Eindhoven,
10
november
2017
|
10:04
Europe/Amsterdam

Vier collega’s discussiëren over stress op de werkvloer

Het eerste Bron Statafel-debat

Waarvan krijg je nou eigenlijk werkstress? Is het aan jezelf om op tijd aan de bel te trekken of aan de werkgever? En hoe zit het bij Fontys, is de werkdruk toegenomen? Bron nodigde drie docenten en een marketingmedewerker uit om daarover te discussiëren tijdens het eerste Bron Statafel-debat.

De aanleiding voor het eerste Bron Statafelbedat is de Week van de Werkstress, die maandag 13 november begint. Daarmee vraagt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aandacht voor ongezonde werkdruk. Ook FontysFit doet mee en geeft tijdens die week verschillende workshops om stress te reduceren.Is dat nodig dan, bij Fontys?

Volgens een onderzoek van de Vereniging van Hogescholen ervaart meer dan de helft van de werknemers een te hoge werkdruk, wat kan leiden tot werkstress. Het zal bij Fontys niet anders zijn. Hoe denken de statafeldebaters daarover?

Maar eerst stellen we de debaters – Rook Doggen, Mattie Wethlij, Wouter Sluis-Thiescheffer en Janneke Gielisse - voor in een kort filmpje. Daarin hoor je meteen wat voor hen zelf afgelopen weken een ‘stressmomentje’ was. Daarna legden wij hen vier stellingen voor. [tekst gaat onder het filmpje verder]

Stelling 1: Werkstress voorkomen is de verantwoordelijkheid van de werknemer. Die moet zelf aangeven wanneer het te veel wordt en maatregelen nemen.

Mattie: “Het is deels je eigen verantwoordelijkheid. Je moet het zelf bespreken met je manager. Voor een docent is het lastig. Die wordt bijvoorbeeld twintig uur ingeroosterd. Ook al kun je van tevoren aan de roosteraar doorgeven wanneer je niet kunt, je eigen regelruimte wordt daardoor beperkt. En dat is bepalend voor de gevoelde werkdruk.”
Wouter: “Ja, het is je eigen verantwoordelijkheid. Want of werkdruk werkstress wordt, is voor iedereen anders. Soms ontstaat onvrede door onbekendheid met een situatie. En een bepaalde werkdruk kan juist ook uitdagend zijn. Maar als mensen te vaak werk mee naar huis nemen, moeten ze dat zelf aangeven. Ikzelf heb op papier inmiddels honderd overuren. Dat geef ik dan wel aan. Ik wil ook tijd overhouden om onderzoek te doen. Wij gaan bij ICT overigens heel flexibel met roosters om. Ik ben bepaalde dagdelen aanwezig en ben aan het werk in dezelfde ruimte als de studenten. Ze kunnen vragen stellen. Ik roep groepjes bij elkaar als dat nodig is.”
Janneke: “Voor het grootste gedeelte is het je eigen verantwoordelijkheid. Je bent baas over je eigen agenda. Maar er moet wel een klimaat zijn waarin werkdruk bespreekbaar is. Het idee alleen al dat dit niet zo is, kan stress geven. Ik denk dat dit bij Fontys in de basis wel bespreekbaar is, maar ik vind ook dat we vaker keuzes moeten maken. We willen van alles, de scholieren- en de professional-markt bewerken, ons praktijkonderzoek naar buiten brengen, enzovoort, enzovoort. Dat is prima. Maar dan moeten we ook zeggen ‘we doen iets anders niet’ of we gaan deze extra werkzaamheden faciliteren.”
Rook: “De organisatie moet er oog voor hebben. Het is ook de verantwoordelijkheid van de teamleider.”
Wouter: “Het onderwerp moet zeker op de agenda staan, want ik denk dat niet iedereen zelf assertief genoeg is om er zelf over te beginnen.”

Stelling 2: Bij Fontys wordt de werkdruk steeds hoger, doordat er steeds meer taken bij komen.

