Advies voor kunsten: let minder op artistiek talent
Hbo-kunstopleidingen moeten hun selectie van studenten aanpassen, staat in een advies. Ze hebben nu te weinig oog voor studenten uit “minder zichtbare of minder bevoorrechte contexten”.
De kunsthogescholen willen in de spiegel kijken. De wereld verandert nogal snel. Hoe moeten ze hun studenten daarop voorbereiden? Ze vroegen advies aan een commissie onder leiding van voormalige PvdA-minister Jet Bussemaker.
Bussemaker staat vooral bekend als de minister van Onderwijs die de basisbeurs afschafte, maar als minister van Cultuur in diezelfde periode maakte ze zich hard voor het inkomen van kunstenaars. Voor dit nieuwe advies ging ze aan de slag met een groep directeuren en toezichthouders uit de cultuursector plus één recent afgestudeerde kunstenaar. Een van hun conclusies: er is een andere kijk op talent en excellentie nodig.
Zeer selectief
De kunstopleidingen beslaan ongeveer vijf procent van het hbo. Het gaat onder meer om kunstacademies, conservatoria, toneelscholen, architectuuropleidingen, designopleidingen, de filmacademie en diverse docentopleidingen. Het zijn zeer selectieve opleidingen met soms een groot aantal buitenlandse studenten.
Maar de selectie moet eigenlijk op de schop, vindt de commissie. De opleidingen zouden niet alleen naar artistieke kwaliteit en talent moeten kijken, maar ook naar “motivatie, omgevingsbewustzijn, samenwerkingsvermogen en leerpotentieel”. Dat zou bijdragen aan diversiteit, inclusie en ‘eerlijke talentontwikkeling’.
Maatschappelijke waarde
De commissie richt zich vooral op de maatschappelijke waarde van de kunsten. “Zij voeden de verbeelding, die juist in tijden van onzekerheid hard nodig is. Ze brengen mensen met elkaar in contact in een samenleving waarin isolement toeneemt en we ons steeds vaker in onze eigen bubbel terugtrekken.”
Tegelijk kampt de kunst wereldwijd met bezuinigingen en in diverse landen willen populisten de artistieke vrijheid inperken. Daar moeten de opleidingen en hun studenten zich toe verhouden, meent de commissie. De adviesschrijvers hebben er een afkorting voor bedacht: ACT. Dat staat voor assertief, collectief en transformatief. Dat laatste gaat om de rol van kunst in maatschappelijke verandering.
Samenwerking
De commissie ziet daarbij vooral kunstenaars voor zich die zelfbewust naar buiten treden. De opleidingen zouden hun studenten moeten leren samenwerken met partners van buiten de kunst. “Denk aan bedrijven, onderzoeksinstellingen, burgerinitiatieven, overheden zoals gemeenten en provincies en maatschappelijke organisaties zoals zorginstellingen en woningcorporaties.”
Daar horen dus ook studenten bij die hier gevoel voor hebben. Het kunstonderwijs kan “meer ruimte bieden aan studenten om uit te blinken in kwaliteiten die belangrijk zijn voor samenwerking en collectieve beroepspraktijken.”
Verbinding
Zal dit advies goed ontvangen worden? Dat is zeker niet vanzelfsprekend. Kunstenaars zijn vaak eigenzinnige types die helemaal geen zin hebben om zich voor het karretje van de maatschappij te laten spannen. Als het zelfs in de kunst al niet meer om artistiek talent gaat, waar dan nog wel?
Aan de andere kant weten de opleidingen ook dat hun afgestudeerden vaker werkloos zijn en veel minder verdienen dan de afgestudeerden van andere hbo-sectoren. In het vorige advies (uit 2010) speelde dat thema ook.
De Vereniging Hogescholen vat het in een persbericht zo samen: “Verbinding met andere disciplines, sectoren en regionale ecosystemen is essentieel. Ondernemersvaardigheden en technologie horen in de opleiding thuis.”
Minister
De opleidingen gaan hun eigen plan maken met dit advies in hun achterhoofd. Ze hoeven zich er dus niets van aan te trekken, als ze dat niet willen. Het rapport is vandaag aan minister Rianne Letschert overhandigd.
Volgens René Bosma, directeur van Fontys Academy of the Arts, moet het rapport vooral gezien worden als iets dat uit de sector zelf komt. “Het rapport is opgesteld in opdracht van het kunstonderwijs. Veel van wat erin staat herkennen wij al uit onze eigen missie en visie. Dit is voor ons eerder een bevestiging dat toegankelijkheid en inclusie van het kunstonderwijs belangrijke pijlers zijn.”
Dat betekent niet dat artistiek talent minder belangrijk wordt, aldus de directeur. “We blijven selecteren, het is en blijft een beroepsopleiding. Artistieke kwaliteit moet op orde zijn, maar we zien ook dat bepaalde groepen nog niet altijd toegang hebben tot de talentketen. Daar voelen we verantwoordelijkheid en een zorgplicht voor.”
Vanzelfsprekend
Van een tegenstelling tussen artistieke autonomie en maatschappelijke betrokkenheid is volgens de directeur geen sprake. Het is eerder vanzelfsprekend dat kunstenaars zich verhouden tot maatschappelijke vraagstukken. “Studenten moeten stevig in hun discipline staan én nadenken over de betekenis van hun werk in de samenleving."
Het rapport ziet Bosma vooral als een bevestiging om door te gaan. Hij benadrukt dat er binnen Fontys Academy of the Arts al aandacht wordt geschonken aan het verbinden van verschillende disciplines met grotere vraagstukken. “Door kunsteducatie te verbinden met zorg, of muziek met technologie. Dat zijn dingen waar we al mee bezig zijn, maar waar we ook nog extra stappen kunnen zetten.”