal voor Nederland. In dit land hebben we ook nauwelijks recht van spreken nadat de laatste verkiezingen hier gewonnen werden door een xenofobe twitterzeloot die dictators als zijn beste vrienden beschouwt.
Ik hoor het sommigen al denken: daar heb je weer zo’n linkse rakker. Want dat zijn al die journalisten toch? Mwah, eerder links tot centristisch en zeker niet allemaal (hallo Arnold Karskens en kornuiten).
Wat wel waar is: het aandeel ‘links’ is beduidend groter onder journalisten en academici dan het landelijk gemiddelde. Daar is een simpele verklaring voor. Die twee beroepsgroepen zijn allergischer voor feitenvrije kretologie.
En feitenvrij is de maatschappij steeds meer aan het worden. In Amerika (“ze eten alle honden en katten op”) maar even hard hier (“Er is een asielcrisis en dat komt door de asielzoekers”). Politici gaan hierin voorop, gevolgd door een steeds grotere schare die eigenbelang en/of eigen mening op de eerste plaats zet.
Een cultuurpessimist? Zo mag u mij noemen. Echter, ik benoem slechts de feiten…
Bovendien valt er iets aan te doen, vooral in het hoger onderwijs. Ga over alles de discussie aan, studenten, docenten en onderzoekers. Maar wel op basis van feiten. Beklemtoon de waarde van onderzoek, want dat is waar die feiten geboren worden. Zorg dat mensen wetenschap, rechtspraak en échte journalistiek op waarde schatten. Zodat Nederland geen tweede Amerika wordt.
Jan Ligthart is hoofdredacteur van Bron, het onafhankelijke en AI-vrije nieuwsplatform voor en over Fontys. De meningen en standpunten in zijn columns zijn persoonlijk, niet die van de redactie.
Nieuwsgierig zijn en dat vooral blijven naar de beide kanten van het verhaal... Ik erken je moed om voor je mening uit te komen en zie je wens/ behoefte erachter! Ik wens je een nog nieuwsgierigere blik toe voor de komende jaren, nieuwsgierig naar feiten en naar het verhaal aan beide kanten. Het lijkt me een prachtige tijd waarin juist jij als journalist invloed hebt op hoe de wereld door je lezers bekeken/ ervaren zal worden....hopelijk open-minded en nieuwsgierig, vol vertrouwen om in verbinding met elkaar te blijven.
Het is vooral een kwalijke zaak dat je als hoofdredacteur van een nieuwsplatform voor en over Fontys geen enkele moeite lijkt te doen om je te verplaatsen in andere denkbeelden.
Is dat echt zo? Er is namelijk helemaal geen goed bewijs voor de toxische invloed van Tate. Bovendien is het nog maar de vraag of jongens en jonge mannen aangetrokken worden door Tate en zijn inhoudelijke boodschap over geweld en onderwerping of eerder door Tate als rebels symbool.
Onlangs verscheen er een heus wetenschappelijk onderzoek over Tate zou blijken dat vrouwelijke docenten in Australië massaal het onderwijs ontvluchten, omdat ze de laatste twee jaar omringd worden door kleine Tates-in-wording. Het gaat daarbij om een slecht onderzoek in de zin dat niet duidelijk wordt welke vragen zijn gesteld aan de dertig docenten die hebben meegewerkt aan het onderzoek, dat niet duidelijk wordt hoe de onderzoeksgroep is opgebouwd, dat alternatieve verklaringen niet worden besproken en dat Twitter en Instagram niet meteen de meest voor de hand liggende tools zijn om docenten te werven voor een onderzoek. Dit onbderzoek werd in de pers kritiekloos geserveerd.
Los van de slechte kwaliteit leverde dit ‘onderzoek’’ in de Nederlandse pers ook nog eens stof voor talloze indianenverhalen. Nieuws en Co stelde glashard dat het onderzoek ging over de impact van Tate op het onderwijs: “seksueel wangedrag en vrouwenhaat op Australische scholen is inmiddels geaccepteerd gedrag”, maar dat staat helemaal niet in het onderzoek. “Voor veel vrouwelijke docenten is het een reden om het vak te verlaten”, stelde nos.nl. Datzelfde werd ook beweerd in een krantenartikel in NRC met de vette kop “Australische vrouwen de klas uitgejaagd door Andrew Tate”. Pas op het einde van dat artikel stond er een piepklein zinnetje: “het is niet bekend hoeveel vrouwelijke docenten specifiek vanwege vrouwenhaat in de klas ontslag nemen”.