Mattie:
“Ik weet niet of het aantal taken is toegenomen. Maar ik vraag me wel af of de goede keuzes worden gemaakt. Er gaat veel tijd zitten in niet-primaire processen, zoals overleggen.”
Wouter: “Ik zie wel dat de overlegcultuur aan het verdwijnen is. Er wordt veel meer dan vroeger gestuurd op resultaten, heel doelgericht. De meetings om alleen even ‘bij te praten’ zie ik veel minder. Voor mijzelf scheelt het veel dat ik nu drieënhalf in plaats van twee dagen werk. Bij twee dagen is de overhead van vergaderen en regelen eigenlijk te groot ten opzichte van het aantal uren dat je werkt.”
Rook: “Die praatcultuur is wel instituutsafhankelijk. Waar ik eerder werkte, werd nauwelijks overlegd. Maar wisten we van elkaar wat voor werk we deden? Ik zie wel dat externe adviseurs voor extra werk zorgen. Die vinden allemaal iets, over kwaliteit bijvoorbeeld. Zo’n idee wordt dan van bovenaf opgelegd en docenten weten eigenlijk niet waarom ze dat moeten gaan doen. Het roept stress op als dingen niet duidelijk genoeg zijn.”
Janneke: “Veel meer taken heb ik misschien niet, maar er zijn wel veel meer systemen die aandacht vragen. Nog niet zo lang geleden maakte je een brochure en een website. Nu heb je 623 kanalen waarop je je informatie kwijt kunt.”
Wouter: “Bij ICT gingen we in een paar jaar tijd van 1000 naar 4000 studenten, het docententeam werd meer dan dubbel zo groot. Eerst kende je iedereen, nu is dat bijna niet meer te doen. Je kunt dan niks meer op routine doen. Er verandert steeds van alles. Dat hoort bij het huidige tijdperk, maar niet iedereen kan daarmee omgaan.”

Stelling 3: Werkstress komt doordat werk en privé te veel door elkaar lopen. Door thuiswerken, de dwingende aanwezigheid van social media en digitale middelen, waardoor iedereen continu bereikbaar is.

Rook: “Volgens mij verwacht niemand dat ik ’s avonds de telefoon opneem. Telefoon en mail zijn dwingend als je er geen controle over hebt. Ik heb met mezelf afgesproken dat ik in mijn vrije tijd nooit mail van mijn werk lees. En als ik ’s avonds dingen voor school doe, doe ik alleen de dingen die ik leuk vind, zoals lessen voorbereiden. Ik heb een workshop time management gedaan. Ik dacht dat het me nooit zou lukken dat vol te houden, maar het gaat goed. Ik gooi mail waar ik niks mee hoef meteen weg. Wat ik binnen een minuut kan beantwoorden, handel ik af. De rest gaat in een mapje en ik plan wanneer ik dat ga afwerken. ’s Avonds is mijn inbox leeg.”
Janneke: “Ik ervaar vooral de lusten van flexibel werken. Het tijd- en plaatsonafhankelijk werken vind ik heerlijk. Als ik ’s ochtends de kinderen op school heb afgezet kan ik in de auto alvast iemand bellen voor mijn werk. Ik werk ’s avonds ook wel eens mijn mail bij. Maar flexibiliteit is ook kaders stellen. Ik had ooit een collega die op zondagochtend al allerlei mailtjes ging sturen die dan de hele zondag door mijn hoofd spookten. Maar de verantwoordelijkheid lag bij mij. Ik heb daarom alle pushberichten van de telefoon uitgezet. Het is ook een kwestie van prioriteren. Als ik ’s ochtends op mijn werk kom, spreek ik met mezelf af dat ik in ieder geval twee dingen oppik en die dag afmaak. Als dat is gelukt, geeft dat een goed gevoel.”
Mattie: “Ik heb zelf cursussen time management gegeven, maar ik ben zelf het slechtste voorbeeld ervan. Ik ben 24/7 bereikbaar en heb alles aan staan. Daar tegenover staat dat ik op mijn werk ook wel eens een privémail beantwoord.”
Wouter: “Ik heb een tijdje na twaalven ’s nachts gewerkt, omdat het dan lekker rustig is. Het gekke is, ook dan krijg je nog respons op de mails die je stuurt.”
Janneke: “Ik merkte wel dat ik op een gegeven moment iedere avond wel aan het werk was. Toen ik een keer op de bank zat en merkte dat ik me verveelde, was dat wel een trigger om een stap terug te doen.”

Stelling 4: Studenten ervaren tijdens hun studie al veel werkdruk en ze komen later in banen terecht waar ze daar ook last van kunnen hebben. Moet de school daar al aandacht aan besteden?

Rook: “Als je voor het vak van leraar kiest, dan weet je dat je niet in een gespreid bedje komt. En stress uit zich op verschillende manieren ….
Wouter: “Ik denk dat je dat moet doen op het moment dat het zich voordoet.”
Mattie: “We weten dat in het primair onderwijs de werkdruk groot is. Er is veel uitval. Dat is ook onze verantwoordelijkheid. We moeten studenten leren omgaan met werkdruk. Niet verplicht in het curriculum, maar bijvoorbeeld in de vorm van workshops.”
Wouter: “Bij ICT proberen we de studenten juist af te leren dat ze naar huis gaan omdat hun lesdag is afgelopen. In de game-industrie is het soms alle hens aan dek en dan werk je door tot het af is. Dat hoort erbij.”
Mattie: “Daarom hebben wij ook strenge deadlines, zodat studenten leren om onder druk te werken.” [Petra Merkx, Debbie Langelaan en Renée de Kruif].

Reacties (0)
Bedankt voor uw bericht.