door Marieke Verbiesen,
29
januari
2025
|
15:21
Europe/Amsterdam

Wooncrisis: “We moeten concessies gaan doen"

We zitten midden in een wooncrisis. Het kabinet wil structureel 100.000 woningen per jaar bouwen, maar struikelt over de stikstofaanpak. Onderzoeker Ferry van de Mosselaer stelt in het openbaar college van Fontys over ‘Wonen in de toekomst’ dat we geen bouwopgave hebben, maar een ‘ombouwopgave’.

De collegezaal van de bibliotheek in de Tilburgse LocHal zit bomvol. Veel mensen hebben dinsdagavond regen en wind getrotseerd om het openbaar college van Fontys over ‘Wonen in de Toekomst’ bij te kunnen wonen. Het onderwerp leeft. Dat is niet zo gek, want de wooncrisis treft mensen uit alle lagen van de bevolking. Van jong tot oud kunnen ze vaak geen betaalbare of geschikte huisvesting vinden. Als een basisvoorziening onder druk komt te staan, ontstaat er onrust in de samenleving. 

Ook in de collegezaal roeren mensen zich al snel na aanvang van het college. Sommige aanwezigen vinden dat er te veel grote huizen zijn waar maar één of twee mensen in wonen. Anderen zijn van mening dat er te veel huishoudens zijn, waardoor de gemiddelde woningbezetting erg laag is. Het grootste probleem, volgens een andere groep, is dat er te weinig betaalbare woningen zijn. En een jonge starter vraagt zich hardop af of we wel de juiste woningen hebben voor de vraag. 

Ferry van de MosselaerHet is allemaal waar, concludeert Ferry van de Mosselaer. Voor Fontys doet hij onder meer onderzoek naar ruimtelijke ontwikkeling en participatie en co-creatie en sociale innovatie rondom wonen en leefomgeving. “We denken al snel dat we te weinig woningen hebben als we de overheid en de media volgen. Maar hebben we werkelijk zo’n groot tekort aan woningen of moeten we op een andere manier over wonen gaan denken om de wooncrisis aan te pakken?” 

Andere benadering
De vraag stellen is hem beantwoorden. Volgens de onderzoeker hebben we te maken met een toenemend aantal eenpersoonshuishoudens, in alle leeftijdscategorieën. “Ons land telt 5 miljoen eengezinswoningen waarvan bijna de helft niet bewoond wordt door een gezin. Gemiddeld beschikken we over 53 vierkante meter woonoppervlakte per persoon.” 

De crux zit hem in de benadering, stelt Van de Mosselaer. “Elke vier jaar doet het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening onderzoek naar de woonbehoefte van de Nederlander. Wat opvalt is dat er enkel gevraagd wordt naar wat er al is: eengezinswoningen en appartementen in de koop- en huursector. Als je naar de gebruikelijke weg vraagt, zijn het steeds dezelfde antwoorden die je krijgt. Er wordt van uitgegaan dat het merendeel op zoek is naar zelfstandige woningen, maar de woonbehoeftes zijn veel diverser, zeker in onze snel veranderende samenleving.” 

Alternatieve oplossingen
De onderzoeker refereert aan de roep om meer gedeelde woonvormen en alternatieve woonoplossingen. “Er wordt op veel niveaus nagedacht over oplossingen, maar in het buitenland zijn ze er vaak al verder mee.” Hij noemt als voorbeeld het Weense model: “Hierin staat sociale en betaalbare huisvesting centraal vanuit de overtuiging dat wonen een mensenrecht is, ongeacht de hoogte van het inkomen." En hij wijst op het Vallastaden model, waarbij ontwikkelaars en architecten samen met bewoners een wijk hebben ontworpen.“ Enschede bekijkt nu of ze dit model kan toepassen.” 

Daarnaast worden oude woonvormen weer van stal gehaald, zoals woningsplitsing, hospitaverhuur en woningdelen. Maar niet iedereen staat hierom te juichen. Ook kleinschalige initiatieven komen hier en daar op. “Denk aan het Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) - waarbij particulieren hun eigen projectontwikkelaar zijn - en de ontwikkeling van ecodorpen, coöperatieve woongemeenschappen en zogenoemde knarrenhoven, een zorg gerelateerde woonvorm.” 

'Toekomstdenken'
Maar het zijn vooralsnog initiatieven in de marge. Gemeenten denken er meestal niet aan en voor ontwikkelaars zijn dergelijke initiatieven financieel minder interessant. Toch is er vaak meer ruimte voor alternatieve woonoplossingen als er zich een crisis aandient. “Maar om op grote schaal impact te maken, moeten we concessies doen en anders gaan denken", aldus Van de Mosselaer. 

‘Toekomstdenken’ noemt hij dat. “Daarbij worden alternatieve scenario’s voor de toekomst bedacht met bijbehorende oplossingen. Wanneer je weet hoe de toekomst eruit kan gaan zien, ga je daar ook naar handelen.” De onderzoeker neemt een buienapp als voorbeeld: “Je anticipeert op het weer dat wordt voorspeld. Maar het weer kan zomaar weer omslaan. Dat vraagt om veerkracht, collectieve actie en we zullen ons moeten afvragen welke concessies we bereid zijn te doen.” 

Reageren kan hieronder. Eenmaal gepubliceerde reacties worden niet verwijderd

Reacties (0)
Bedankt voor uw bericht.