Nieuws en Co (Npo Radio 1) maakte het overigens nog bonter. De redactie verwarde het onderzoek ook nog eens met een enquête onder 1300 Australische jongeren naar de populariteit van Tate. Dat ‘onderzoek’, waaruit blijkt 35 procent van de jongens het eens is met de uitspraken van Tate, had plaatsgevonden voordat Tate van verkrachting werd beschuldigd. Nieuws en Co draaide het zonder blikken of blozen om: ondanks dat hij van verkrachting werd beschuldigd, is Tate onder jongens razend populair. Overigens is die enquête nooit in een wetenschappelijk tijdschrift verschenen en moeten we het doen met de weinig geruststellende mededeling dat twee wetenschappers ernaar hebben gekeken.
Waarover horen we vervolgens niets? Over de recent verschenen negentiende Jugendstudie, die onlangs in Duitsland verscheen. Dat is een gedegen trendonderzoek onder leiding van Mathias Albert, die als hoogleraar sociologie verbonden is aan de universiteit van Bielefeld. Volgens dit onderzoek is er geen sprake van een polarisering onder jongeren als het over m/v-kwesties gaat. (Zijn Duitse jongens zoveel anders dan Nederlandse jongens?) Dat het met de polarisatie (in Duitsland) wel meevalt, blijkt uit het onderzoek van de Duitse socioloog Steffen Mau. Zijn lijvige ‘Triggerpunkte’ kreeg alleen in De Groene en NRC (terechte) aandacht.
Nieuws & co kwam al eerder met wonderlijke beweringen: “Als we op dit tempo doorgaan, hebben we in Nederland pas in het jaar 2158 gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Dat blijkt uit de jaarlijkse graadmeter van het World Economic Forum over de wereldwijde genderkloof”(24 juni 2024). Dat ‘Nederland’ voegde de journalist op eigen houtje, maar vooral feitenvrij aan toe. In het rapport ging het namelijk over de ontwikkeling in de wereld.
Voorbeelden van media-eenzijdigheid zijn er meer dan genoeg: wie heeft in Nederland ooit iets gelezen of gehoord over de interessante kritiek van de Duitse topeconoom Sinn over milieubewegingen (die volgwens hem slecht voor het klimaat zijn); wie heeft er iets gehoord van het onderzoek van oud-hoogleraar Teunissen waaruit blijkt dat traditionele gezinnen twaalf keer zo veel belasting betalen als gezinnen waarin partners, waarbij beide partners een halve week werk (en zet dat eens af tegen het aantal keer dat het woord ‘patriarchaat’ in het nieuws gebruikt wordt); wie heeft er iets gehoord van de originele analyse van hoogleraar Furedi over de verkiezing van Trump, etc. Toevallig net allemaal meningen dat niet zo populair zijn onder journalisten.
Als iemand roept “ik benoem slechts de feiten”, zou ik alle studenten willen voorhouden dat ook voor een échte journalist geldt dat niets menselijks hem vreemd is. Het verschil met “ik benoem slecht de feiten” is meer dan een letter.
Je benoemt slechts de feiten maar in het (korte) artikel worden zware termen gebruikt waarvan je blijkbaar van mening bent dat iedereen die zou moeten snappen of het daarmee eens zou moeten zijn. Als iemand al direct zo begint nodig je dan nog wel uit om een discussie aan te gaan?
Dit is precies de reden denk ik waarom velen die een andere of genuanceerdere mening hebben daar niet eens aan beginnen binnen bepaalde gemeenschappen zoals de onderwijswereld. Als je niet braaf meeloopt met de rest en 100% de linkse (woke) ideeën en meningen omarmt dan wordt je al gauw met deze harde kreten bejegend. Er blijkt weinig ruimte voor nuance, zelfs niet in een omgeving waar men vol is van inclusie en begrip voor elkaar. De polarisatie in de maatschappij komt zeker niet alleen door (extreem) rechtse figuren, daar is 'links' zeker ook debet aan.
Hoewel factchecking zonder twijfel een nuttige rol vervult, blijft de vraag open of de media als geheel genoeg zelfkritiek toepassen op hun eigen berichtgeving en framing, vooral wanneer het over polariserende figuren gaat. Wat we nodig hebben, is niet alleen het controleren van de feiten, maar ook een meer gebalanceerde benadering waarbij de context volledig wordt weergegeven. Alleen zo kunnen we werken aan vertrouwen in de media.
Kortom, ik pleit voor meer balans en kritische zelfreflectie binnen de journalistiek – zeker als het gaat om politieke verslaggeving.